Waarom wordt Sitra Achra “Malchoet zonder kroon” genoemd?
Kroon betekent Kether, en Kether betekent emanatie en wortel. Kedoesja (vert. Heiligheid) is verbonden aan de wortel, wat betekent dat Kedoesja in gelijkenis qua eigenschappen met haar wortel verkeert. Dit houdt in dat onze wortel, namelijk de Schepper, slechts wenst te geven, zoals geschreven staat: “Zijn wil is om de schepselen te behagen,” dus Kedoesja is alleen het geven aan de Schepper.
Sitra Achra, echter, is dat niet. Zij streeft er alleen naar om voor zichzelf te ontvangen. Om deze reden heeft ze geen interactie met de wortel, die de Kether is. Daarom wordt er over Sitra Achra gezegd dat zij zonder kroon is. Met andere woorden, omdat ze van de Kether gescheiden is, heeft ze geen kroon.
Nu kunnen we begrijpen wat de wijzen gezegd hebben ( Sanhedrin 29): “Allen die toevoegen, trekken af, wat betekent dat als je bij het getal optelt, het er af wordt getrokken.” Er staat geschreven (Zohar, Pekudei nummer249): “Hier is het hetzelfde,” verwijzend naar wat er binnen is, staat er, “Bovenal zult gij een tent maken met vier gordijnen.” Verwijzend naar wat er buiten is, staat er “elf gordijnen,” letters toevoegend, oftewel het toevoegen van de Ajien (de Hebreeuwse letter die erbij komt), en dit wordt van het getal afgetrokken. Er wordt één van nummer twaalf gehaald omdat de Ajien bij de twaalf wordt toegevoegd etc.
Het is bekend dat deze rekensom alleen in Malchoet tot uitvoering wordt gebracht, omdat zij de hoogte van haar traptrede berekent (door het Or Chozer dat in haar aanwezig is). Het is tevens bekend dat Malchoet “de wens om voor zichzelf te ontvangen genoemd wordt.
Als zij de wens om te ontvangen in het aangezicht van de wortel annuleert en niet langer voor zichzelf ontvangt maar alleen aan de wortel wenst te geven, dus net als de wortel de wens om te geven heeft, dan wordt Malchoet, die Anie (vert. Ik) heet, Ejn (vert. Niets). Alleen dan verheft zij het licht van Kether om haar Partsoef te bouwen, en verkrijgt zo twaalf Partsoefiem de Kedoesja.
Echter, als het voor zichzelf wenst te ontvangen, wordt het het boze Ajien (vert. Oog). Met andere woorden, waar Ejn was, oftewel de beperking in het aangezicht van de wortel die Kether is, is nu Ajien ( het zien en weten binnen het verstand) ontstaan.
Dat is wat bedoeld wordt met toevoegen. Het is wanneer men met aards begrip wil toevoegen en verder wil gaan door geloof binnen verstand. Met andere woorden, men is van mening dat het de moeite waard is om te werken met geloof binnen verstand, en de wens om te ontvangen maakt hiertegen geen bezwaren.
Dit veroorzaakt een tekort omdat ze van Kether, oftewel de wens om te geven, gescheiden zijn. Er bestaat niet langer een overeenkomst qua eigenschappen met de wortel, met Kether. Om deze reden wordt Sitra Achra “Malchoet zonder kroon” genoemd. De Malchoet van de Sitra Achra heeft geen Dvekoet met de Kether, en zonder de Partsoef Kether hebben ze slechts elf Partsoefiem.
Dat is de betekenis van “negenennegentig sterven door het boze oog” ( ninety nine die of the evil eye), want ze kunnen de Kether niet waarnemen. De Malchoet in hen, oftewel de wens om te ontvangen, heeft er geen behoefte aan om zich in het aangezicht van de wortel, de Kether, te beperken. Ze willen de Anie, de wens om te ontvangen, geen waarneming van het Ejn maken, die de annulering van de wens om te ontvangen is.
In plaats daarvan willen ze toevoegen, en op de plek waar een Ejn met Alef zou moeten zijn ( Alef is de eerste letter van het woord Ejn), plaatsen ze het boze Ajien (vert. Oog, en de eerste letter van het woord). Op deze manier vallen ze van hun traptrede door het gebrek aan Dvekoet met de wortel.
Dit is de betekenis van wat de wijzen zeiden: “Over iedereen die trots is zegt de Schepper, ‘hij en Ik kunnen niet in dezelfde ruimte verblijven,” omdat hij twee gezaghebbers maakt. Echter, wanneer iemand zich in een toestand van Ejn bevindt en zichzelf beperkt in het aangezicht van de wortel, dus als zijn enige intentie de wens om te geven is net zoals dat bij de wortel zelf het geval is, zal hij daar slechts één gezaghebber vinden: de Schepper zelf. Alles wat hij ontvangt in deze wereld is dan alleen omwille van het geven aan de Schepper.
Dat wordt bedoeld met: “De hele wereld was geschapen voor mij en voor het dienen van mijn Maker.” Om deze reden moet ik alles in deze wereld ontvangen zodat ik het aan de Schepper kan geven, dus om mijn Maker te dienen.
|