Achor ve kedem tsartanie

Er is gezegd: "Achor ve kedem tsartanie" - "Van achteren en van voren schiep Gij mij" en dat betekent, dat de Schepper de mens vormt door Zich voor hem te verbergen en te onthullen. Omdat "in alles Zijn koninkrijk is" en allen naar hun wortel terugkeren, want "Alles is onder Zijn gezag", of in het "heden" of in de "toekomst". Wie waardig wordt bevonden om in zich de twee werelden te verenigen, die openbaart in het "heden" te zijn ingebed in de Schepper. Al wat zich voordoet is een gewaad van de onthulling van de Sjchiena (Goddelijke tegenwoordigheid - vert.). En dat is "heden". D.w.z. nu is zij gehuld in het koninklijk gewaad en wordt aan allen openlijk duidelijk gemaakt, dat "de ruiter zich niet aan het paard onderwerpt". En ondanks het feit, dat het erop lijkt, dat het paard de ruiter leidt, is dat niet correct: een paard is niet in staat om maar een beweging te maken zonder te worden geleid door de teugel en de zweep van de ruiter. En dat wordt "Het gebouw van de Sjchiena" genoemd, en dat heet "paniem be paniem" - "gezicht tot gezicht", "voorkant tot voorkant".

En als een mens er nog niet in geslaagd is om de resultaten van al zijn handelingen aan de Schepper weg te geven, en als een paard, naar het schijnt, niet geleid wordt in zijn bewegingen door de teugel en de zweep van de ruiter, maar omgekeerd, alsof ... en "stelt het gezag van een Dienstmeid boven het gezag van de Meesteres", dan heet dat "achor" - "keerzijde", of "achterzijde". D.w.z. haal niet opeens in je hoofd, dat je van de heiligheid verwijdert..., een rad zal na zich te hebben omgedraaid toch terugkeren tot de Heiligheid en zijn Bron. Als het zo is, dat schijnbaar het paard de ruiter leidt geheel in overeenstemming met zijn lage strevingen, dan is de waarheid anders, namelijk: de ruiter bestuurt naar zijn eigen wens het paard.

Maar dat openbaart zich niet in het "heden" maar in de "toekomst". Zo zien wij, dat ook in dit geval zij verbonden zijn door keerzijden : "achor be achor" - "rug tot rug". En dat betekent niet volgens de wensen van een bekledende (uitwendige) en niet volgens de wensen van een bekleedbare (inwendige).

Wie de wensen vervult d.w.z.. wie zelf het gewaad van het Gezag in het heden onthult, is verbonden op de wijze van "paniem be paniem", "gezicht tot gezicht", met een goedhartige wens van de bekleedbare (inwendige) en met een goedhartige wens van de bekledende (uitwendige), omdat juist dat wenst de Schepper.

En dat is de zin van wat er is gezegd: "Totdat je de wil van de Schepper niet in vreugde vervulde" Want hoe je het ook wendt of keert, je vervult hem toch, maar het verschil zit hem daarin, dat op de ene manier doe je het in lijden, d.i. zonder wens, maar op de andere manier - vol van geluk en met alle goeds, d.i. met de wens van je heel hart. En dat is de zin van wat er gezegd is: "Keek de Schepper naar de werken der rechtvaardigen en naar de werken der zondaars...". Maar het is onbekend wat de Schepper verkiest boven wat: de daden van de rechtvaardigen of de daden van de zondaars? Maar wanneer het vers zegt: "En de Schepper zag het licht en zag dat het goed was, en de Schepper daarom scheidde...", dan is het duidelijk, dat de Schepper verkiest de daden der rechtvaardigen boven die van de zondaars. En dat betekent, dat de Schepper naar alle daden Kijkt, d.i. ze verbindt en alles draait en tot zijn Bron komt. Als het nu zo is, welke weg is dan meer gewenst? Daarop antwoordt de Tora: "En de Schepper zag het licht en zag dat het goed was", d.i. een onthulling, die door een werk van een rechtvaardige bereikt wordt. Maar uiteindelijk is alles een, alleen "er is een lange weg, maar ook een korte, en er is een korte weg, maar ook een lange". (zie RABA"SH. Artikelen. 1986).



Deze website kabbalah.info wordt onderhouden door de
Nederlandse afdeling van
"Bnei Baruch"

Copyright ©1996. Bnei Baruch. All rights reserved.