|
|
|
|
|
|
Samenvatting p. 41: “Vond” - wordt bedoeld, dat de mens de Schepper vindt: de Schepper verbergt zich in de Tora en als gevolg van inspanningen van de mens laat Hij zich aan hem open. 42) Er bestaat slechts één reden voor onze dermate verre verwijdering van de Schepper, als gevolg waarvan wij Zijn wensen en aanwijzingen geringschatten. En deze reden is de bron van al ons leed en ziekten, van al onze opzettelijke en niet-opzettelijke voortdurende overtredingen. En aangezien deze reden één is, dan zullen wij bij diens verdwijning onmiddellijk van al het leed, ziekten, ellende bevrijd worden en zullen wij waardig bevonden worden om ons met heel ons hart met de Schepper samen te vloeien. De reden hiervan is in ons onbegrepen besloten, van hoe de Schepper Zijn schepselen bestuurt, wij begrijpen de Schepper gewoon niet! Samenvatting p. 42: De reden van al onze kwellingen is in het onwetendheid van het bestuur van de Schepper. 43) Indien de Schepper Zijn bestuur evident zou tonen, dan zou, bijvoorbeeld, degene, die iets gegeten zou hebben, wat verboden is - direct zou stikken, en hij, die een Voorschrift vervulde - die zou een gigantische genieting terstond gewaarworden. Wie zou dan over het verbodene denken, terwijl hij zou weten dat hij met zijn leven riskeert, evenmin als bij een mens een gedachte kan opkomen om in een vuur te springen. En wie zou het vervullen van Voorschriften achterlaten, indien hij zou weten welke gigantische beloning hem te wachten staat, evenmin als een mens vóór een enorme genieting stil kan staan. Hieruit volgt, dat indien het bestuur van de Schepper evident zou zijn, dan zouden al Zijn schepselen absolute rechtvaardigen zijn. Samenvatting p. 43: Indien de mens een beloning of een bestraffing onmiddellijk zou ontvangen, dan zouden allen noodgedwongen de wil van de Schepper vervullen. 44) Daarom is het duidelijk, dat het ontbreekt ons alleen aan een gewaarwording van het bestuur van de Schepper. En indien wij Zijn bestuur evident zouden gewaarworden, dan zouden allen Zijn wensen vervullen, allen zouden rechtvaardigen zijn, van de Schepper zouden houden met een absolute liefde, het zou als een grote eer geacht worden om tot de Schepper te naderen, met Hem met de hele ziel en het hart voor altijd samenvloeien, waarbij men van Hem voor geen ogenblik afscheid zou nemen, als met de Bron van de allergrootste genieting in de wereld. Maar aangezien er geen evidente bestraffing en beloning zijn, worden de zondaars niet direct bestraft en de rechtvaardigen worden niet in het oog lopend beloond, maar integendeel, het lijkt ons, dat juist zondaars gedijen, en rechtvaardigen lijden, en slechts enkelingen tot het beseffen van het hoge bestuur komen, zoals is gezegd: “Duizend komt te leren, maar slechts één komt tot het licht uit”. Daarom is het begrijpen van het bestuurssysteem van de Schepper vormt die pool, juist rondom welke onze goede of slechte houding tot de realiteit gewekt wordt. Samenvatting p. 44: Maar aangezien het bestuur onvoelbaar is, kan zijn begrijpen ons helpen, eveneens als niet begrijpen van het bestuur leidt ons tot het lijden. 45) Het bestuur van de Schepper wordt door een mens in verborgenheid of evident gewaargeworden. Bovendien, er zijn twee trappen, twee gewaarwordingen door een mens van het verborgen bestuur en twee trappen, twee gewaarwordingen door een mens van het evidente bestuur. De geestelijke groei van de mens verloopt verplichtend langs deze 4 trappen van het bevatten van het bestuur: Het verborgen bestuur: 1. Dubbele verborgenheid van de Schepper; 2. (Enkele) verborgenheid van de Schepper. Het evidente bestuur: 3. Het bestuur door beloning en straf. 4. Het eeuwige bestuur. Samenvatting p. 45: De 4 trappen van een gewaarwording van het bestuur zijn: een dubbele verborgenheid (een volledige niet gewaarwording); een verborgenheid (een gewaarwording van een niet evidente beloning en bestraffing); een open bestuur (door een beloning en bestraffing, afhankelijke liefde); het eeuwige bestuur (absoluut goede, onafhankelijke liefde). 46) Een evidente gewaarwording van de Schepper heet Zijn gezicht, en Zijn verborgenheid, het niet-gewaarworden van de Schepper heet Zijn rug. De Schepper bestuurt de mens altijd, maar indien de mens het bestuur van de Schepper niet gewaarwordt, dan wordt het bepaald, dat de Schepper zich met Zijn rug tot de mens bevindt. Indien de mens echter de Schepper, Zijn bestuur gewaarwordt, dan wordt het bepaald, dat de Schepper zich met het gezicht tot de mens bevindt. Samenvatting p. 46: Een dubbele verborgenheid van de Schepper is een verborgenheid van datgene, dat er een bestuur is, maar dat het verborgen is, d.w.z., een verborgenheid van een verborgenheid van het bestuur. Als gevolg daarvan gelooft de mens in het bestuur niet. 47) Zoals ook in onze wereld het geval is, indien een mens een bekend gezicht ziet, dan herkent hij dat onmiddellijk, en indien hij alleen een achterkant, de rug ziet, dan kan hij zich vergissen, hij twijfelt, wellicht is dat zijn bekende niet. De Schepper is absoluut goed, en van Hem gaat alleen het aangename uit. Daarom, wanneer de Schepper met een mens goed is, wordt dat als het openen van Zijn gezicht aan de mens bepaald, omdat de mens ziet en gewaarwordt, dat het de Schepper is, die zich tot hem zo verhoudt en hem bestuurt in overeenstemming met Zijn eigenschap van het absolute goed. Samenvatting p. 47: Het gezicht van de Schepper betekent een gewaarwording van Hem zelf, en daar Hij de Bron van een genieting is, betekent Zijn gezicht een gewaarwording van een genieting (vreugde, volmaaktheid, gezondheid, e.d.). 48) Maar wanneer een mens het lijden, een ellende en ziekten ontvangt, dan wordt het als de rug van de Schepper bepaald, omdat Zijn gezicht, d.i. Zijn goedheid, verborgen is. Immers het past bij de absoluut goede Schepper een zulke houding ten aanzien van de mens niet. En omdat het lijkt, of de mens de Schepper van achteren ziet, kan hij zich vergissen: misschien is dat iemand anders, en niet de Schepper hem bestuurt. In een zulk geval is een grotere inspanning van de mens nodig in het geloof in de Schepper, in Zijn bestuur, in datgene, dat het leed, dat door hem gewaargeworden wordt, hem door de Schepper als bestraffing gezonden wordt, omdat het moeilijk is om Hem van achteren te herkennen. En een zulke gewaarwording, om precies te zijn, het ontbreken van een gewaarwording van de Schepper, heet Zijn gewone verborgenheid. Samenvatting p. 48: De rug van de Schepper betekent het niet gewaarworden van Hem, wat in de mens een gewaarwording van het leed oproept (depressie, pijn, gespannenheid, angst, e.d.). een gewone verborgenheid betekent, dat de mens tegelijkertijd met het leed gewaarwordt, dat de reden daarvoor in een verborgenheid van de Schepper is. 49) Maar indien het leed, een ellende en ziekten toenemen, dan roept het een dubbele verborgenheid van de Schepper op, d.w.z., zelfs Zijn rug ziet de mens niet, wat betekent, dat hij berhaupt niet gelooft, dat het de Schepper is, die toornig wordt en hem bestraft, maar betrekt datgene, wat zich met hem voordoet op het toeval, op de natuurwetten (wat heet het ontkennen van de Schepper en het zich wenden tot afgoden) en komt tot een volledige ontkenning van het bestuur van de wereld door de Schepper door beloning en bestaffing. Samenvatting p. 49: Het vergroten van het leed brengt de mens tot het verliezen van een gewaarwording, dat het leed van een verborgenheid van de Schepper uitgaat, en hij begint in andere bronnen van zijn gewaarwordingen te geloven (in omgeving, natuur, toeval e.d.), dat het aanbidden van idolen heet, omdat de bron van alles, de Schepper is. 50) Dan beseft de mens eveneens als bij een gewone verborgenheid, dat hij de Schepper niet gewaarwordt, maar hij gelooft in het bestuur van de Schepper door beloning en bestraffing, het gelooft, dat hij het leed ondervindt als gevolg van zijn verwijdering van de Schepper, als gevolg van zijn zondigen, wat bepaald wordt alsof hij de Schepper ziet, maar alleen Zijn rug. En daarom heet het een eenvoudige verborgenheid - een verborgenheid van het gezicht van de Schepper, omdat in plaats van het gezicht, d.w.z., van het goed, zendt Hij de mens het leed. (Het ontvangen van een genieting of het weggeven van een genieting heet gezicht. Een omgekeerde handeling, niet geeft, noch ontvangt, heet rug. Daarom bevindt een mens, die zijn weg naar de Schepper begint, zich in een toestand “rug tot rug”, waarbij hij nog geen ware wensen heeft om datgene, wat de Schepper hem wenst te geven, te ontvangen. Indien hij een gewaarwording van de Schepper, de hoge genieting in zijn wensen zou ontvangen, dan zou hij terstond voor zichzelf beginnen te ontvangen, omdat het licht van een genieting van de altruïstische bron uitgaat, en daarom kan hij zich niet in een egoïstische wens bevinden. Indien een mens geleidelijk met deze voorwaarde eens wordt, wenst een genieting voor zichzelf niet te ontvangen, en de Schepper geeft een gewaarwording van Zichzelf niet, dan heet een zulke toestand “rug tot rug”). Samenvatting p. 50: In een eenvoudige verborgenheid van de Schepper gelooft de mens, dat zijn leed het gevolg is van een verborgenheid van de Schepper van hem, omdat hij door zijn eigenschappen van de Schepper verwijderd is. 51) Enfin, in een gewaarwording door een mens van de verborgenheid van de Schepper zijn er twee toestanden: de verborgenheid van de Schepper - de verborgenheid van het gezicht, maar hij ziet de rug, d.i. een geloof in het bestuur van de Schepper leeft bij hem nog, het geloof in datgene, dat het Hij is, die hem het leed, als bestraffing zendt. Aangezien het moeilijk is om de Schepper al maar vanaf de rug te herkennen, d.w.z., door het lijden te ontvangen, omdat het hem tot twijfels in het voorhanden zijn van het bestuur leidt, alsmede tot het overtreden van het vervullen van Zijn wil [leidt], heet de mens in een zulke toestand een niet-volledige zondaar. Een niet-volledige zondaar heet hij daarom, omdat zijn overtredingen lijken op misstappen, op niet-bedoeld zondigen, op onwillekeurige vergissingen, omdat zij plaatsvinden als gevolg van veel leed, dat in hem twijfels in de Schepper oproept, en Zijn bestuur, maar in het algemeen gelooft hij in beloning en bestraffing. Samenvatting p. 51: Een eenvoudige verborgenheid - dat is het geloof daarin, dat het leed van de Schepper uitgaat. Het leed leidt tot zondigen, maar hij heet niet-volledige zondaar, omdat deze overtredingen zijn als het ware misstappen, als gevolg van het leed, dat hem van de gedachte afleidt, dat het leed van de Schepper afkomstig is. D.w.z., wanneer kwellingen toenemen, kan zijn geloof in de Schepper niet standhouden en hij overtreedt Zijn wensen. 52) De dubbele verborgenheid van de Schepper - dat is de verborgenheid niet alleen van het gezicht, maar tevens van de rug, d.i. hij gelooft niet in beloning en bestraffing, en zijn overtredingen worden als bewuste, als met boze bedoelingen, bepaald. En hij heet de volledige zondaar, omdat hij gewaarwordt, dat de Schepper de schepselen berhaupt niet bestuurt, hij gelooft in andere krachten, die de wereld zouden besturen, wat “het zich wenden tot afgoden” heet. Enfin: a) Een verborgenheid van de Schepper (een gewone verborgenheid) betekent, dat de mens gelooft, dat de Schepper de wereld door Zijn omgekeerde zijde, d.i. door het leed, regeert. Omdat de mens op die manier het Bestuur van de Schepper gewaarwordt, gewaarwordt niet het gezicht van de Schepper, maar Zijn rug, d.i. hij ziet het absolute goed, dat van de Schepper uitgaat, niet. En dat is juist een verborgenheid, een verborgenheid van de goedaardigheid, van het ware goede bestuur, omdat de mens het lijden gewaarwordt. Maar toch gelooft hij, dat het niemand anders (zoals het toeval, de natuur, de omgeving), dan de Schepper zelf op die manier hem bestuurt. Alleen wordt het door hem niet als de ware eigenschap van de Schepper - “het goed zijn”, gewaargeworden. b) Een dubbele verborgenheid van de Schepper (een verborgenheid van verborgenheid) betekent, dat van de mens zelfs de rug van de Schepper verborgen is. D.w.z., de verborgenheid is dermate groot, dat het voor de mens onmerkbaar is, dat het een verborgenheid, d.i. hij ziet niet, dat het de Schepper is, die, door Zich te verbergen, hem bestuurt. En daarom heet dat een verborgenheid van een verborgenheid. Samenvatting p. 52: Een dubbele verborgenheid - dat is het ongeloof in de Schepper als de Bron van zijn gewaarwordingen en gedachten, d.w.z., het ongeloof in een beloning en een bestraffing. De zonden in een zulk geval worden als opzettelijke bepaald, en de mens heet daarom een volledige zondaar. 53) Al het werk in een vrije uitvoering van de Tora en Voorschriften, een uitvoering ervan door zijn wilsbesluit, heeft juist plaats in de toestand van een verborgenheid van de Schepper, in een eenvoudige én in een dubbele, omdat het bestuur van de Schepper is niet evident en men kan Hem alleen in een verborgenheid van het gezicht, vanuit de rug, zien. Zoals degene, die zijn bekende van achteren ziet, wellicht is dat zijn bekende helemaal niet. Zo ook een mens, die zich in een gewaarwording van een verborgenheid van de Schepper bevindt, hij verkeert onophoudelijk in twijfel, in een toestand van een vrije keuze: om de wil van de Schepper te vervullen of te schenden. Zijn wensen zijn van een eenvoudige verborgenheid van de Schepper, omdat het leed leidt tot twijfel in het bestuur van de Schepper, wanneer twijfels als misstappen eruitzien, of van een dubbele verborgenheid van de Schepper, wanneer twijfels als overtredingen eruitzien. Maar hoe dan ook, in een eenvoudige of in een dubbele verborgenheid, gewaarwordt een mens een groot leed en een noodzaak om grote inspanningen te leveren ter versterking van het geloof in de Schepper en in Zijn bestuur. En over die periode is gezegd (Kohelet, 9): “Alles, wat gij kunt doen - doe!”, d.i. doe maximale inspanningen om in de Schepper en in Zijn goed bestuur te geloven, omdat de mens zal geen onthullen van het gezicht van de Schepper bereiken, d.i. een gewaarwording van het goed, van geestelijke genietingen, hij zal niet zien hoe de Schepper door het absolute goed de hele wereld bestuurt, vóórdat hij zal moeite aan de dag brengen en alles zal doen, wat in zijn krachten is, vóórdat hij het hele voor hem voorbestemde werk zal afmaken in zijn vrije keuze om in de Schepper en in Zijn goed bestuur te gaan geloven. En pas daarna opent de Schepper hem Zijn gezicht. Juist in de toestand van een verborgenheid van de Schepper, wanneer een mens een verborgenheid gewaarwordt, bestaat een aanwijzing om een Voorschrift van een vrije keuze te vervullen, d.w.z., een mens dient zijn twijfels te overwinnen en alleen datgene te verkiezen, te geloven, dat alleen de Schepper hem bestuurt. En een beloning voor het vervullen van een Voorschrift van de vrijheid van de wil is evenredig aan het lijden in de toestand van een verborgenheid. Omdat een verborgenheid, dat de Schepper de hele wereld met het absolute goed bestuurt, plaatst de mens in twijfels, maar in werkelijkheid de houding tot hem van de Schepper is absoluut goed tevens op het gegeven moment, wanneer hij groot leed gewaarwordt. En in die tijd dient de mens tegen zichzelf te zeggen, dat alles, wat de Schepper doet, doet hij voor mijn heil, met een absolute liefde en een goedaardige intentie, en dat al het leed is voor mijn voordeel. Maar in de toestand van een dubbele verborgenheid verkeert een mens in twijfel: bestaat er berhaupt een verborgenheid van de Schepper? Misschien is de wereld toch aan zichzelf overgelaten? Zoals filosofen beweren, dat hoewel de Schepper de wereld schiep, liet Hij haar aan zijn lot over en bestuurt haar niet. Juist tijdens een verborgenheid, van een eenvoudige of een dubbele, bestaat de vrijheid van de wil, van de keuze, wanneer een mens door zijn inspanning zijn twijfels kan overwinnen, welke twijfels uit het leed en veelvuldige uiterlijke zorgen ontstaan, om te geloven, dat dit allemaal met een goed doel door de Schepper gezonden wordt. Een grootte van een beloning wordt bepaald in overeenstemming met een grootte van het leed, dat in toestanden van een verborgenheid van de Schepper gewaargeworden wordt, wanneer hij zijn zwakheden en twijfels in het bestuur dient te overwinnen, zijn geloof in de Schepper en Zijn bestuur dient te versterken, wanneer, terwijl hij enorme pijnen gewaarwordt, zich dient voor te stellen, dat het voor zijn heil door de Schepper gezonden wordt met een absoluut goed doel en een gigantische liefde. En een beloning is het opengaan van het gezicht van de Schepper en het open ontvangen door de mens van zijn Schepper van het allerbeste, wat met name het gezicht van de Schepper heet. Als gevolg daarvan wordt de mens waardig bevonden om met zijn eigen ogen te gewaarworden, hoe de Schepper de hele wereld met een absoluut goed voor al Zijn schepselen bestuurt. Samenvatting p. 53: Alleen in een verborgenheid van de Schepper bestaat de vrijheid bij de mens om in Zijn bestuur door een beloning en een bestraffing te geloven, Zijn wensen te vervullen of niet, omdat als gevolg van het niet gewaarworden van de Schepper, bevindt hij zich in voortdurende twijfels over Hem en Zijn bestuur. Allen na alle inspanningen te hebben geleverd om in het bestuur te geloven, ontdekt de mens voor zich de Schepper. 54) Maar nadat de Schepper ziet, dat de mens alles beëindigde, wat hij zelf met inspanningen van zijn vrije keuze kon verrichten en in zijn versterking in het geloof in de Schepper, helpt de Schepper hem, en de mens wordt het opengaan van het gezicht van de Schepper waardig geacht, van een gewaarwording van Zijn evident bestuur. Het belangrijkste is, dat de mens dient te geloven, dat de Schepper geeft de hele wereld alleen het goed. En dat dit goed in de Tora en in het gebed ingehuld. D.w.z., dat elk woord in de Tora en elk woord in het gebed, elk vers in psalmen, in zich het hoge licht verbergen. En zodra het hoge licht aan de mens geopenbaard wordt, gewaarwordt hij een gigantische genieting, ongekend grotere, dan alle genietingen van onze wereld. Daarom dient de mens te geloven, dat het licht van de Schepper en een hoge genieting in de Tora en Voorschriften zijn verborgen. Maar de mens dient tot de Schepper terug te keren (tsjoeva), d.w.z., de Schepper met zijn wensen te evenaren, en door deze gelijkenis van wensen te naderen, tot aan de samenvloeiing met de Schepper. En in die mate van de gelijkenis naar eigenschappen van de mens met die van de Schepper onthult de Schepper zich juist in de mens, in die mate gewaarwordt de mens in zich het licht van de Schepper, dat van hem vroeger in de Tora en Voorschriften verborgen werd, waar tegenover alle genietingen van onze wereld (genietingen, die door alle mensen gedurende de hele geschiedenis van de mensheid vanaf het begin van de wereld en tot haar einde, d.i. de hoeveelheid van een genieting, die door de Schepper voor genietingen van allen in onze wereld toebedeeld werd), niet meer dan een vonkje zijn. Als gevolg daarvan komt de mens tot een volledige samenvloeiing met de Schepper, keert hij met zijn wensen tot de Schepper en vloeit door de gelijkenis qua eigenschappen met de Schepper samen, met heel zijn hart en met zijn hele ziel, omdat, natuurlijk, verlangt hij ernaar, als gevolg van het onthulde bestuur, omdat hij met zijn ogen ziet, met al zijn gevoelens gewaarwordt, dat de Schepper al Zijn schepselen bestuurt met een absoluut goed bestuur, waardoor in de mens een gigantische liefde tot zijn Schepper verwekt wordt. Samenvatting p. 54: Wanneer de mens het leveren van al zijn inspanningen in het geloven in het bestuur van de Schepper in de trappen 1 en 2 (dubbele en eenvoudige verborgenheid) beëindigde, onthult de Schepper zich aan hem, en, als gevolg van het gewaarworden van de Schepper, streeft de mens met al zijn krachten naar Hem. 55) Deze terugkeer tot de Schepper en het bevatten van Zijn bestuur vindt langs twee volgende trappen: De eerste - dat is een volledige bevatting van het bestuur door beloning en bestraffing, wanneer bij het uitvoeren van een Voorschrift een mens een beloning ziet, die voor hem in de toekomstige wereld voor het uitgevoerde Voorschrift voorbeschikt is. Daarbij gewaarwordt hij een geweldige genieting tijdens zijn uitvoering in deze wereld, en tevens beseft een bestraffing voor elke overtreding, die hem na zijn dood te wachten staat en terstond bij zijn overtreding gewaarwordt hij het leed in deze wereld. Natuurlijk, dat degene, die een gewaarwording van het bestuur door beloning en bestraffing bereikt, is daarin overtuigd, dat hij niet meer zal zondigen, zoals een mens overtuigt is, dat hij zich geen opzettelijke schade berokkenen, die hem een groot leed brengen. Hij is tevens overtuigd, dat hij het onmiddellijke uitvoering van een Voorschrift niet nalaten, wanneer zich een mogelijkheid zal voordoen om het uit te voeren, zoals een mens overtuigd is, dat hij een gigantische genieting van deze wereld of een mogelijkheid van een grote winst niet voorbij zal laten gaan. In de handschriften van rabbi J. Ashlag ontdekte ik een beschrijving van een verborgenheid en het opengaan van het gezicht van de Schepper. Volgens de hieronder beschreven gewaarwordingen van de omgeving in gevoelens, in verbeelding en het begrijpen van de mens, kan men in een of andere mate daarover te beoordelen, in hoeverre het door ons waarneembare beeld van de ons omringende wereld en onszelf subjectief is en generlei verband met de ware toestand heeft van datgene, wat zich in ons en buiten ons bevindt. Aan de lezer zal duidelijk zijn, dat alleen van de innerlijke geestelijke toestand van de mens afhangt, hoe hij de omringende wereld zou en zichzelf zien. Bovendien, deze afhankelijkheid is dermate direct, dat bij een verandering van de innerlijke geestelijke toestand van de mens van een verborgenheid in het opengaan van het gezicht van de Schepper is juist omgekeerd, hij gewaarwordt, neemt hij waar, begrijpt hij en ziet in de hem omringende en in zichzelf het volkomen tegenovergestelde. Al onze waarneming zowel onszelf, als ook van al het omringende, hangt volkomen alleen van datgene af, in hoeverre de Schepper Zich aan ons onthult, in welke mate is Zijn licht op ons onvoelbaar of evident werkzaam: Het beeld van een eenvoudige verborgenheid van de Schepper: het gezicht van de Schepper is van de mens verborgen, d.i. de Schepper gedraagt zich met een mens niet in overeenstemming met Zijn naam “Goede en Barmhartige”, maar integendeel, omdat een mens van Hem het leed ontvangt, voortdurende in tekort van inkomsten verkeert, in schulden en in afhankelijkheid van vele zijn leven daardoor getemperde factoren, vol zorgen en het zoeken naar het noodzakelijke voor elke dag, of dat hij van ziekten lijdt en veracht allen, dat alles, wat hij voornemens is te doen en begint te doen - beëindigt in mislukking en hij onophoudelijk mentaal ontevreden blijft. In een zulk geval ziet de mens, natuurlijk, het goede gezicht van de Schepper niet, maar indien hij al was het maar in datgene gelooft, dat dit alles van de Schepper uitgaat, als een bestraffing voor zijn vorige overtredingen óf om hem in de toekomst een beloning voor dit leed te geven, zoals is gezegd, dat de Schepper geeft het leed aan rechtvaardigen, om in het vervolg hen met het allerbeste te belonen. Maar dat hij niet zegt, dat het hem per toeval gegeven wordt, van de blinde natuur, zonder enige rekenschap met hem, maar integendeel door de wilskracht zich in het geloof versterkt, dat het de Schepper is, die alles bestuurt, Hij veroorzaakt hem al het leed - een zulke geestelijke toestand van de mens wordt bepaald, als die, dat hij de achterzijde, de rug van de Schepper ziet. Het beeld van een dubbele verborgenheid van de Schepper: deze toestand van een verborgenheid in een verborgenheid betekent, dat hij ziet zelfs de keerzijde van de Schepper niet, maar zegt, dat de Schepper hem verliet en dat Hij niet alles bestuurt, doch al het leed, dat hij ontvangt, zich daardoor in de wereld voordoet, omdat alles langs de natuurlijke weg verloopt - omdat de wegen van het bestuur worden door hem dermate verward gezien, dat zij hem tot een toestand van een volledig ongeloof brengen, wat betekent: hij bidt en een aalmoes geeft, terwijl hij zijn ellende probeert te overwinnen, maar ontvangt generlei antwoord. Het onheil gaat door, maar zodra hij stopt om voor zijn leed te bidden, en zijn een antwoord in de vorm van geluk ontvangt, zodra door zijn inspanningen in het bestuur van de Schepper gelooft en zijn daden verbetert, terstond houdt hij op om te gedijen en wordt op een wrede manier van het succes afgeworpen. En wanneer hij niet gelooft en het kwaad doet, terstond begint hij te gedijen en “vrij te ademen”, niet lukt hem niet om op een eerlijke manier te verdienen, maar juist door het leed van anderen, door het stelen, door het overtreden van sjabbat, e.d. Al zijn gelovige en eerlijk levende bekenden lijden, zijn arm, ziek en door allen vernederd, - allemaal lijken zij hem egoïsten, wrede, onfatsoenlijke mensen, domkoppen van geboorte, bedriegers en schijnheiligen, dermate, dat het weerzinwekkend is om zich zelfs een minuut naast hen te bevinden. En al zijn niet-gelovige en oneerlijke bekenden, die hem om zijn geloof bespotten, juist zij het meest geslaagd zijn, gezond, gelukkig, verstandelijk, zelfverzekerd, aangenaam, aardig, eerlijk, door allen geëerd, weten van geen zorgen, zijn voortdurend in een gewaarwording van een innerlijke rust. Wanneer het hoge bestuur zich in de mens op deze wijze manifesteert, heet dat een verborgenheid in een verborgenheid, omdat de mens, die zich erin bevindt, niet in staat is om door zijn eigen inspanningen door te gaan in datgene te geloven, dat het leed bij hem van de Schepper als gevolg van iets komt. Hij daalt geestelijk dermate af, dat hij ophoudt te geloven, en beweert, dat de Schepper zijn schepselen helemaal niet bestuurt, en dat alles, wat zich met hem voordoet, vindt per toeval en door de natuur plaats - d.w.z., hij ziet zelfs de keerzijde van de Schepper niet. De naam van de Schepper “Goede en Barmhartige” getuigt van het feit, dat Hij verhoudt zich tot al Zijn schepselen via alle natuurlijke wegen, welke wegen allen, die zich in het streven naar Hem bevinden, ontvangen. Het is begrijpelijk, dat een genieting van één mens kan niet gelijken aan een genieting van een ander, zoals bijvoorbeeld, degene, die zich met een wetenschap bezighoudt, zal niet met het rijkdom genoegen nemen, en degene, die zich niet met de wetenschap bezighoudt, zal niet genieten van het bevatten van een grote ontdekking. Natuurlijk, aan de ene geeft de Schepper het rijkdom en eer, en aan een ander kennis. En eenieder in zijn gewaarwordingen dient de persoonlijke houding van de Schepper tot hem als het goede en barmhartige op te bevatten. Inspanningen van de mens, die zich in de toestand van een verborgenheid bevindt, ter versterking van het geloof in het bestuur van de Schepper, brengen hem tot een ijverige bestudering van de Tora, opdat het in haar verborgen licht hem zou helpen. Gedachten, welke de mens als gevolg van de bezigheid met de Kabbala ontvangt, hoe de Schepper hem en de wereld bestuurt, komen bij hem omdat “Tora is het middel van de correctie” - “Tora tavlien”. Zijn inspanningen dient de mens te leveren, totdat de Schepper medelijden over hem zal hebben en Zich aan hem zal openbaren. Nadat de mens de in het licht van de Tora bevattende krachten voor zijn correctie volledig ontdekt, en zijn lichaam daarmee vult - als gevolg van zijn versterking in het geloof in de Schepper - wordt hij waardig geacht voor het onthullen van het gezicht van de Schepper, wat betekent, dat de Schepper hem in overeenstemming met Zijn naam “Absoluut goede” bejegent. Het is een beeld van het onthullen van het gezicht van de Schepper. Als gevolg ervan, gewaarwordt de mens, dat hij van de Schepper alleen het goede ontvangt, hij gewaarwordt een innerlijke rust, bevindt zich in een voortdurende geestelijke voldoening, makkelijk verdient zoveel als hij wenst, heeft nooit zorgen en inspanningen, is nooit ziek, geniet een eerbetoon van allen, makkelijk bereikt al datgene, wat hij wenst, makkelijk vervult al door hem geplande en is in alles geslaagd. Wanneer hij iets wenst, dan bidt hij en terstond ontvangt, omdat de Schepper altijd onmiddellijk hem beantwoordt, geen enkel gebed blijft zonder een positief antwoord, en indien hij goede daden verricht, dan vergroot zijn succes direct en veelvuldig, en in de mate van zijn luiheid vermindert dat. Al zijn eerlijke weg bewandelende bekenden goed verdienen en zijn altijd gezond, door allen geëerd en leven zonder zorgen, rust en evenwicht continu heersen in hen, zij zijn verstandig, eerlijk, schoon, fatsoenlijk, dermate aangenaam, dat hij geniet van hen. Allen, die hij kent als degenen, die niet op de weg van de Tora gaan, zijn arm, in grote schulden en zorgen, hebben geen minuut van rust in hun ongelukkig leven, zijn onophoudelijk in ziekten en pijnen, zijn door allen veracht, hij ziet zij als niet-opgeleid en niet-opgevoed dommerd, wrede en lage in hun daden tot alles, zijn vol vleierij en bedrog, dermate, dat het ondraaglijk is om zich naast hen te bevinden. Alle gelovige wijzen worden door hem voorgesteld als evenwichtige mensen, bescheiden, eerlijk, aangenaam, door allen geëerd, hij wenst onophoudelijk met hen te zijn, geniet van elk minuut van zijn omgaan met hen. Samenvatting p. 55: Het onthullen van de Schepper betekent een onmiddellijke gewaarwording van een genieting bij het vervullen van Voorschriften (wensen van de Schepper) en het beseffen van een beloning, welke hij na zijn dood zal ontvangen, in de toekomstige wereld of een gewaarwording van het leed op het moment van het zondigen (schendingen van de wil van de Schepper) en het beseffen van een bestraffing in de toekomstige wereld, waardoor bestaat een volle zekerheid daarin, dat hij al niet meer zal zondigen, en hij streeft alleen naar het vervullen van Voorschriften. 56) Het is door de wijzen gezegd, dat de ware correctie betekent, dat de Schepper zelf getuigt, dat de mens tot zijn natuurlijke wensen en eigenschappen niet terug zal keren. Maar hoe kan men garanties van de Schepper horen, en vóór wie dient de Schepper dat te getuigen? Is het dan niet genoeg, dat de Schepper weet, dat de mens niet meer zal zondigen? Het gaat erom, dat de mens kan niet zeker van zijn, dat hij niet zal zondigen, voordat hij het bestuur door beloning en bestraffing niet bevat, d.w.z., het opengaan van het gezicht van de Schepper. Het opengaan van het gezicht van de Schepper heet een getuigenis, omdat de redding van de mens door de Schepper daarin besloten is, dat de Schepper, door Zichzelf te onthullen, terwijl Hij de mens een gewaarwording van een beloning en bestraffing geeft, garandeert hem, dat de mens niet meer zal zondigen. Wanneer kan de mens dan zeker van zijn, dan hij de volle terugkeer tot de Schepper waardig is geacht? - Wanneer de Schepper zelf ervan getuigt, dat de mens niet meer zal zondigen, omdat hij het gezicht van de Schepper bevatte, d.i. het evidente bestuur door beloning en bestraffing, wanneer de redding zelf van de mens getuigt, dat de mens niet meer zal zondigen.
|
|
| |
|
|
|
|
"Bnei Baruch" Copyright ©1996. Bnei Baruch. All rights reserved. | |
|
| |