|
|
|
|
|
|
Samenvatting p. 56: Dus, het onthullen van de Schepper aan de mens is de garantie van datgene, dat de mens voortaan rechtvaardige zal zijn en daarom heet het “een getuigenis van de Schepper”. 57) Een zulke terugkeer van de mens tot de Schepper heet het terugkeren uit angst: immers hoewel hij keerde tot de Schepper met heel zijn verstand en hart (wensen) dermate terug, dat de Schepper zelf getuigt, dat de mens al niet meer zal zondigen, maar al deze zekerheid gaat van het bevatten van het bestuur uit, van een gewaarwording van het leed voor overtredingen - daarom weet de mens zeker, dat hij niet meer zal zondigen, zoals de mens ervan zeker is, dat hij geen leed zichzelf opzettelijk zal bezorgen. Maar een zulke terugkeer tot de Schepper en de zekerheid in het vervullen van Zijn wensen gaan uit angst voor bestraffingen uit, welke bestraffingen terstond na het zondigen volgen. Vandaar, dat een zulke terugkeer is niet meer, dan angst voor straf en daarom heet het terugkeer uit angst (voor straf, voor leed). Samenvatting p. 57: Aangezien het streven (het terugkeren) naar de Schepper en de zekerheid in rechtvaardigheid gaat uit angst voor een bestraffing uit, heet dat het terugkeren uit angst. 58) Hieruit zullen wij begrijpen, wat de wijzen plachten te zeggen: “Degene, die het terugkeren bereikte, d.w.z., de correctie van zijn daden uit angst, wordt waardig geacht, dat al zijn opzettelijke, bewuste vorige overtredingen veranderen in onopzettelijke, onbewuste misstappen”. Het gaat erom, dat alle opzettelijke overtredingen worden door de mens gedaan vanwege zijn bevinding in een dubbele verborgenheid van de Schepper, als gevolg waarvan hij gelooft in het geheel niet in het bestuur door beloning en bestraffing. Een eenvoudige verborgenheid van de Schepper betekent, dat de mens gelooft in het bestuur door beloning en bestraffing, maar wegens grote lijden soms niet in staat is om zich van verleidingen te zondigen af te houden. Immers, ondanks het geloof in datgene, dat het leed komt tot hem als een straf voor zijn overtredingen, gelijkt het toch op iemand, die zijn bekende van achteren ziet, wanneer hij zich in twijfels verkeert of dat inderdaad hij is, waar hij over denkt. Vandaar, dat als gevolg van het geloof in het bestuur door beloning en bestraffing zijn zijn overtredingen niet meer dan misstappen, want hij voelt niet, alleen maar gelooft. En daarom is hij soms niet in staat om te geloven, het een en ander onder invloed van pijnlijk leed, en daardoor zondigt hij. Want de hele plicht van de mens bestaat alleen daarin, om in al zijn toestanden in het bestaan van de Schepper en dat Hij alles bestuurt te geloven. Men een Voorschrift of een overtreding wordt bedoeld: hij gelooft in de Schepper en Zijn bestuur - hij vervult een voorschrift; hij gelooft niet - hij zondigt. D.w.z., het zondigen betekent het ontbreken van het geloof. Daarom komen overtredingen van het grote leed - dat zijn misstappen, onopzettelijke overtredingen, die als gevolg van het grote leed verschenen en niet door een schuld van de mens. Terwijl bij een dubbele verborgenheid van de Schepper, wanneer hij berhaupt in de Schepper van het heelal, en laat staan, natuurlijk, in Zijn bestuur, niet gelooft - zulke toestand van de mens ten aanzien van de Schepper heet opzettelijk zondigen. Samenvatting p. 58: Het terugkeren uit angst verandert de opzettelijke zonden in onopzettelijke, in misstappen: omdat opzettelijke zonden het gevolg zijn van een absolute (dubbele) verborgenheid van de Schepper, die in de mens het ongeloof in Zijn bestuur door een beloning en een bestraffing oproept. 59) Daarom is hij dermate zeker van zichzelf, dat hij niet meer zal zondigen - het een en ander na zijn terugkeer tot de Schepper uit angst voor straf, welke terugkeer het bevatten van het bestuur door beloning en bestaffing betekent - dat de trap van de dubbele verborgenheid van de Schepper corrigeert zich eens en voor altijd. Omdat hij met zijn eigen ogen het bestuur door beloning en bestraffing ziet, en het is hem duidelijk, dat al het leed werd hem in het verleden als straf voor zondigen gezonden, en nu hij ziet, dat zijn gedrag in het verleden een bittere fout was. Want toen dacht hij, dat de Schepper de wereld niet bestuurt, en nu ziet hij, dat het bestuur van de Schepper absoluut goed is. En daarom rukt hij al zijn opzettelijke overtredingen met de wortel en al uit, maar bevrijdt zich ervan volkomen niet, en zij blijven in hem als misstappen, gelijk misstappen, die in de toestand van een eenvoudige verborgenheid van de Schepper gedaan werden, wanneer hij zich als gevolg van een verwarring vergiste, wegens veelheid aan het leed, dat het verstand van de mens in verwarring brengt. Vandaar, dat opzettelijke overtredingen in vergissingen veranderen. Samenvatting p. 59: Het terugkeren uit angst geeft de mens een gewaarwording van het bestuur door een beloning en een bestraffing, wat hem ontbrak in een dubbele verborgenheid van de Schepper en daarom corrigeert zijn vorige opzettelijke overtredingen in onopzettelijke daarmee, dat hij ziet, dat zijn lijden een straf was voor zijn opzettelijke overtredingen. - een middelmatige, na uit angst te hebben teruggekeerd, ontvangt van de Schepper een getuigenis over het niet terugkeerbaarheid in een verborgenheid, en zijn opzettelijke zondigen veranderen in misstappen. 60) Maar een eenvoudige verborgenheid van de Schepper, die vóór het terugkeren geweest was, en als gevolg daarvan gedane misstappen, blijven zonder enige verandering en correctie, omdat eveneens als vroeger geloofde hij, dat het leed komt tot hem wegens een straf. Samenvatting p. 60: Maar misstappen van het verleden worden niet door het terugkeren uit angst gecorrigeerd, omdat hij geloofde eveneens als vroeger, dat zijn leed - een bestraffing is. 61) Degene, die het opengaan van het gezicht van de Schepper bereikt, Zijn absoluut goed gewaarwordt, die ziet, dat de Schepper absoluut goed voor al Zijn schepselen is, zowel voor rechtvaardigen als voor zondaars, daar hij het bestuur van de Schepper rechtvaardigt, heet vanaf het moment van het opengaan van het gezicht van de Schepper rechtvaardige. Maar daar hij nog niet volledig gecorrigeerd is - hij corrigeerde alleen de dubbele verborgenheid van het gezicht van de Schepper, maar de eenvoudige verborgenheid in het verleden nog niet corrigeerde, vanwege zijn niet-gecorrigeerd verleden, blijft bij hem de verborgenheid van de gezicht van de Schepper zoals dat ook eerder het geval was. Daarom heet degene, die zijn verleden niet gecorrigeerd heeft, niet-volledige, niet-volmaakte rechtvaardige. Daar hij het bestuur van de Schepper als absoluut goed gewaarwordt, heet hij rechtvaardige. Maar vóórdat hij het bestuur van de Schepper als goed gewaarwerd, was hij in twijfels, hij kon niet zeggen, dat de Schepper goed en rechtvaardig in Zijn bestuur ten aanzien van hem was. En hoewel deze twijfels misstappen genoemd worden, blijven zij toch overtredingen, en daarom heet hij niet-volledige rechtvaardige. Samenvatting p. 61: Daar hij nog zijn verleden dient te corrigeren, heet hij niet-volledige rechtvaardige. 62) En hij heet ook middelmatige, die zich tussen angst en liefde bevindt, omdat na zijn terugkeer uit angst voor straf en het streven naar beloning te hebben bereikt, ontving hij een mogelijkheid om door het vervullen van de Tora en Voorschriften de terugkeer uit liefde te bereiken. En dan wordt hij volledige rechtvaardige genoemd. Samenvatting p. 62: Daar hij angst bereikte, maar nog geen liefde, heet hij “middelmatige” en is in staat om liefde voor de Schepper te bereiken. 63) Er werd dus de eerste trap van het opengaan van het gezicht van de Schepper aan het licht gebracht : het bevatten, het gewaarworden van het bestuur door beloning en straf, wanneer de Schepper zelf, door het opengaan van zijn gezicht, getuigt, dat de mens al niet meer zal zondigen. En dat heet het terugkeren uit angst, wanneer opzettelijke overtredingen in onopzettelijke, misstappen, veranderen, en de mens heet onvolmaakte rechtvaardige, of middelmatige. Samenvatting p. 63: Een middelmatige, die uit angst terugkeerde, ontvangt een getuigenis van de Schepper over zijn niet-terugkeerbaarheid in de verborgenheid, en zijn opzettelijke overtredingen veranderen in misstappen. 64) De tweede trap van het opengaan van het gezicht van de Schepper heet het bevatten van het ware, eeuwige bestuur, een gewaarwording van de mens, dat de Schepper al Zijn schepselen - zowel zondaars, als rechtvaardigen - alleen door een absoluut goed bestuurt. Degene, die deze trap bevat, heet volmaakte rechtvaardige. En het terugkeren uit liefde verandert alle opzettelijke vorige overtredingen in verdiensten. Enfin, de drie achtereenvolgende trappen van het bevatten van het bestuur van de Schepper zijn: een dubbele verborgenheid van (het gezicht van) de Schepper, een eenvoudige verborgenheid van (het gezicht van) de Schepper, de eerste opengaan van (het gezicht van) de Schepper (het bevatten van het bestuur door beloning en straf, het terugkeren uit angst) - deze zijn niet meer, dan voorlopige en voorbereidende trappen, langs welke de mens het bevatten van de vierde trap bereikt - het bevatten van het ware, eeuwige bestuur. De bepalingen van “ware en eeuwige” duiden daarop, dat hem datgene onthuld wordt, dan de Schepper juist altijd zo allen bejegent, alleen de mens, gezien zijn niet-gecorrigeerde natuur, een dubbele, eenvoudige verborgenheid gewaarwordt of een eenvoudige opengaan van de Schepper. Een volmaakte rechtvaardige noemt men een mens, die nooit in zijn leven zondigde. Maar er is gezegd in de Tora: “Er is geen rechtvaardige op de aarde, die het goed doet en niet zondigt”. De Tora verhoudt zich tot deze bepaling, zoals wij zien, helemaal anders: aangezien alle handelingen van de mens alleen door dat geestelijk niveau bepaald zijn, waar hij zich op een gegeven moment bevindt, bestaat er op elke trap van een geestelijke opstijgen een toestand, die volmaakte rechtvaardige heet, terwijl het onmogelijk is voor degene, die zich daarin bevindt, om te zondigen. En op dat niveau zondigde een mens nooit. In de Kabbala heet dit deel van een geestelijke toestand een deel van een partsoef onder de borst, welk deel ook wel “de boom des levens” heet of “chassadiem mechoesiem”. Op dit deel is er geen Voorschrift voor het terugkeren (tsjoeva). Na het overwinnen ervan stijgt een mens op een hogere trap. Maar ook daar dient hij een dergelijke weg af te leggen, d.i. twee achtereenvolgende toestanden: een volmaakte rechtvaardige en “er is geen rechtvaardige op de aarde, die goed doet en niet zondigt”. Samenvatting p. 64: De 4e trap van het bevatten van het bestuur - dat is het gewaarworden van de absoluut goede houding van de Schepper tot allen, dat in de mens het terugkeren uit liefde oproept, het veranderen van opzettelijke zonden in verdiensten, en een status van een volmaakte rechtvaardige. 65) Maar waarom is het bevatten van de derde trap, het bestuur door beloning en bestraffing, niet afdoende is, wanneer de Schepper zelf getuigt, dat hij al niet meer zal zondigen? Daarom heet die dan nog middelmatige of niet-volmaakte rechtvaardige, wat spreekt over een onvolmaakte geestelijke toestand in de ogen van de Schepper? Welk additioneel gebrek bestaat er nog in zijn geestelijk werk? Samenvatting p. 65: Waarom is het niet afdoende voor de mens om een middelmatige te zijn en de wil van de Schepper te vervullen? 66) Onder de 613 Voorschriften van de Tora is een Voorschrift over de liefde voor de Schepper. Maar hoe kan men een liefde opleggen of ervoor te dwingen? De Tora wijst aan: indien de mens de 612 Voorschriften vervult, dan wordt het 613e, het Voorschrift om de Schepper lief te hebben, door hem onwillekeurig vervuld. Daarom wordt het geacht, dat van de mens afhangt om het te vervullen, na 612 Voorschriften te hebben vervuld. Samenvatting p. 66: Men kan niet dwingen om lief te hebben, maar door 612 Voorschriften te vervullen, wordt de mens noodgedwongen met de liefde voor de Schepper vervuld. 67) Maar indien na het vervullen van 612 Voorschriften, het 613e automatisch vervult wordt, waar is het voor nodig om het apart te noemen? Immers het is afdoende om te verplichten om 612 Voorschriften te vervullen, waarna de liefde voor de Schepper uit zichzelf komt? Samenvatting p. 67: Maar indien de liefde uit zelfzelf komt, is het dan een aanwijzing afdoende om 612 Voorschriften te vervullen? 68) Alle karaktertrekken van de mens, al zijn eigenschappen, welke hij in het omgaan met zijn omgeving gebruikt, zelfs de meest lage, zijn voor de mens noodzakelijk in zijn werk voor de Schepper, in zijn inspanningen omwille van de Schepper. En alleen en juist daardoor zijn in de mens zijn eigenschappen en karaktertrekken als zodanig geschapen - die zijn de meest geschikt voor deze hun uiteindelijke rol, wanneer de mens ze allemaal gebruikt voor het ontvangen van al de overvloed aan een genieting van de Schepper en omwille van de Schepper, zoals is gezegd: “aan Mij en voor Mijzelf schiep Ik al deze” (Jesjajahoe 43:7), “Alles doet de Schepper voor Hemzelf” (Misjlej 16:4). D.w.z., de natuur, waarmee de Schepper de mens schiep, is juist zodanig, dat terwijl men die volledig gebruikt, kan eenieder in volmaaktheid omwille van de Schepper werken. En juist daarom schiep de Schepper eenieder van ons als zodanig. Daarom zijn alle karaktertrekken, alle eigenschappen van de mens voor hem noodzakelijk voor het bereiken van het doel van zijn schepping. En deze wereld is voor hem voorbeschikt, opdat al zijn eigenschappen en karaktertrekken zich in het proces van zijn interactie met de omgeving ontwikkeld zullen worden en op die manier geschikt voor hun uiteindelijk doel zullen zijn. Daarom is het door de wijzen gezegd: “De mens dient te zeggen: voor mij is de hele wereld geschapen”, omdat de hele omringende wereld voor hem noodzakelijk is voor het ontwikkelen van zijn eigenschappen tot de graad van hun bruikbaarheid in het bereiken van het doel. En wanneer de mens het einddoel van zijn schepping bereikt, dan gewaarwordt hij de noodzaak in al zijn eigenschappen, karaktertrekken: wanneer de mens wenst om zijn Schepper te dienen, dan heeft hij al zijn natuur nodig, met name met al hun wensen en eigenschappen kan hij de Schepper volledig dienen. En indien hij, al was het maar het allerkleinste uit datgene, wat in hem geschapen is, niet gebruikt, is zijn werk niet volmaakt. Daarom is het gezegd: “En Gij zult uw Schepper met al uw ziel en heel uw hart liefhebben”. Samenvatting p. 68: Alle eigenschappen van de mens, de hele omgeving, alles wat zich voordoet, is noodzakelijk voor de geestelijke ontwikkeling van de mens tot de 4e trap. 69) En daar het einddoel van de menselijke ontwikkeling - het bereiken van de liefde voor de Schepper is, dient men de essentie van deze liefde te begrijpen, uitgaande van het begrip van de liefde in onze wereld, want ook de liefde voor de Schepper loopt langs dezelfde gewaarwordingen door, als ook de liefde voor iemand, omdat oorspronkelijk is het gevoel van liefde in deze wereld ons alleen voor het ontwikkelen van de liefde voor de Schepper gegeven. Maar indien wij in het gevoel van liefde tussen mens tot mens zullen bekijken, dan zullen wij twee trappen van dit gevoel ontdekken, die in vier ingedeeld worden. Samenvatting p. 69: Een liefde voor de Schepper gelijkt op de aardse liefde. In de liefde voor de Schepper zijn er 4 achtereenvolgende trappen. 70) De eerste - dat is de afhankelijke liefde, die als gevolg van de ontvangen goeden gewaarwordingen, genietingen, geschenken, ontstaat, wanneer de ziel van de mens tot de gever van deze gewaarwordingen in een gevoel van een grote liefde aangetrokken wordt. En in dit gevoel zijn er twee varianten: a) vóórdat zij maakten kennis met elkaar en van elkaar gingen houden, veroorzaakten zij elkaar onaangenaamheden, waar zij nu niet aan wensen te herinneren, omdat alle wederzijds veroorzaakte onaangenaamheden worden nu met een liefde overgelapt, omdat indien zij van de liefde wensen te genieten, dan eenieder dient te herinneren, dat men niet mag over het leed, in het verleden van de geliefde ontvangen, in herinnering brengen. b) nooit veroorzaakten zij elkaar enige onaangenaamheden, maar integendeel, altijd riepen zij alleen goede gevoelens door hun daden op, en daarom zijn er geen slechte herinneringen. Samenvatting p. 70: De 1e trap - dat is een afhankelijke liefde, die uit ontvangen genietingen ontstaat, maar er zijn herinneringen overgebleven over vorige kwellingen van een geliefde. De 2e trap - het beseffen, dat een geliefde nooit het leed veroorzaakte. 71) Ontbreekt vanwege een fout in de numeratie van het origineel. Samenvatting p. 71: Ontbreekt in het origineel. 72) De tweede - onafhankelijke, eeuwige liefde, die van generlei voorwaarden afhankelijk is, omdat hij bevatte de grootsheid van de eigenschappen van Hem, die hem liefheeft, in hoeverre zij volmaakt zijn, zelfs in vergelijking met die eigenschappen, welke hij zich eerder voorgesteld had, en daarom vond hij de weg naar Hem met een gigantische liefde. Ook hier zijn twee varianten: a) Vóórdat hij over alle verrichtingen van zijn geliefde met de overigen te weten kwam, wordt zijn liefde als onvolmaakte bepaald, omdat het kan best zijn, dat in verrichtingen van de geliefde ten aanzien van de omgeving tevens zulke zijn, welke hem als slechte, onaardige lijken, en indien hij ze zou zien, dan zou zijn mening over de geliefde in het geheel bedorven worden en het gevoel van liefde zou verdwijnen. En alleen door het feit, dat zulke daden van zijn geliefde aan hem niet bekend zijn, is zijn liefde enorm groot en volmaakt is. Samenvatting p. 72: De 3e trap - dat is een onafhankelijke liefde, die uit het bevatten van het feit ontstaat, dat een geliefde absoluut goed voor hem is. Maar deze liefde is nog niet volmaakt, aangezien hij niet weet over de houding van zijn geliefde tot allen. 73) b) Aangezien hij alle verrichtingen van zijn geliefde ten aanzien van allen bevatte, verifieerde en vond, dat zij zijn allemaal volmaakt, en dat zijn goedheid geen grenzen kent, hoger dan alles, wat hij zich vroeger voorgesteld had, komt hij tot het gevoel van de absolute, volmaakte, eeuwige, onveranderlijke liefde. Samenvatting p. 73: De 4e trap - dat is de volmaakte onafhankelijke liefde, als gevolg van kennis van de volmaaktheid en de absolute goedheid van de geliefde tot allen. 74) Deze 4 vormen van liefde tussen mensen worden eveneens tussen de mens en de Schepper vertoond. Maar hier vormen deze gevoelens 4 achtereenvolgende trappen van het bevatten, van het gewaarworden van de Schepper. Bovendien, het is onmogelijk, om de laatste trap te bereiken, zonder de 3 vorige achtereenvolgens te doorlopen: 1. afhankelijke liefde 2. onafhankelijke liefde 3. onvolmaakte liefde 4. eeuwige liefde Samenvatting p. 74: Deze 4 trappen van de aardse liefde zijn er ook in de houding tot de Schepper te vinden, maar hier worden zij tot trappen van achtereenvolgende samenvloeiing met de Schepper. 75) Maar hoe kan men zelfs een afhankelijke liefde bereiken, een liefde als gevolg van het beseffen, dat een geliefde hem altijd alleen maar goed deed, indien in onze wereld geen beloning voor het vervullen van Voorschriften bestaat, en daarom is het onmogelijk om te weten te komen en te verifiëren, dat een geliefde hem altijd met liefde bejegende en hem altijd alleen maar goed deed? Eenieder is verplicht om de eerste twee trappen van het bevatten van het bestuur door te lopen - d.i. een gewaarwording van een verborgenheid van de Schepper. Het gezicht van de Schepper betekent een gewaarwording door de mens van al het goede, wanneer een mens het van de Schepper uitgaande rechtstreeks ontvangt, datgene, wat de Schepper volgens Zijn eigenschap van het absolute goed doen. Indien echter het goed van de Schepper door een gewaarwording van leed verborgen is, heet deze gewaarwording een verborgenheid van het gezicht, of de rug van de Schepper (p. 47). Een vrije keuze, een beslissing van de mens, om door een wilsinspanning in de Schepper en in Zijn bestuur op elk moment van zijn leven te geloven en daarom Zijn wensen te vervullen, is alleen mogelijk bij een verborgenheid van het gezicht van de Schepper. En indien het zo is, hoe kan de mens een onafhankelijke liefde bereiken, datgene beseffen, dat zijn geliefde hem altijd alleen maar goed deed en hem nimmer en nooit iets kwaads veroorzaakte, en bovendien, hoe kan men de 3 en de 4 trap van de liefde bereiken? Samenvatting p. 75: Maar terwijl hij het leed van een dubbele en een eenvoudige verborgenheid van de Schepper ondervindt, hoe kan hij tot een afhankelijke liefde komen, die als gevolg van het ontvangen van genietingen ontstaat? 76) Het is gezegd (tr. Brachot 17): “Gij zult uw eigen toekomstige wereld nog bij uw leven zien”. Maar waarom is het niet gezegd “zult ontvangen”, maar alleen “zien”? En waarom zou de mens zijn toekomstige wereld in die leven hoeven te zien? Samenvatting p. 76: Hoewel de mens een beloning na zijn dood, in de toekomstige wereld ontvangt, maar hij ziet die beloning in deze wereld. 77) Hoe kan men zijn toekomstige wereld in dit leven zien? Immers door het gewone gezichtsvermogen is het onmogelijk om geestelijke objecten te zien? En zelfs indien wij de toekomstige wereld zouden gaan zien, dan zou dat een overtreding van de wetten van het heelal zijn, wat de Schepper normaal gesproken niet doet, omdat onze wereld en al haar wetten zijn juist daarom als zodanig geschapen, omdat die het bereiken van het door de Schepper gewenste doel op de allerbeste manier bijdraagt - om de mens tot de toestand van het samenvloeien met de Schepper brengt, zoals is gezegd: “Alles doet de Schepper voor Zijn doel”. Hoe kan men dan begrijpen, dat de mens zijn toekomstige wereld ziet? Samenvatting p. 77: Maar hoe kan de mens de geestelijke, toekomstige wereld te zien krijgen alsmede een beloning daarin? 78) Zijn toekomstige wereld kan men door het open van zijn ogen in de Tora zien. Vóórdat een ziel in een lichaam geplaatst wordt, laat men haar een eed afleggen (tr. Nieda 39:2): “Zelfs indien de hele wereld je zal zeggen, dat je rechtvaardige bent, zie jezelf in je eigen ogen als zondaar” - “in je eigen ogen” betekent, dat vóórdat je “het opengaan van ogen” in de Tora niet bereikte, beschouw jezelf als zondaar, zelfs indien de hele wereld beweert, dat je rechtvaardige bent, immers vóór het opengaan van ogen in de Tora, bereikt de mens zelfs de trap van een onvolmaakte rechtvaardige niet. Samenvatting p. 78: Daarvoor doet de Schepper de mens zijn ogen open. Maar vóórdat hij dat waardig geacht zal worden, dient hij zich als zondaar te beschouwen. 79) Maar indien hij zelf weet, dat hij de hele Tora reeds vervult, en de hele wereld beweert dat, waarom is dat dan niet afdoende om rechtvaardige te heten, dermate, dat hij gezworen had om zich als zondaar te achten, vóórdat hij door “het opengaan van ogen” in de Tora zijn toekomstige wereld in zijn leven niet bereikte? Samenvatting p. 79: Zelfs indien hij de hele Tora vervult, maar de toekomstige wereld niet ziet, dient hij zichzelf als zondaar te beschouwen. 80) Uit 4 trappen van het bevatten van het bestuur zijn twee eerste trappen - in een verborgenheid van het gezicht van de Schepper, en twee volgende zijn in het opengaan ervan. De zin van het bestaan van twee trappen van een verborgenheid van het gezicht van de Schepper bestaan daarin, om de mens een mogelijkheid te geven, om door zijn vrije keuze, door zijn inspanningen zich met de Tora bezig te houden, waardoor de Schepper een gigantische genieting ontvangt, een grotere, dan het vervullen van de Tora door engelen, bij wie geen vrijheid van de wil, de keuze, bestaat. Het zich verborgen houden van de Schepper is opzettelijk geschapen, opdat de mens ziet zou zien, dat de Schepper op de hele wereld het absolute goed overgiet, zodat de mens een mogelijkheid zou hebben om vrijuit te kiezen geloven in de Schepper en in Zijn goed bestuur of niet. Indien de mens door zijn eigen wilsinspanning het geloof in de Schepper bereikt, dan verstrekt hij de Schepper een grotere genieting, dan door een verrichting van engelen, omdat engelen vervullen de wil van de Schepper blindelings, en de mens, hoewel hij zich ook vergist, verkiest het geloof zelf, terwijl hij bewust naar Zijn Schepper streeft. Samenvatting p. 80: Periode van een verborgenheid van de Schepper wordt aan de mens gegeven voor de vrijheid om door zijn inspanningen in de Schepper en Zijn bestuur te geloven. 81) Maar ondanks dat, wordt de toestand van een verborgenheid van het gezicht van de Schepper niet volmaakt geacht, doch slechts als overgangstoestand, met behulp waarvan de mens de volmaaktheid bereikt. De hele toebehorende beloning voor inspanningen bij het vervullen van de Tora ontvangt de mens juist daarom, omdat hij de Tora in de toestand van een verborgenheid van het gezicht van de Schepper vervulde, door zijn vrije keuze, waarbij hij groot leed ondervond in zijn inspanningen ten aanzien van het geloven in de Schepper en in de noodzakelijkheid om Zijn wensen te vervullen. En daarom wordt een grootte van een beloning door een grootte van zijn leed in het vervullen van de Tora en Voorschriften gemeten.
|
|
| |
|
|
|
|
"Bnei Baruch" Copyright ©1996. Bnei Baruch. All rights reserved. | |
|
| |