Voorwoord bij Talmoed Esser ha-Sfirot


(vertaling van het originele artikel met onze samenvattingen na elk paragraaf)

1) Voor alles vond ik voor mijzelf uitermate noodzakelijk om een ijzeren muur door te breken, wiens bestaan scheidt ons van de wetenschap Kabbala vanaf de tijden van de vernietiging van de Tempel en verder tot aan onze generatie, welke muur ons zeer ernstig belast en een alarm oproept, dat die voor Israël als wetenschap geheel en al in vergetelheid zou weleens kunnen raken.

En ziehier, wanneer ik mij tot een hart van iemand richt ten aanzien van deze leer, dan is de eerste vraag: “En waarvoor dien ik te weten, hoeveel engelen in de hemel zijn en hoe heten zij bij hun namen? Kan ik soms de hele Tora in al haar details en bijzonderheden zonder deze kennis niet vervullen?”.

Ten tweede, hij zal vragen: “Hebben de wijzen al niet verordend, dat men voor alles zijn buik met de Talmoed en de wetten dient op te vullen, en wie zou zichzelf wijs kunnen maken, door te zeggen, dat hij de hele openlijke Tora reeds voltooide, en hem slechts de geheime Tora ontbreekt?”.

Ten derde: hij is bang, om, door het bestuderen ervan, iets, G-d verhoede, kwijt te raken. Immers, er gebeurde nu en dan al, dat mensen naar aanleiding van het zich bezig zijn met de Kabbala, van de weg van de Tora afraakten. “En als het ermee zo staat, waar heb ik deze ellende voor nodig? En welke dwaas zou zich zo maar aan een gevaar bloot stellen?”.

Ten vierde: zelfs degenen, die zich voor deze leer aangetrokken voelen laten hem niemand toe, behalve de heilige dienaars van de Almachtige; en niet eenieder, die de naam van de Schepper wenst te verkrijgen, zal komen en Hem verkrijgen.

Ten vijfde en het belangrijkste: “Immers, er bestaat een stelregel: bij elke twijfel - ga en zie, wat het volk zegt. En mijn ogen zien, dat de aanhangers van de Tora in mijn generatie zijn allemaal met mij in één mening erover eens, en het bestuderen van het verborgen deel van de Tora ontlopen. En zij antwoorden aan degenen, die hun vragen, dat het beters is, zonder enige twijfels, om een pagina van Gmara (in het Aramees “Talmoed” - vert.) in plaats van deze bezigheid te leren”.

Samenvatting p. 1:

Bedachte, standaard uitdrukkingen van degenen, die de open Tora bestuderen tegen het bestuderen van de Kabbala, als gevolg van het niet-begrijpen, dat de Kabbala, eveneens als de hele Tora, voor het bereiken van het doel van de schepping is gegeven.

2) Desalniettemin, indien wij ons aandacht op het antwoord van slechts één beroemdste vraag zullen vestigen - dan ben ik overtuigd, dat alle overige vragen en twijfels uit het gezichtsveld zullen verdwijnen, en, na te hebben gekeken, waar die geweest waren, zal je zien, dat die er niet zijn. Het gaat om een schreeuwende vraag, welke door iedereen, die in deze wereld neerdaalt, gesteld is, - om de vraag: “Wat is de zin van ons leven?”. Ziehier de jaren van dit ons leven, die ons zo veel kosten, welke jaren bezorgen ons, in de regel, alleen maar leed en kwellingen, welke wij daarvoor verdragen, om uiteindelijk ons daarin te berusten - wie geniet dan ervan? Of, om preciezer te zijn, aan wie geef ik een genieting?

En de waarheid is, dat de onderzoekers van verschillende generaties zijn al moe geworden om over deze kwestie te overpeinzen; en laat staan onze generatie, waarin zelfs niemand zal wensen om erover na te denken. En daarnaast ook nog de essentie van de vraag blijft onveranderd in al zijn kracht en bitterheid, want soms overrompelt die ons, waarbij hij ons verstand doorbrandt en tot stof vernedert, voordat wij erin slagen om een aan allen bekend “truckje” te vinden: een kwijnend bestaan, terwijl wij in de stroom des levens, net als op de dag van gisteren, erover niet nadenken.

Samenvatting p. 2:

De Tora richt zich alleen aan hem, wie geen tevredenheid in zijn bestaan vindt en die naar het doel van het leven zoekt.

3) Juist ter oplossing van dit raadsel is het gezegd: “Proef eens en vergewis je hoe goed de Schepper is”. Want degenen, die de Tora en Voorschriften vervullen naar behoren - zij smaken de smaak van het leven en zien en getuigen, dat de Schepper goed is. Zoals de wijzen plachten te zeggen: Hij schiep werelden, om voorspoed aan Zijn schepselen te brengen - immers het is in de aard van de Goede om het goed te brengen.

Echter degene, die de smaak van het leven van het vervullen van de Tora en Voorschriften nog niet geproefd had, kan natuurlijk niet begrijpen en voelen, dat de Schepper goed is, zoals de wijzen plachten te zeggen; d.w.z., dat de hele intentie van de Schepper terwijl Hij de schepping schiep was, om hem alleen het goed te brengen. En daarom is er geen ander advies, behalve dan de Tora en Voorschriften naar behoren te gaan vervullen.

En daarover is in de Tora geschreven: “Kijk, vandaag bod Ik je het leven en goed aan, een dood en kwaad” [Dvariem, 30, 30:15]. D.w.z., vóór het schenken van de Tora was vóór ons niets behalve dood en kwaad; zoals de wijzen zeiden: “Boosdoeners heten bij hun leven doden”. Aangezien hun dood is beter dan hun leven, want het leed en kwellingen, welke men omwille van het onderhoud van zijn leven ondervindt, overtreffen in vele malen die kleine genieting, welke men in dit leven gewaarwordt.

Echter nu zijn wij de Tora en Voorschriften waardig bevonden zijn, door het uitvoeren waarvan wij een waar, vreugdevol en zijn bezitter verblijdend leven waardig geacht worden; zoals gezegd is: “Proef eens en vergewis je, dat de Schepper goed is”. En daarom is het gezegd: “Kijk, vandaag bod Ik je het leven en goed aan, een dood en kwaad” - datgene, wat jullie vóór het schenken van de Tora in werkelijkheid berhaupt niet hadden.

En daarmee beëindigt geschrevene: “Kies toch voor het leven, opdat gij en uw nakomelingschap zullen leven”. Immers, het schijnt een tautologie te zijn: “Kies toch voor het leven, opdat gij en uw nakomelingschap zullen leven”? Het wordt hier echter het leven in het vervullen van de Tora en Voorschriften bedoeld - dan leeft men waarlijk. Terwijl het leven zonder de Tora en Voorschriften is zwaarder dan de dood. En daarover zeiden de wijzen: “De boosdoeners heten bij hun leven doden”.

En daarover is het gezegd: “Opdat gij en uw nakomelingschap zullen leven” - d.w.z., het leven zonder de Tora ontzegt zijn bezitter niet alleen van welke genieting dan ook, maar het kan tevens anderen geen genieting geven; met andere woorden, zelfs van zonen, welke hij voortbrengt, heeft hij geen genieting, want het leven van deze zonen is eveneens zwaarder dan de dood. En welk geschenk zal hij hen als erfenis nalaten?

Echter degene, die door de Tora en Voorschriften leeft, werd niet alleen zelf waardig geacht om van zijn eigen leven te genieten, hij is tevens blij om zonen voort te brengen en hen een deel van dit goed leven door te geven. En daarover is gezegd: “Opdat gij en uw nakomelingschap zullen leven” - want bij hem bestaat een aanvullende genieting in het leven van zijn zonen, daar hij hun oorzaak is geweest.

Samenvatting p. 3:

De Tora antwoordt op vragen over het doel van het leven en over de reden van het lijden. Het doel van het leven bestaat in een gewaarwording van de Schepper. Het leed is alleen om de mens ertoe te brengen.

4) In het licht van datgene, wat gezegd is, begrijp (wending tot de lezer - vert.) de uitspraak van de wijzen over de uitdrukking: “Kies voor het leven”. En hier zijn ze: “Ik wijs u aan, dat jullie dat deel zullen kiezen, welk “leven” heet, zoals een mens, die tegen zijn zoon zegt: “Kies voor jezelf een deel in mijn erfenis uit”. En hij plaatst hem boven dat prachtig deel en zegt: “Kies dat voor jezelf”. En daarover is het gezegd: “De Schepper is mijn lot en mijn erfdeel, Gij onderhoudt mijn lot. Gij legde mijn hand op het goede lot, terwijl Gij zei: “Neem dat voor jezelf”.

En op het eerste gezicht zijn deze woorden onbegrijpelijk; immers het is gezegd: “Kies voor het leven”, en de bedoeling is, dat de mens zelf verkiest. En de wijzen zeggen, dat Hij plaatst de mens boven een prachtig deel. Indien het zo staat, dan hier is al geen sprake van keuze? En bovendien, men zegt, dat de Schepper een hand van de mens op het goede lot legt. Dat is zeer verwonderlijk: want, indien het ermee zo staat, waar is dan de keuze, die aan de mens toebehoort?

En in het licht van datgene, wat boven uiteen is gezet, begrijp hun woorden letterlijk. Want waarlijk is dat en zeer correct, dat de Schepper Zelf een hand van de mens op het goede lot legt - daarmee, dat Hij hem het leven van een genieting en zaligheid binnen het materiële leven geeft, welk materieel leven vol leed en kwellingen is en geen enkele inhoud heeft. En de mens beslist losraakt en vlucht ervan, zodra men hem een of andere rustige plaats zullen laten zien, al was het maar als aan degene, die van het raampje uitkijkt; en hij wenst daar van dit leven uit te glijden, welk leven zwaarder dan de dood is. En er kan geen opleggen van een hand van de mens van de kant van de Schepper groter zijn, dan dit.

De keuze van de mens bestaat echter slechts in de vraag van versterking, omdat hier natuurlijk een groot werk en veelvuldige inspanningen nodig zijn, voordat hij zijn lichaam zal zuiveren en de Tora en Voorschriften naar behoren zal kunnen vervullen, om aan zijn Schepper een genieting te verschaffen, wat “liesjma” heet; en alleen zo wordt hij een gelukkig en aangenaam leven waardig geacht, welk leven met het vervullen van de Tora gepaard gaat.

Maar vóórdat hij een zulke zuivering bereikt, neemt hij zijn toevlucht tot de keuze, om zich op de goede weg met behulp van allerlei middelen en truckjes te versterken. En laat hij alles doen, wat hij in zijn krachten zal vinden, totdat hij het werk ter zuivering voltooid zal hebben, en laat hem niet vallen, G-d verhoede, onder de zwaarte van zijn lading in het midden van de weg.

Samenvatting p. 4:

De Schepper trekt tot zich aan door een gewaarwording van rust onder het lijden. De mens dient door zijn voortdurende inspanning trachten in alles het bestuur van de Schepper te gewaarworden. Het zuiveren van een lichaam - dat is het zich bevrijden van egoďstische gedachten, in de Schepper te geloven en in Zijn bestuur, hoe Hem vreugde te verstrekken. De keuze bestaat daarin, om op elk moment alleen voor die gedachte te kiezen. De Schepper helpt om een keuze te maken, waarbij Hij het leed en een schittering van rust zendt in gedachten over Hem. Op die manier komt een keuze van de mens erop neer, om door een wilsinspanning de gedachte vast te houden van het feit, dat de Schepper hem bestuurt.

5) En in het licht van deze uiteenzettingen begrijp de woorden van de wijzen uit het traktaat Avot: “Zo is de weg van de Tora: brood met zout eet, een weinig water drink, op de aarde slaap, door het lijden leef en in de Tora zwoeg. Indien je zo zal doen - gelukkig ben je en je het goed hebt. Gelukkig ben je in deze wereld en je hebt het goed in de toekomstige wereld”.

En men dient te vragen over het verband tussen hun woorden: waarin onderscheidt de wetenschap van de Tora zich toch van overige wetenschappen van de wereld, die geen ascetisme en het leven in het lijden vereisen, maar alleen arbeid, om ze te bevatten? Echter in de wetenschap van de Tora is dat allemaal nog niet afdoende, hoewel wij zeer veel werken, om haar waardig geacht te worden, indien wij niet tot zulke beperkingen ons toevlucht zullen nemen, zoals brood met zout, het leven in het lijden, e.d.?

En de uiteindelijke uitspraak is nog verwonderlijker: “Indien je zo zal doen - gelukkig ben je in deze wereld en je hebt het goed in de toekomstige wereld”. Laten wij aannemen, dat in de toekomstige wereld zal het mij, mogelijkerwijs, goed zijn. Maar in deze wereld, terwijl ik mij in eten, drinken, slaap folter en in een groot leed leef - dat men over een zulk leven zou zeggen: “Gelukkig ben je in deze wereld”? Zal een zulk leven in het begrijpen van deze wereld gelukkig genoemd kunnen worden?

Samenvatting p. 5:

Het doel - een gewaarwording van de Schepper - welk doel leven heet, kan men alleen bereiken door zich volledig van egoďstische wensen, van gedachten aan zijn eigen voordeel, te bevrijden. De Tora wijst aan, hoe dat te doen: zich zelfs in het meest noodzakelijke te beperken - in brood, water, slaap, en al zijn gedachten tot een mogelijkheid af te stormen om de Schepper met zichzelf blij te maken. Een zulke toestand te bereiken, terwijl men zich nog in onze wereld bevindt, dat is juist het doel van alle kringlopen des levens van de mens.

6) En desalniettemin, in het licht van datgene, wat hierboven over het leren van de Tora en het vervullen van Voorschriften naar behoren gezegd werd, onder de meest strenge voorwaarde, dat het gedaan wordt, om aan zijn Schepper een genieting te verschaffen, en niet ten einde zichzelf tevreden te stellen - is het onmogelijk om dat anders te bereiken, dan door middel van een groot werk en velerlei inspanningen in het zuiveren van het lichaam.

En het eerste truckje is: om zichzelf aan te leren om niets voor zijn eigen genieting te ontvangen zelfs van datgene, wat wel toegestaan en noodzakelijk is voor het onderhoud van het lichaam van de mens; zoals het eten, drinken, slaap e.d. levensattributen. Op die manier, om zichzelf volledig van welke genieting dan ook af te zonderen, welke genieting ermee gepaard gaat zelfs als het noodzakelijk is, in het proces van het voorzien hem van het levensonderhoud, totdat hij door zijn lijden in de letterlijke zin zal gaan leven.

En dan, nadat hij eraan al gewend is geraakt, en in zijn lichaam al generlei wens is om een of andere genieting voor zichzelf te ontvangen - dan kan men, vanaf dit moment, zich met de Tora bezighouden en Voorschriften op dezelfde manier te vervullen, d.w.z., om aan zijn Schepper een genieting te geven, en niet voor zijn eigen genieting van iets.

En wanneer hij dat waardig bevonden wordt, dan wordt hij waardig geacht om van het gelukkige leven te proven, dat vol van allerlei goed en genieting is, zonder een of andere gebrek in de vorm van het lijden; het leven, dat in het leren van de Tora en uitvoeren van Voorschriften “liesjma” onthuld wordt. Zoals rabbi Meir zei (tr. “Avot”, 86): “Eenieder, die zich met de Tora “liesjma” bezighoudt, wordt veel waardig geacht. En bovendien: de hele wereld verkrijgt voor hem zin, en aan hem worden de geheimen van de Tora geopenbaard, en hij wordt, als een in kracht steeds toenemende bron”.

En over hem is gezegd: “Proef een en vergewis je, dat de Schepper goed is”, omdat degene, die de smaak van het zich bezighouden met de Tora en Voorschriften “liesjma” - juist hij het scheppingsplan waardig bevonden wordt en ziet hem zelf, welk scheppingsplan alleen daarin bestaat, om het voorspoed aan Zijn schepselen te brengen; want het is in de aard van de Goede om het goed te brengen. En hij is vrolijk en blij in de jaren van zijn leven, welke de Schepper hem geschonken had, en de hele wereld heeft zin voor hem.

Samenvatting p. 6:

Als gevolg van dergelijke zelfbeperkingen ontwent de mens geleidelijk van alle verzoeken van zijn lichaam, behalve de meest minimale, welke hij als de meest noodzakelijke voor zijn bestaan ontvangt, vervalt bij hem de wens om zijn lichaam genot te verschaffen, en de mens begint een genieting te gewaarworden van intenties om de Schepper te verblijden.

7) Nu zal je begrijpen beide zijden van een munt in de vraag over de bezigheid met de Tora en Voorschriften. Eén zijde - dat is de weg van de Tora, d.i. een groot voorbereidend werk, wanneer een mens de zuiverheid van zijn lichaam dient voor te bereiden, vóórdat hij het eigenlijke vervullen van de Tora en Voorschriften waardig bevonden zal worden. En dan houdt hij zich ongetwijfeld met de Tora en Voorschriften “liesjma” bezig, maar met contaminaties van een intentie voor zijn eigen genieting, immers hij slaagde er nog niet in om zijn lichaam van de wens voor eigen genieting van ijdelheden van deze wereld te ontvangen te zuiveren. En in die tijd is op hem het leven door lijden en het zwoegen in de Tora opgelegd, zoals in de Misjna gezegd is.

Wanneer hij echter ook de weg van de Tora beëindigde en voltooide, en zijn lichaam is al gezuiverd en voorbereid om de Tora en Voorschriften “liesjma” te vervullen, ten einde een genieting aan zijn Schepper te verstrekken - dan pas komt hij tot de tweede zijde van een munt: tot het leven in zaligheid en een grote rust, wat met name het voornemen van de schepping was: “om Zijn schepselen het goed te brengen” - d.w.z., tot het allergelukkigste leven én in deze wereld, én in de toekomstige wereld.

Volgende pagina



Deze website kabbalah.info wordt onderhouden door de
Nederlandse afdeling van
"Bnei Baruch"

Copyright ©1996. Bnei Baruch. All rights reserved.