|
Verklaringen en aanwijzingen van plaatsen.
Raadpleeg de tekeningen van Sefer ha-Ielan
Tekening 1:
In het punt 1 wordt rosj, toch en sof van de partsoef kether de A”K afgebeeld. In het punt 2 –
tekening van de partsoef A”B de A”K in rosj, toch, sof, alsmede hoe hij de partsoef kether de
A”K bekleedt vanaf zijn pe en eronder. In het punt 3 – tekening van de partsoef Sa”G de A”K in
rosj, toch, sof, alsmede hoe hij de partsoef A”B de A”K bekleedt vanaf zijn pe en eronder.
Tekening 1: punt 1
Dat is de partsoef kether de A”K, d.w.z., de tien eerste sfirot, welke verspreidden zich van het
licht van de Ein Sof binnen de lege plaats na de Tsiemtsoem Alef. Zijn hoofd raakt de Ein Sof
van boven, en de siejoem raglav (uiteinden van benen) bevindt zich in het centrale middelpunt,
d.i. deze wereld. De partsoef kether heeft drie vormen van tien sfirot: tien sfirot (A”S) de rosj,
A”S de toch en A”S de sof.
De tien sfirot de rosj heten wortels van A”S, omdat daar het begin van hun ontstaan is, dat tot
stand is gekomen d.m.v. het treffen van A”S van het or jasjar in een zievoeg de-hakaa tegen de
masach van de malchoet de rosj, welke A”S van het or chozer op doet stijgen. Dit or chozer
bekleedt de A”S van het or jasjar, welk licht van de Ein Sof daar verspreid is. En A”S van het or
jasjar zijn van boven naar beneden opgesteld. En het omgekeerde is met het or chozer: zij zijn
van beneden naar boven opgesteld. De malchoet van A”S de rosj heet pe.
A”S de toch worden in de partsoefiem A”K akoediem genoemd, zowel in de partsoef kether, als
in de A”B en de Sa”G. Echter in de partsoef kether werd het hoogste licht in A”S nog niet
afgescheiden en merkbaar, en al het onderscheid tussen hen was alleen in het zich inprenten
ervan. De malchoet van A”S de toch heet taboer.
A”S de sof – dat is het einde (siejoem) van elke sfira van A”S tot malchoet, en in de sfira
malchoet beëindigt de partsoef, en daarom heet het siejoem raglav.
Tekening 1: punt 2
Dat is partsoef A”B de A”K, d.i. de 2-e verspreiding van A”S van de Ein Sof binnen de lege
plaats na de Tsiemtsoem Alef. En hij begint vanaf de chochma, en het ontbreekt hem aan het
licht van de kether. De partsoef A”B was voortgebracht en ging van de malchoet de rosj van de
partsoef kether uit, van zijn pe en eronder tot de taboer van de partsoef kether.
Zijn A”S de rosj zijn zoals A”S de rosj van de partsoef de kether de A”K, behalve dat het hem
aan kether ontbreekt.
A”S de toch worden hier meer vooruitstekend gemaakt, dan van A”S de toch van de partsoef de
kether, omdat in hem werden tien ingangen en tien uitgangen gemaakt in de volgorde van “mate
v’lo mate”. En in de sfira kether van A”S de toch zijn er twee keliem in de naam “joed-kej”, en
eveneens hun sfira chochma, maar in de sfira biena de “joed-kej” zijn alleen in één klie. “Vav” –
in de klie van jessod en “kej tachtona” – in de malchoet. A”S de sof zijn zoals in de partsoef
kether de A”K, maar zijn siejoem raglav bevindt zich van boven de taboer van de partsoef
kether.
Tekening 1: punt 3
Dat is partsoef Sa”G de A”K, d.i. de 3-e verspreiding van A”S van de Ein Sof binnen de lege
plaats na de Tsiemtsoem Alef in de rosj, toch en sof. En hij was voortgebracht en ging van de pe
de partsoef A”B de A”K uit. Hij begint vanaf de biena, en het ontbreekt hem aan het licht van de
kether en het licht chochma. Hij bekleedt de pe en eronder van de partsoef A”B de A”K, maar
naar beneden is hij langer dan hem, omdat hij naar beneden gelijk met de siejoem raglav van de
partsoef kether de A”K is verspreid.
Tekening 2: punt 1
Dat is een opstelling van de partsoef Sa”G de A”K in de tijdruimte van de Tsiemtsoem Alef. En
hij is al op de tekening 1, punt 3 aangegeven, maar hier worden twee specifieke partsoefiem
toegevoegd, welke van hem zijn voortgebracht. Dat zijn een partsoef taamiem vanaf pe tot de
taboer en een partsoef niekoediem vanaf de taboer en eronder.
Tot nu toe was er nog geen bestaan van de drie onderste werelden BaJ”A, immers ook de Sa”G
de A”K was tot het punt van onze wereld verspreid. Dus, de emanatie bereikte het punt van onze
wereld.
Tekening 2: punt 2
Dat is de Sa”G de A”K in de tijdruimte van de Tsiemtsoem Beth voordat een zievoeg in niekvej
ejnaim werd gemaakt met het voortbrengen van A”S de niekoediem. D.w.z., dat vanwege het
afdalen van de Sa“G tot de inwendige M”A en Bo”N de A”K, verkreeg de biena malchoet,
waardoor de beëindigende malchoet, die in het punt van onze wereld stond, opsteeg tot de plaats
van de taboer. En de zievoegiem makende malchoet, die in pe de rosj van de Sa”G stond,
opsteeg tot de plaats van niekvej ejnaim de rosj van de Sa”G. De ACha”P de rosj daalden in de
goef de Sa”G af, en vanaf de taboer en eronder werd een plaats leeg van licht gemaakt. En dat is
de partsoef Sa”G in het algemeen.
En zo ook in de bijzondere aspect van de partsoef Sa”G, die volledig onder de taboer is
opgesteld, en welke zelf rosj, toch en sof heeft (die ChaBa”D ChaGa”T NHJ”M heten). Ook hier
de beëindigende malchoet opsteeg tot de biena de goef, die tieferet heet, in de plaats haar chaze.
Daar beëindigt de kav (lijn) van de Ein Sof en eronder is een parsa doorgetrokken. Omdat daar
de emanatie beëindigt. En van daar en naar beneden is de plaats gemaakt voor de drie werelden
BaJ”A. Van twee derden van de tieferet de tieferet tot de siejoem werd de wereld Brieja
gevormd. Van NH”J werd de wereld Jetsiera gevormd, en van de malchoet – de wereld Asieja.
Tekening 2: punt 3
Dat is de opstelling van de Sa”G de A”K tijdens de zievoeg, die gemaakt werd in de niekvej
ejnaim, zodat ozen, chotem en pe uitkwamen als rosj voor de goef, d.w.z., naar beneden van de
plaats van de zievoeg de rosj. Echter, vanwege het feit, dat er geen verdwijnen in het geestelijke
is, zijn er hier twee soorten van Acha”P: 1) dat zijn Acha”P in de uitgangsplaats, d.i. in de plaats
in rosj zoals zij aan het begin [stonden]; 2) dat zijn Acha”P, welke daalden in de goef
daadwerkelijk, d.w.z., onder pe de rosj van de Sa”G – zij heten Acha”P van “niet op hun
uitgangsplaats”. En allemaal heten zij inwendige Acha”P.
A”S de toch tot de taboer heten hier eveneens akoediem zoals van vóór de Tsiemtsoem Beth,
omdat A”S, welke uit de zievoeg de niekvej ejnaim voortgekomen zijn, konden alleen onder de
taboer verschijnen, en zij heten A”S de niekoediem, die hoofdzakelijk van buiten de partsoef
Sa”G voortgebracht zijn. Echter, hun binnendelen kwamen in de A”K zelf uit, en deze heten
M”A en Bo”N de A”K. Omdat het inwendige deel Ga”R de niekoediem heet M”A de A”K,
terwijl het inwendige deel Za”T de niekoediem heet Bo”N de A”K. Zij beëindigen in het punt
van de siejoem de Tsiemtsoem Beth, welke parsa heet tussen de Atsieloet en de Brieja, en
daaronder – de drie onderste werelden BaJ”A.
Tekening 2: punt 4
Dat is de partsoef van de uitwendige ACha”P de Sa”G tot de taboer, en van de taboer en eronder
– de partsoef van A”S de niekoediem, welke beëindigen in de parsa. En onder de parsa zijn de
drie onderste werelden BaJ”A opgesteld.
De uitwendige ACha”P worden in twee soorten ACha”P verdeeld: de uitwendige ACha”P in hun
uitgangsplaats, d.i. welke zich boven pe zijn bevinden; en de uitwendige ACha”P, welke niet op
hun uitgangsplaats staan, en die onder pe tot de taboer zijn opgesteld. En hun Ga”R hechten
tegen de onderste lip aan en heten “sjiebbolet ha-zakan”. En Ga”R zijn hoofdzakelijk het licht
ozen, maar ook chotem en pe zijn in hen ingesloten, en zij zijn de wortels voor Ga”R de
niekoediem. En hun Za”T zijn echte chotem en pe, welke onder de sjiebbolet ha-zakan staan en
tot de taboer zijn verspreid. En al deze uitwendige ACha”P heten eveneens diekna de Sa”G de
A”K.
En A”S de niekoediem zijn vanaf de taboer en eronder zijn opgesteld, hun Ga”R zijn in de
correctie van lijnen (kavien) en M”A de A”K bekleden. Hun Za”T staan één onder de ander
zoals in de Tsiemtsoem Alef het geval was, en zij Bo”N de A”K bekleden. En onder hen is de
parsa en de drie werelden BaJ”A onder de parsa.
Tekening 3: punt 1
Dat is de opstelling van vijf partsoefiem de A”K in hun minimale (laagste) toestand. Uit hen
werden vijf partsoefiem M”A Chadasj geboren, welke vijf partsoefiem van de Atsieloet in hun
minimale (laagste) toestand heten. Vanaf hun definitieve opstelling zal er in hen nooit enige
vermindering plaatsvinden.
Tevens zal erin verklaard worden het indelen van elke partsoef in kether en BaJ”A, die ook
kether, A”B, Sa”G, M”A en Bo”N worden genoemd. Of jechieda, chaja, nesjama, roeach en
nefesj. Zodat elke rosj tot pe heet kether, of jechieda. Vanaf pe tot chaze in elke ervan heet
Atsieloet of A”B of chaja. En vanaf chaze tot taboer in elke ervan heet Brieja of nesjama, of
Sa”G. En vanaf taboer en eronder van elke ervan heet Jetsiera en Asieja of M”A en Bo”N of
roeach en nefesj.
Tevens zal erin verklaard worden het aan elkaar inhullen ervan, zodat elke partsoef een hogere
[partsoef] van pe en eronder bekleedt, zodanig, dat een rosj van elke lagere partsoef bekleedt
A”B en Atsieloet van een hogere, en A”B en Atsieloet van een lagere bekleedt Sa”G en Brieja
van een hogere. En Sa”G en Brieja van elke lagere bekleedt M”A en Bo”N, die Jetsiera en Asieja
van hogere zijn. En zo zien wij, dat een pe van een hogere is (dient als) een galgalta voor een
lagere, en een chaze van een hogere is pe voor een lagere, en taboer van een hogere is chaze voor
een lagere.
Tevens zal erin verklaard worden het geboren zijn van M”A ha-Chadasj in elke partsoef van de
vijf partsoefiem van de Atsieloet en de M”A, die in de partsoef tegenover in de A”K is.
Tekening 4
Een opstelling van de Z”A tijdens zijn opstijging voor het bereiken van het niveau nesjama ten
opzichte van de vijf partsoefiem de A”K en de partsoefiem de Atsieloet in hun minimale
toestand. En ook hoe hij ontvangt en voedt zich van de Brieja de Bo”N de A”K, welke is de
partsoef die tegenover in de A”K is.
Tekening 5
Een opstelling van de Z”A tijdens zijn opstijging voor het bereiken van het niveau chaja ten
opzichte van de vijf partsoefiem de A”K en de partsoefiem de Atsieloet in hun minimale
toestand. En ook hoe hij voedt zich van de Atsieloet de Bo”N de A”K, welke is de partsoef die
tegenover in de A”K is.
Tekening 6
Een opstelling van de Z”A tijdens zijn opstijging voor het bereiken van het niveau jechieda ten
opzichte van de vijf partsoefiem de A”K en de partsoefiem de Atsieloet in hun minimale
toestand. En ook hoe hij ontvangt en voedt zich van rosj de Bo”N de A”K, welke is de partsoef
die tegenover in de A”K is.
Tekening 7
Opstellingen van de partsoefiem tijdens zijn opstijging voor het bereiken van het niveau nesjama
ten opzichte van de vijf partsoefiem de A”K in hun minimale toestand. En ook hoe elke ervan
ontvangt en voedt zich van een partsoef die tegenover in de A”K is.
Tekening 8
Opstellingen van de partsoefiem tijdens zijn opstijging voor het bereiken van het niveau chaja
ten opzichte van de vijf partsoefiem de A”K in hun minimale toestand. En ook hoe elke ervan
ontvangt en voedt zich van een partsoef die tegenover in de A”K is.
Tekening 9
Opstellingen van de partsoefiem tijdens zijn opstijging voor het bereiken van het niveau jechieda
ten opzichte van de vijf partsoefiem de A”K in hun minimale toestand. En ook hoe elke ervan
ontvangt en voedt zich van een partsoef die tegenover in de A”K is.
Tekeningen 10, 11 en 12
Deze laat zien hoe de ladder van de trappen nooit verandert, en de trappen in het gehele altijd
blijven zoals zij aanvankelijk tijdens het voortbrengen van M”A Chadasj het geval was, d.w.z.,
zoals het in hun minimale toestand was. Omdat tijdens het opstijgen en het bereiken van de Z”A
van het niveau nesjama stegen achter hem ook alle trappen samen op: de vijf partsoefiem de
A”K en Atsieloet, en elke ervan het niveau nesjama bereikte, dat met hem [elke ervan]
overeenstemde. En op dezelfde manier was het bij het bereiken van chaja en jechieda de Z”A.
De tekening 10 – dat is een opstelling van de vijf partsoefiem de A”K tijdens het opstijgen voor
het bereiken van het niveau nesjama. De tekening 11 – dat is hun opstelling tijdens het opstijgen
voor het bereiken van het niveau chaja. De tekening 12 – dat is hun opstelling tijdens het
opstijgen voor het bereiken van het niveau jechieda.
Afkortingen bij de tekeningen:
A”A – partsoef Ariech Anpien van de Atsieloet
A”B – de 2e partsoef van de A”K
A”K – Adam Kadmon
A”S – tien sfirot
Av”I – partsoef Abba ve Iema van de Atsieloet
Bo”N – de 5e partsoef van de A”K
ChaGa”T – chessed-gvoera-tieferet
E”S – Ein Sof
IesjSoe”T – partsoef IesjSoe”T van de Atsieloet
KaCha”B – kether-chochma-biena
M”A – de 4e partsoef van de A”K
NH”J – netsach-hod-jessod
NHJ”M – netsach-hod-jessod-malchoet
O”C – or chozer
O”J – or jasjar
Sa”G – de 3e partsoef van de A”K
Z”A – Zeir Anpien
Zo”N – partsoef Zo”N (Z”A + noekva) van de Atsieloet
|