Samenvatting p. 147:

De Tora verborg de Schepper, omdat hij zondigde en straf in de vorm van geboden ontving. Door het opengaan van de Schepper keerde hij uit liefde, zijn overtredingen veranderden van verboden in verdiensten, d.i. verborgenheden zelf onthullen het licht. Degene, die leert, bepaalt met zijn niveau van het bevatten, welke Tora hij leert: de open Tora of de Kabbala.

148) Hieruit zullen wij begrijpen, in hoeverre de grote wijze Gaon mie Vilno (AGR”A) gelijk had, toen hij aan de zijkanten van zijn gebedsboek, in de zegening op de Tora schreef: “Laten wij allemaal Uw naam kennen en Uw Tora omwille van U leren!”, dat degene, die begint, begint de geheime Tora te bestuderen, d.i. de open Tora van de wereld Asieja, die geheime is, omdat de Schepper is daarin absoluut verborgen.

En vervolgens komt hij tot de Tora die meer open is, die “remez” - toespeling heet, en welke met de Tora van de wereld Jetsiera overeenkomt, en vervolgens bereikt hij de gewone Tora “psjat”, omdat de Schepper bevrijdt zich van al Zijn bekledingen, afdekkingen ten aanzien van de mens en verschijnt vóór de mens direct Zelf in een onthulde vorm, niet in bekledingen van onze wereld of andere, hogere werelden ingehuld, waarachter Hij zich eerder verborgen hield.

Maar in het boek “Siach Ietschak” vraagt hij: “Waarom is eerst “zij, die Uw naam kennen” geschreven, en daarom is het gezegd “Uw Tora te leren”? Immers aanvankelijk dient de mens “liesjma” te leren, en daarna bevat hij de geheimen van de Tora, de namen van de Schepper?

De volgorde van het bevatten van de Tora is niet zodanig, als het aangenomen is te denken: psjat-remez-droesj-sod, maar omgekeerd: met begint met het geheime, die “zij, die Uw naam kennen”, en komt tot het onthullen van de eenvoudige, de ware betekenis. Dus, onder het geheim wordt bedoeld, dat de Schepper het geheim is, omdat Hij niet gewaargeworden wordt door degene, die de Tora bestudeert, hoewel het gezegd is, dat de Schepper is overal en vult met zich alles, maar dat het een geheim voor de mens is.

Vervolgens komt een toespeling, wat betekent, dat de Schepper zich aan de mens alleen als een toespeling onthult. En daarna komt droesj, omdat in de mens een eis (driesja) tot de Schepper ontstaat. En pas dan bereikt de mens psjat, de eenvoudige betekenis van de Tora - hij bevat de Schepper en het doel van de Schepping evident.

Samenvatting p. 148:

AGR”A: de mens begint met de geheime, verborgen (niestar) Tora, waar de Schepper in verborgen is en komt tot de open Tora, omdat bekledingen worden uitgetrokken (“psjat” van het woord mitpasjet) en de Schepper gaat open (niegle).

149) Nu zullen wij de eigenschappen van de 4 reine werelden Atsieloet, Brieja, Jetsiera en Asieja begrijpen, alsmede de 4 onreine werelden Atsieloet, Brieja, Jetsiera en Asieja, die tegenover elkaar staan. Deze 4 werelden zijn met de 4 trappen van het bevatten van het bestuur van de Schepper verbonden (p. 45) en de 4 trappen van de liefde (p. 70-73). Door de Schepper is slechts één [ding] geschapen - de wens om te genieten, die het egoïsme, het kwaad, het slechte beginsel, de Farao, de Slang, e.d. heet.

De mens is zodanig geschapen, dat hij uit deze wens bestaat en uit een in hem ingevatte wens, een altruïstische wens, die aan hem door de Schepper gegeven is, juist als een mogelijkheid voor de correctie van het egoïsme. Door zichzelf geleidelijk te corrigeren, de mens geestelijk tot de Schepper nadert.

De maat van de correctie of de trap van het naderen tot de Schepper heten sfira - delen van een geestelijk object, een partsoef is een geestelijk object, dat uit 10 sfirot bestaat, olam - is een wereld, een geestelijk complex, dat uit 5 partsoefiem bestaat.

Daar zijn dat allemaal niet meer dan maten van de correctie van de mens en alles zich binnen de mens bevindt, zijn eigenschappen vormt, juist daarom heten de sfirot MIEDOT - eigenschappen. De Kabbala vertegenwoordigt de door de Schepper geschapen wens als een geestelijk lichaam van de mens, en zijn gecorrigeerde eigenschappen als organen van dit lichaam.

Daarom noemt de Kabbala eigenschappen van de mens met namen van onze fysiologische organen: Chessed - rechte hand, Gvoera - linke hand, Tieferet - lichaam, Netsach en Hod - overeenkomstig rechte en linke been, Jessod - geslachtsorgaan, Malchoet - voeten. De drie eerste sfirot: Kether - het deel van de Schepper in de mens, Chochma - merg, Biena - hart, worden een hoofd van een geestelijk object ofwel partsoef genoemd.

Samenvatting p. 149:

Er bestaat een verband tussen 4 reine werelden, 4 onreine werelden, 4 trappen van het bevatten van het bestuur, 4 trappen van de liefde.

150) Twee eerste trappen van het bevatten van het bestuur, de trappen van het verborgen bestuur - beide behoren tot de wereld Asieja. Daarom is het in het boek van AR”I “Ets Chaim” (48:83) aangewezen: “De wereld Asieja is hoofdzakelijk kwaad, en zelfs een weinig goeds, dat in haar is, is met het kwaad vermengd, zonder onderscheid tussen hen”: uit de eenvoudige verborgenheid van de Schepper volgt, dat de wereld Asieja is hoofdzakelijk kwaad, immers zo gewaarworden hun leed degenen, die het verborgen bestuur bevatten. En uit de dubbele verborgenheid van de Schepper volgt, dat zelfs die kleinigheid van het goede, die in de wereld Asieja bestaat, is met het kwaad vermengd en is onherkenbaar.

De eerste opengaan van het gezicht van de Schepper wordt als “de wereld Jetsiera” bepaald en daarom in “Ets Chaim” is het gezegd, dat “de wereld Jetsiera half goed en half slecht is”: wie het eerste opengaan van het gezicht van de Schepper bevat, de eerste trap van de afhankelijke liefde, die het terugkeren uit angst heet, heet “middelmatige”, en hij zelf half schuldig en half verdienstelijk is.

Wanneer de mens het opengaan van het gezicht van de Schepper bereikt, gewaarwordt hij, dat de Schepper al Zijn schepselen alleen met een genieting vult, en tevens gewaarwordt hij een enorme genieting uit het vervullen van Voorschriften en een bittere bestraffing uit het zondigen, waardoor hij voor het zondigen als voor een vlam vreest.

Daarom heet een zulke toestand van de mens, zijn geestelijk niveau, het terugkeren uit angst: hij vervult de Voorschriften noodgedwongen, aangezien een genieting dwingt hem ertoe, en daarom heet deze trap een afhankelijke liefde, wat betekent, dat hij liefheeft voor het feit, dat hij ontvangt.

Zoals boven reeds gezegd is, hierin zijn er twee verschillen:

a) in het verleden veroorzaakten zij elkaar leed, en vervolgens, door wederzijds goed te doen, riepen zij een wederzijdse liefde op;

b) zij gaven aan elkaar alleen maar genietingen. Degene, die het terugkeren uit angst bereikt, gewaarwordt een genieting in de Tora en Voorschriften, maar daarvóór werd hij het leed gewaar en daarom had aanspraak op de Schepper - als gevolg daarvan bestaat er een indeling in een tijd “vóór” en “na” - “half schuldig en half verdienstelijk”.

D.w.z., wanneer de mens het ontvangen van een ziel uit de wereld Jetsiera bereikt, dan bereikt hij het terugkeren uit angst of men kan zeggen omgekeerd: wanneer de mens het terugkeren uit angst bereikt, heet dat, dat hij een ziel uit de wereld Jetsiera bevat, welke ziel daar “half goed en half kwaad” is.

De tweede trap van de liefde is ook een afhankelijke liefde, maar als reeds generlei herinneringen aan het ondervonden leed zijn, en de derde trap van liefde is de eerste trap van een onafhankelijke liefde - beide worden zij als “de wereld Brieja” bepaald.

Wanneer de mens het terugkeren uit liefde bereikt, worden zijn opzettelijke overtredingen en alle slechte gedachten, die bij hem in de toestand van de verborgenheid van de Schepper en het zondigen geweest waren, gecorrigeerd en in verdiensten veranderd - dat is te vergelijken aan geliefden, die nooit elkaar enig leed veroorzaakten, elkaar altijd liefhadden en waren trouw aan elkaar (p. 105-109).

Wanneer de mens deze twee trappen van liefde bereikt, ontvangt hij een ziel uit de wereld Brieja. Daarom wordt het in “Ets Chaim” gezegd, dat de wereld Brieja hoofdzakelijk goed is, en een weinig kwaad dat erin is wordt helemaal niet onderscheidbar.

En dat komt, omdat een middelmatige het vervullen van één Voorschrift bereikt en doet zichzelf en de hele wereld naar de kant van de weegschaal van verdiensten neigen, waardoor hij in de 2e trap van de liefde ook “hoofdzakelijk goed” genoemd wordt. En een weinig niet onderscheidbar kwaad in de wereld Brieja gaat van de 3e trap van de onafhankelijke liefde uit -hoewel hij zijn eigen weegschaal ook wel naar de kant van de verdiensten deed neigen, maar hij deed de weegschaal van de hele wereld nog niet naar de kant van de verdiensten neigen, waardoor juist nog een weinig kwaad overblijft, omdat de liefde is niet eeuwig.

Als gevolg van het terugkeren uit liefde, wordt de tijd vóór het terugkeren uit angst gecorrigeerd, hij wordt goed. En om te onderstrepen, dat er nog weinig kwaad is, is het gezegd, dat de meerderheid goed is.

Maar dat weinige slechte is volkomen niet onderscheidbar, omdat de mens generlei kwaad in het besturen van de Schepper over andere schepselen gewaarwordt. En alleen daarom, omdat hij de houding van de Schepper tot de hele wereld nog niet bevatte, doch alleen ten aanzien van zichzelf het bestuur als absoluut goede gewaarwordt. Maar wie weet, indien hij alle verrichtingen van de Schepper tot allen zou bevatten, dan zou hij ook het slechte zien, waardoor de grootsheid van de Schepper in zijn ogen zou vallen en zijn liefde zou verminderen, alleen uit het gebrek aan zijn bevatting bestaat dan een weinig van het onvoelbare kwaad.

De vierde trap van de liefde - dat is de onafhankelijke en eeuwige liefde. Die wordt als “de wereld Atsieloet” bepaald, zoals in “Ets Chaim” gezegd is, dat in de wereld Atsieloet generlei kwaad bestaat.

Samenvatting p. 150:

Het bevatten van het bestuur:

WERELD ASIEJA:

Een dubbele verborgenheid van de Schepper - het goede is met het kwade vermengd en wordt niet gewaargeworden, de 1e trap van het bevatten van het bestuur. Een eenvoudige verborgenheid van de Schepper - hij gewaarwordt het kwade meer dan het goede, de 2e trap van het bevatten van het bestuur.

WERELD JETSIERA: het 1e opengaan van de Schepper - het terugkeren uit angst, de 1e trap van de liefde, de afhankelijke liefde, hij gewaarwordt vorig leed en de toekomstige genietingen, d.i. dat het halverwege goed-slecht is, hij is middelmatig, half-rechtvaardige, half-zondaar, de 3e trap van het bevatten van het bestuur.

WERELD BRIEJA:

Het 2e opengaan van de Schepper - de 2e trap van de liefde, de afhankelijke liefde, het terugkeren van de liefde, hij maakte één Voorschrift en gewaarwordt het kwade van het verleden met zijn geliefde niet. Hij beweegt zichzelf tot verdiensten, gewaarwordt steeds meer van het goede. Het 3e opengaan van de Schepper - de 3e trap van de liefde, de 1e trap van de onafhankelijke liefde, de niet-eeuwige liefde - omdat hij de hele wereld niet tot verdiensten bewoog, d.w.z., er is wat kwaads (dat de liefde niet eeuwig is), maar dat kwaad wordt niet gewaargeworden, omdat hij geen slechte houding van de Schepper tot anderen ziet, maar hij niet weet, wie weet, misschien die toch is!

WERELD ATSIELOET: het 4e opengaan van de Schepper - het volledige en het onomkeerbare opengaan van de Schepper, de 4e trap van de liefde, de 2e trap - de onafhankelijke, eeuwige liefde - omdat hij de hele wereld tot verdienste bewoog, want niets is slecht.

151) Hieruit zullen wij de definitie van de 4 onreine werelden Atsieloet, Brieja, Jetsiera en Asieja (ABaJ”A) begrijpen, die zich tegenover de 4 reine werelden ABaJ”A bevinden, zoals is gezegd: “Dit tegenover dat schiep de Schepper”. De onreine krachten van de wereld Asieja worden door een verborgenheid van de Schepper bepaald, de dubbele en de eenvoudige, die in de mens heersen, waardoor zij hem oproepen, om alles op de weegschaal van beschuldigingen te doen neigen.

Zoals is gezegd (p. 150), dat de wereld Asieja is hoofdzakelijk slecht met een weinig goeds daarin. De twee trappen van een verborgenheid van het gezicht van de Schepper, wanneer de mens het goede bestuur niet gewaarwordt, heten “de meerderheid is slecht”, omdat de mens begrijpt, dat de Schepper zich anders tot hem dient te verhouden, hij is met het bestuur van de Schepper niet tevreden, er niet mee eens, dat het “absoluut goed voor allen is, zowel voor rechtvaardigen, als ook voor zondaars”. En een weinig goeds, dat in de wereld Asieja is, wordt niet gewaargeworden.

De onreine wereld Asieja is voortdurend werkzaam op de mens in zijn toestand van een eenvoudige of een dubbele verborgenheid en spoort hem aan om tegen het bestuur te denken, door allerlei verwarrende gedachten wenst in de mens gedachten en gevoelens op te roepen tegen het besef, dat de Schepper bestaat, en, hoofdzakelijk, tegen het feit, dat Hij de wereld bestuurt, tegen het feit, dat Zijn bestuur goed is.

De onreine wereld Jetsiera heerst over de weegschaal van beschuldiging, welke weegschaal in de reine wereld Jetsiera niet gecorrigeerd is, en daarmee heerst zij over “een middelmatige”, die uit de wereld Jetsiera ontvangt, zoals is gezegd: “Dit tegenover dat schiep de Schepper”.

De eerste eigenschap als gevolg van het opengaan van het gezicht van de Schepper heet “half goed, half slecht”: vanaf het moment van het opengaan van een zulk bestuur, gewaarwordt de mens het bestuur van de Schepper, als gevolg van het opengaan van het gezicht van de Schepper, als goede, maar vóór het terugkeren werd hij het leed gewaar, verkeerde in droefgeestigheid, klaagde over het bestuur, noemde de Schepper in zijn hart slechte, waardoor hij ook “middelmatige” genoemd wordt.

De reine wereld Jetsiera betekent, dat de mens de Schepper gewaarwordt, het gezicht van de Schepper wordt hem geopend. Het gebrek in een zulke toestand doet zich voor niet vanwege de toestand zelf, maar uit het datgene, wat hij daarvóór gewaar werd, vóór het opengaan van het gezicht van de Schepper, vóór het terugkeren.

Daarom houdt een onreine kracht, een kliepa, zich aan dit gebrek aan vast, en zegt tegen de mens van binnenuit: nu ben je rechtvaardige, maar wie was je in het verleden? En zij brengt hem dat voortdurende in de herinnering, om hem van gedachten over het voorgaan, over het werk voor de Schepper, over de correctie van hemzelf, af te brengen.

Daarom is het gezegd, dat de onreine wereld Jetsiera houdt in haar handen de weegschaal van een beschuldiging. De onreine wereld Brieja heerst over die kracht, welke een afhankelijke liefde wenst teniet te doen, daarmee, dat zij de reden wenst te annuleren, waarvan de liefde afhangt, datgene, waardoor deze liefde onvolmaakt is.

De eigenschap van de reine wereld Brieja bestaat daarin, dat de mens bereikte al het terugkeren uit liefde en zijn vorige opzettelijke zonden in verdiensten veranderden, hij gewaarwordt, ziet, hoe de Schepper met het absolute goed bestuurt en daarom is hij blij en gelukkig met de Schepper.

Het blijkt nu, dat de hele wereld Brieja rein is, immers nooit ontving hij kwaad van de Schepper. Maar aangezien deze toestand van een gewaarwording van de mens afhangt, heet dat een afhankelijke liefde, die van het opengaan van het gezicht van de Schepper afhangt, en daarom onvolmaakt is - immers bij een verborgenheid van het gezicht van de Schepper zal een liefde terstond verdwijnen.

Hieruit blijkt de onvolmaaktheid van deze toestand, welke de onreine kracht gebruikt, en, terwijl zij wenst, dat de liefde van de mens voor de Schepper niet volmaakt zou zijn, zegt zij tegen hem: “De Schepper geeft je nu het goed en daarom je rechtvaardige bent, maar wat zal het zijn, indien je het leed zal gewaarworden?”.

De onreine wereld Atsieloet heerst over een weinig en niet merkbaar kwaad, dat zich in de wereld Brieja bevindt, als gevolg de onvolmaaktheid van de 3e trap van de liefde: ondanks het feit, dat deze een echte liefde is, die tot de mens uit het bevatten van de Schepper kwam, als Hem, die het goed doet voor rechtvaardigen en zondaars, wat de eigenschap van de reine wereld Atsieloet is, en aangezien hij er niet in slaagde om de hele wereld naar de kant van de weegschaal van verdiensten te doen neigen, bestaat er een mogelijkheid in de onreine krachten om de liefde te bederven.

Een onreine kracht, die met de wereld Atsieloet overeenkomt, bevindt zich in de wereld Brieja. In de wereld Brieja bestaat een weinig van het slechte, omdat hij ziet, dat de Schepper de hele wereld met het absolute goed bestuurt.

Maar dit gebrek, een weinig kwaad, wordt in de wereld Brieja niet gewaargeworden, omdat de mens, die zich in de wereld Brieja bevindt, let niet zo nauwkeurig op het bestuur van de wereld door de Schepper, en daarom ziet het bestuur van de Schepper niet als slecht ten aanzien van overigen, hij schenkt er als het ware geen aandacht op. Maar indien hij zijn aandacht op het bestuur van de Schepper wel zou schenken, dan zou hij niet kunnen beweren, dat de Schepper absoluut goed voor allen is.

Nou juist daarvoor, om dit gebrek te corrigeren bestaat een kliepa, welke laat de mens acht slaan op zijn gebreken, immers een kliepa is juist voor het vooruitgaan van de mens door de Schepper is geschapen, zodat men hem van achteren naar het doel van de schepping zou pushen.

Zo zien wij, dat in een kliepa, die met de wereld Atsieloet overeenkomt, krachten bestaan om dat weinige kwaad op te wekken en de mens te laten zien, dat de Schepper de hele wereld slecht bestuurt, dat ten aanzien van anderen de Schepper niet absoluut goed is.

Samenvatting p. 151:

Vier onreine werelden bestaan overeenkomstig uit het niet-gecorrigeerde in de aan hen tegenovergestelde reine werelden en daarmee “verleiden” zij de mens:

Onreine wereld Asieja: brengt een dubbele en een eenvoudige verborgenheid van de Schepper voort en daardoor tot zondigen neigt.

Onreine wereld Jetsiera: neigt een middelmatige om naar de kant van een bestraffing te beslissen.

Onreine wereld Brieja: tegenover datgene, waar de afhankelijke liefde van afhangt.

Onreine wereld Atsieloet: tegenover de neiging van de hele wereld tot verdiensten, die zich in de wereld Brieja bevindt.

152) Daarom is het gezegd, dat de onreine wereld Atsieloet zich tegenover de wereld Brieja bevindt, en niet tegenover de wereld Atsieloet. Immers uit de reine wereld Atsieloet gaat alleen de 4e trap van de liefde uit, en daarom bestaat in haar generlei macht van onreine krachten, immers hij deed al de hele wereld op de weegschaal van verdiensten neigen en alle daden van de Schepper met alle schepselen als het absolute goed al kent, zowel met rechtvaardigen, als ook met zondaars.

Maar in de wereld Brieja, waarvan de 3e trap uitgaat, wanneer hij de hele wereld nog niet naar de kant van verdiensten deed neigen, geeft juist dit gebrek een mogelijkheid aan onreine krachten om op de mens hun invloed te doen gelden, en zij worden als krachten van de onreine wereld Atsieloet bepaald, omdat, na ze te hebben overwonnen, wordt de mens de wereld Atsieloet waardig geacht, waar berhaupt geen kliepot zijn.

Hoewel een kliepa tegen de 3e trap is, de trap van een onafhankelijke liefde, de eigenschappen van de wereld Atsieloet, maar daar het over de 1e trap van een onafhankelijke liefde sprake is, welke nog niet eeuwig is, is de plaats van onreine krachten in de wereld Brieja.

Samenvatting p. 152:

Daarom bevindt de onreine wereld Atsieloet zich tegenover de reine wereld Brieja. Tegenover de reine wereld Atsieloet zijn er geen onreine krachten, omdat als gevolg van het openbaren van de Schepper, kent hij Hem ten volle.

153) Het wordt dus duidelijk, dat de 4 onreine werelden, die tegenover de 4 reine werelden staan, zijn niets anders, dan gebreken, die nog in de reine werelden voorhanden zijn.

Deze gebreken heten namelijk onreine werelden ABaJ”A. D.w.z., tegenover elk gebrek, dat in reine, altruïstische krachten van de mens is, bestaan er onreine krachten, die “kliepa” heten en daarom, zodra alle gebreken van reine krachten volledig gecorrigeerd zullen zijn, zal al het kwaad uit de wereld natuurlijk verdwijnen.

Reine krachten (kdoesja) heten gedachten en intenties van de mens, die op het zoeken naar een gewaarwording van de Schepper gericht zijn, naar een gewaarwording van Zijn bestuur, naar het trachten van de mens om in de toestand van een verborgenheid te handelen en te denken alsof hij het bestuur van de Schepper evident gewaarwordt.

Deze zoektocht vindt plaats in voortdurende inspanningen tegen allerlei “storende” gedachten, leed en voorvallen, wanneer de mens zich in gedachten en intenties duidelijk maakt en in zijn handelingen tot klaarheid brengt, in hoeverre zij omwille van de Schepper zijn. Daarom tekort aan reine krachten betekent, dat er bepaalde krachten zijn, welke nog onmogelijk is om te corrigeren en in reine te transformeren.

Maar wanneer alle onreine krachten opgehelderd zullen worden en in reine krachten zullen overgaan, dan zullen alle kliepot verdwijnen, de reine krachten zullen volmaaktheid verkrijgen en zal een toestand aanbreken, die “gmar tiekoen” heet - het einde van de correctie.

Aanvankelijk dient de “gmar tiekoen” plaatsvinden, en vervolgens zal een volledige bevrijding (geoela sjlema) van het egoïsme komen, welke ook “de komst van de bevrijder” (masjiejach) heet. Dan “En je ogen zullen de Schepper zien…”, “En de aarde zal met kennis van de Schepper gevuld worden…”.

Maar eerst wordt het innerlijke deel van de schepping gecorrigeerd, dat “Israël” heet, en vervolgens zijn uiterlijk deel, dat “volkeren der wereld” heet. Door het innerlijke deel te corrigeren corrigeert men het uiterlijke, maar met kleine porties: telkens, terwijl men het uiterlijke deel corrigeert, door zijn insluiting in het innerlijke, bereikt men een volle correctie van het uiterlijke deel.

Op die manier, door ons te corrigeren, corrigeren wij de hele wereld, “de volkeren der wereld”. Daarom is het gezegd: “Verdiende om zichzelf en de hele wereld tot verdiensten te doen neigen”, en niet gezegd “de hele Israël”, immers daarmee wordt de hele wereld gecorrigeerd.

Samenvatting p. 153:

Onreine werelden ABaJ”A bestaan uit tekortkomingen van reine werelden ABaJ”A.

154) Uit alles, wat hierboven is gezegd, kan eenieder de grootsheid van de wetenschap Kabbala waardig evalueren, hoewel de meerderheid van boeken over de Kabbala juist voor degenen zijn geschreven, wie het volle opengaan van het gezicht van de Schepper door het terugkeren uit liefde en het bevatten van alle hoge werelden al bereikten.

Maar indien de mens het bestuur van de Schepper reeds bereikte, in de geestelijke werelden uitging, de Schepper gewaarwordt, wat kan hem het extra bestuderen van kabbalistische boeken geven?

Maar dat kan men vergelijken met een mens, die de open Tora bestudeert en die geen idee heeft over categorieën “WERELD”, “JAAR”, “ZIEL” in onze wereld, over datgene, wat zich voordoet, over verhoudingen tussen mensen, en tevens over andere schepselen, dieren, vogels, e.d. die onze wereld bewonen.

Indien hij generlei begrip over eigendom heeft, hoe kan hij in de hoedanigheid van een rechter optreden? Indien hij geen kennis over dieren heeft, hoe kan hij “het kosjer” zijn bepalen? Kan men soms veronderstellen, dat een zulke mens in staat is om iets uit de Tora te begrijpen?

Hij zou immers alle begrippen van de Tora in verwarring brengen, het kwaad in het goed en zou zelf tot een juiste conclusie niet kunnen komen. Daarom dient de mens kennis te hebben ook over geld en over eer (en Sanhedrin verplichtte eenieder van zijn leden om zelfs een magie te bestuderen).

Zo staat ook met degene, die zelfs de Tora van de wereld Atsieloet bevatte, hij bevat hieruit alleen datgene, wat tot zijn ziel betrekking heeft, en niet meer, maar hij dient toch alle 3 categorieën “WERELD”, “JAAR”, “ZIEL” te kennen, daarin een volmaakte kennis te bereiken, om alles te begrijpen, waar de Tora van die of die wereld over spreekt. Juist deze kennis is in het boek Zohar en andere boeken van de Kabbala beschreven. Daarom dient een echte Kabbalist zich ermee onophoudelijk bezig te houden.

Samenvatting p. 154:

Kabbalistische boeken zijn voor degenen geschreven, die reeds de openbaring van de Schepper bevatten. Maar waarom dienen zij datgene te bestuderen, wat zij zelf zien? Een mens bevat alleen datgene, wat direct met hem verbonden is. Door boeken te bestuderen, bevat hij de wereld, waarin hij zich bevindt in een volle omvang.

155) Maar indien de boeken van de Kabbala voor degenen is geschreven, die de hoge werelden reeds bevatten, die de Schepper al gewaarworden, met Hem omgaan, waarom verplicht de Kabbala dan elke mens (ongeacht zijn leeftijd, geslacht, e.d.) om de Kabbala te bestuderen?

Dat komt, omdat in het bestuderen van de Kabbala een grote kracht is, waarover is het gewenst dat allen dat weten: een beginner, die de Kabbala bestudeert, hoewel hij niet gewaarwordt, wat hij bestudeert, maar door zijn grote wens om datgene wat hij bestudeert te begrijpen en te gewaarworden, wekt hij op zich een uitwerking van een uitwendig, zijn ziel omringend licht op.

Immers eenieder, die streeft, om tot de Schepper te naderen, zal uiteindelijk het bevatten van alle hoge werelden en de Schepper ontvangen, welke bevatting door de Schepper voor eenieder door Hem geschapen ingecalculeerd. Alleen degene, die dit in zijn huidig leven in onze wereld niet bevatte, zal dat in zijn toekomstige kringlopen, terugkeringen in deze wereld bevatten, hij zal in deze wereld geboren worden, totdat hij alles, wat de Schepper juist voor hem voorbeschikte, zal bevatten. En zo eenieder, die op de aarde leeft.

Er zijn twee vormen, twee manifestaties van het hoge licht:

a) wanneer de mens duidelijke bevattingen, kennis ontvangt, weet, dat hij het licht bevat - deze bevatting heet innerlijk licht.

b) wanneer de mens leert, maar het licht bevindt zich van buiten, omringt hem, wanneer hij alleen het schijnen van het licht gewaarwordt, maar niet zijn volle bevatting, het begrijpen en kennis van zijn geestelijk niveau - deze bevatting heet omringend licht.

Het omringende licht kan men met een algemene gewaarwording vergelijken, welke de mens opeens ontvangt in de vorm van het streven naar het geestelijke. Zoals een gelovige en wachtende op de Masjiejach, die zal komen en door zijn komst het geluk zal brengen, hij kan niet antwoorden: wie is de Masjiejach, hoe zal het zijn, wat zal het voor hem en allen betekenen - hij weet niet, wat de 3e Tempel hem geven, wat zal hem het brengen van offers brengen, wat zal het verschijnen van de Hoge Priester aan zijn leven toevoegen?

Er zijn geen antwoorden op die vragen bij een gewone gelovige, omdat het antwoord - dat is een bevatting, welke alleen van het ontvangen van het innerlijke licht komt, van een evidente geestelijke bevatting.

Maar in de massa’s bestaat een gewaarwording, dat deze gebeurtenissen goed zijn, nuttig, waardevol, maar niemand kan deze gewaarwordingen uit gevoelens in het begrijpen omzetten. Al deze in de mens ontstane onbewuste gewaarwordingen heten namelijk het omringende licht. En deze gewaarwording ontstaat uit het eenieder omringende zwakke omringende licht.

Maar vóórdat de mens waardig is bevonden om de volmaaktheid in zichzelf te ontvangen, in zijn gecorrigeerde altruïstische wensen, het voor hem voorbeschikte licht, omringt dit licht hem en schijnt hem uit de verte, en is bereid om in de mens binnen te komen, zodra de mens zijn intenties in het ontvangen zal veranderen, zodat zij allemaal omwille van de Schepper zullen zijn.

Maar ook in die tijd, wanneer in de mens nog geen gecorrigeerde intenties in zijn wensen zijn, wat heet, dat in hem nog geen gecorrigeerde wensen zijn om een geestelijke genieting te ontvangen, er bestaan in hem nog egoïstische intenties, - desalniettemin, tijdens het leren van de Kabbala, terwijl hij de namen van geestelijke objecten en kabbalistische termen uitspreekt, in welke natuurlijk ook het verband met zijn ziel bestaat, omdat alles, wat de Kabbala bestudeert, zich binnen de mens bevindt, maar voorlopig van hem verborgen is, en daarom wordt door hem niet gewaargeworden, - zuivert hij zijn wensen van het egoïsme, waarbij hij verandert dienovereenkomstige lichten uit verborgene, omringende, onduidelijke, onvoelbare, in lichten, die van binnen gevoeld worden, in de wensen van de mens zelf.

Maar zolang hij zijn wensen van intenties om voor zichzelf te genieten nog niet gezuiverd hebt, omringt het toekomstige licht hem en schijnt hem van buiten, tijdens het uitspreken van dienovereenkomstige namen, termen, d.w.z., delen van zijn ziel, van zijn innerlijke, geestelijke “Ik”, dat in hem is, maar van hem nog verborgen is, omdat alles zich alleen in de mens bevindt.

Maar terwijl hij uit de verte, van buiten, stap voor stap, zelfs een zwak onvoelbaar licht ontvangt, zuivert de mens zich geleidelijk van zijn egoïstische intenties en op die manier het omringende licht zelf bereidt voor zich nodige wensen, om daarin binnen te komen.

Samenvatting p. 155:

Waarom zouden degenen, die nog niet bevatten, gaan studeren? Terwijl de mens aan het bestuderen is, roept hij op zich een uitwerking van het omringende licht, dat hem corrigeert en tot een gewaarwording van de Schepper voortbeweegt.

156) Maar er bestaat een zeer taaie voorwaarde voor de bezigheid met de Kabbala: in generlei geval mag men afbeelden, geestelijke objecten en krachten zich voorstellen in de vorm van ons bekende, materiële lichamen of fysieke velden, datgene, wat wij met onze ogen gewend zijn te zien, of door onze aardse verbeelding de ons uit onze wereld bekende woorden, die de Kabbala gebruikt in uiteenzettingen van haar begrippen voor te stellen. Zulke als hand, voet, ogen, als gevolg waarvan het gevaar bestaat van het verdinglijken van het geestelijke. En indien een studerende zo doet, dan in plaats van nut brengt hij zich aan grote schade toe.

En daarom legden de wijzen strenge verboden op, dat men mag de Kabbala pas na 40 jaar bestuderen, en van een bijzonder erkende rav, en vele andere voorwaarden - alleen uit angst, dat de mens zich schade zal berokkenen, waarbij hij allerlei beelden van zogenaamde geestelijke werelden zal bedenken, of zich tekeningen in de vorm van bestaande enorme systemen zal voorstellen, of als iets, behalve de Schepper, dat bestaat en schermt de Schepper van de mens af, of als een bijzonder doseerapparatuur voor het transformeren van het licht van de Schepper naar de mens, of indien hij leert niet voor de zelfcorrectie en het dienen aan de Schepper, maar voor de wetenschap, om respect, betrekking, materiële beloning te verdienen, of als een rechtvaardige, wonderdoener te boek staan, e.d.

Maar alles is veel gemakkelijker, omdat de geestelijke werelden gewoon niet bestaan, en dat zijn niet meer dan verschillende maten van een gewaarwording van de Schepper door de Hem bevattende mens, de maten van een geleidelijke onthulling van de Schepper aan gevoelens van de mens, naar mate van hun correctie.

Daarom ontdekte ik, na het beëindigen van het commentaar bij het boek op de grote AR”I, dat ik deze vraag nog niet genoeg belichtte, en nog omdat studerenden niet afdoende kracht besteden om tijdens het leren alleen op een puur geestelijke betekenis van termen en bepalingen steunen, zij dwingen zich deze bepalingen niet te herhalen totdat in elke plaats van een boek zij alleen zijn correcte betekenis zullen aanwenden.

Immers, indien men één definitie niet precies opvat, zal de hele wetenschap verkeerd waargenomen worden, omdat geestelijke begrippen zijn dermate ongrijpbaar voor een beginner, dat één verkeerde bepaling is afdoende, om van de ware weg van het bestuderen af te dwalen. En dat kan zo erg zijn, dat het verdere bestuderen schadelijk zou kunnen zijn en het zou beter zijn, indien hij met het leren helemaal niet zou beginnen!

Daarom is in de “Talmoed Esser haSfirot” zo veel plaats toegewijden aan een gedetailleerde uiteenzetting van elk woord, begrip en term in zijn ware geestelijke betekenis, dermate, dat zij, die dat wensen, kunnen mijn boeken zelfs zonder rav, leraar, bestuderen zonder gevaar om in verwarring te komen in het verdinglijken van geestelijke begrippen.

En elke mens, na de voor hem nodige inspanningen te hebben geleverd, alles zal bevatten, wat voor hem door de Schepper is voorbeschikt, zal een gewaarwording van de Schepper bereiken, en het hele uitwendige hem omringende licht zal in het innerlijke veranderen.

Samenvatting p. 156:

Maar een uiterste voorzichtigheid is geboden: waar en welke bronnen te bestuderen, anders ontstaat een materialisatie, een verdinglijking van het geestelijke, een volledige verdraaiing van het begrijpen, die niet tot een gewaarwording van de Schepper leidt.

 Vorige pagina



Deze website kabbalah.info wordt onderhouden door de
Nederlandse afdeling van
"Bnei Baruch"

Copyright ©1996. Bnei Baruch. All rights reserved.