|
|
|
|
|
|
Samenvatting p. 101: Het leed van degene, die een verborgenheid van de Schepper gewaarwordt, naar mate zijn inspanningen in de Tora, wordt vergroot, terwijl hij aangespoord wordt om de nodige inspanningen voor het onthullen van de Schepper te geven. 102) Daarom is het gezegd: “Eenieder, die de Tora “lo liesjma” bestudeert, verandert haar in het dodenlijke gif” - indien hij tot zijn doel niet het opengaan van het gezicht van de Schepper stelt, dan niet alleen dat hij dat niet bereikt, maar hoe meer hij de Tora leert, komt hij in een steeds grotere verborgenheid, die dood betekent, omdat daardoor het verband tussen de mens en de Bron verbroken wordt, d.w.z., hij is niet in staat om te geloven, dat de Schepper de wereld bestuurt. Daarom wordt zijn Tora voor hem tot het dodelijke gif. En dat is allemaal omdat men dient omwille van de Schepper te leren, dat het voornemen van de mens zou zijn, om de Schepper te verblijden. En wanneer hij zijn intenties naar de Schepper kan richten, dan zal hij het opengaan van het gezicht van de Schepper en een gewaarwording van genietingen waardig zijn. Hoe kan men begrijpen, dat de Tora bevat in zich twee tegenstellingen: een levenselixer én een dodelijk gif kan zijn? Wij kunnen de ons omringende realiteit niet objectief gewaarworden, hoe is die op zichzelf, maar alleen volgens onze zintuigen, onze gewaarwordingen. Daarom bevatten wij niet, hoe de Tora zelf is, doch slechts hoe zij op ons uitwerkt. Indien de mens de Tora bestudeert, en de Tora verwijdert hem van de liefde voor de Schepper, dan heet zijn Tora het dodelijk gif, indien het tegenovergestelde het geval is, dan heet zij het levenselixer. Echter de Tora zelf, zonder het bevatten ervan door schepselen, - dat is de ondoorgrondelijke Schepper zelf, het absolute licht van de Schepper. Daarom, wanneer men over de Tora spreekt, bedoelt men die gewaarwordingen, welke de mens als gevolg van zijn bezigheid met de Tora ondervindt. Omdat gewaarwordingen van de mens, alleen en met name zij bepalen, waar hij zich bevindt en in welke hoedanigheid. Daarom hangt alles van een ogenblikkelijke intentie van de mens af, met welke Tora is hij bezig, wat zal zij voor hem worden. Indien de mens de Tora daarvoor bestudeert, om tot de Schepper toe te naderen, dan wordt zij voor hem tot het levenselixer, omdat zij hem tot de Bron van het leven doet naderen. Aan het begin van zijn weg, in de toestand van een verborgenheid, dient dat een intentie te zijn om met behulp van het bestuderen van de Tora een rechter te vinden, die het oordeel velt. In een zulk geval het bestuderen van de Tora leidt van LO LIESJMA tot LIESJMA. Het bestuderen van de Tora dient alleen tot één [ding] leiden - tot het geloof, omdat het geloof heet tevens één Voorschrift, dat tot het neigen van de weegweegschaal van de hele wereld naar de kant van verdiensten leidt. Het geloof heet tevens een handeling, heb. maase. Omdat in elke handeling van de mens bestaat een reden en een handeling zelf. Gewoonlijk is een reden - het ontvangen van een beloning. Maar indien een beloning door het verstand niet begrepen wordt, dan kan de mens handelen, indien een reden voor zijn handeling zijn geloof zal zijn. Daarom stelt het geloof de mens in staat om alles naar de kant van verdiensten te doen neigen, en daarom heet het “handeling”. Samenvatting p. 102: Degene, die leert om een andere reden dan om de Schepper te gewaarworden, komt geleidelijk in een dubbele verborgenheid terecht en de Tora wordt voor hem een dodelijk gif. 103) Hieruit zullen wij twee benamingen van de Tora begrijpen: de openlijke (niegle) en de verborgen (niestar). De Tora heet verborgen, omdat daarin de Schepper schuilgaat en de openlijke, omdat de Schepper zich in haar onthult. Aanvankelijk leert men de geheime Tora, wanneer de Schepper zich in haar verborgen houdt. En vervolgens leert men de openlijke Tora, waarin de Schepper zich door middel van de Tora openbaart. Daarom beweren kabbalisten en daarover wordt in het gebedsboek van Gaon mie Vilno (AGR”A) gesproken, dat de verborgen en de openlijke Tora - dat zijn geen twee Tora’s of twee delen van de Tora, maar een opeenvolgende volgorde van het bevatten van de Tora: men begint met de verborgen, geheime Tora (sod), en als gevolg van inspanningen in het vinden van het gezicht van de Schepper, bereikt men de openlijke Tora (psjat). Samenvatting p. 103: De mens bepaalt, welke Tora hij leert: indien de Schepper nog verborgen is, dat heet de Tora verborgen (geheime), indien de Schepper zich aan hem onthuld, heet de Tora open. 104) Daarom is het begrijpelijk hoe men de afhankelijke liefde voor de Schepper kan bereiken: hoewel de mens een beloning alleen in de toekomstige wereld ontvangt, maar indien zijn ogen in de Tora opengingen, dan ziet hij al datgene in deze wereld, wat hem in de toekomstige wereld voorbeschikt is om te ontvangen, hij bevat een beloning voor het vervullen van Voorschriften, gewaarwordt in het heden een beloning, welke hij in de toekomst zal ontvangen, ziet de oneindige goedheid van de Schepper tot Zijn schepselen, waardoor hij van een enorme afhankelijke liefde voor de Schepper vervuld wordt, welke liefde tot hem neerdaalt, volgens dezelfde kanalen, waarlangs een aardse liefde onthuld wordt. Zoals een moeder, die haar kind voedt, niet denkt eraan, dat zij hem lief dient te hebben en voor haar inspanningen een beloning wenst te ontvangen - een zulke toestand van liefde dient de mens ten aanzien van zijn Schepper te bereiken. (Deze wereld heet in de Kabbala berhaupt “kennis”, “het bevatten”, en de toekomstige wereld heet “geloof”. In de toekomstige wereld, zegt men, allen zullen een volledige verzadiging met een genieting ontvangen. En dat is alleen omdat datgene, wat met behulp van het geloof ontvangen wordt, generlei beperkingen heeft. Terwijl datgene, wat in het verstand ontvangen wordt, zeer beperkt is door de ontvanger zelf. Daarom heeft deze wereld een grens). Samenvatting p. 104: Als gevolg van het opengaan van de Schepper, ziet de mens de voor hem in de toekomstige wereld voorbeschikte beloning, hij gewaarwordt de goedheid van de Schepper en wordt door liefde voor Hem vervuld. 105) Maar een afhankelijke liefde komt tot de mens alleen vanaf het moment van zijn bevatten van het openlijke bestuur. En zijn leed in het verleden, in de periode van het verborgen bestuur, hoewel hij ook niet wenst om zich eraan te herinneren, omdat de liefde alles overlapt, wordt toch als een groot gebrek zelfs in een aardse liefde geacht wordt - immers indien hij zich over het leed herinnert, dat hem door zijn geliefde in het verleden aangedaan werd, dan dooft zijn liefde terstond. Hoe kan de mens dan een zulke liefde voor de Schepper bereiken, dat hij zou weten en gewaarworden, dat vanaf zijn geboorte en altijd deed de Schepper hem uitsluitend goed en veroorzaakte hem nooit enig kwaad of leed, zodat hij met een gevoel van een absolute liefde vervuld zou kunnen worden? Samenvatting p. 105: De absolute liefde ontstaat door het begrijpen, dan het leed, dat in een verborgenheid van de Schepper ondervonden werd, was goed, en niet kwaad. 106) Het is gezegd door de wijzen: “Bij degene, die uit liefde terugkeert, worden opzettelijke overtredingen tot verdiensten”, wat betekent, dat de Schepper zijn opzettelijk zondigen niet alleen wegstreept, maar al het slechte, dat hij in het verleden deed, verandert in een goede daad, in een Voorschrift. Samenvatting p. 106: Een terugkeer uit liefde verandert alle opzettelijke overtredingen in verdiensten. 107) Daarom verblijdt de mens zich, die het zulke opengaan van het gezicht van de Schepper bereikt, dat zijn vorige, zelfs kwaadbedoelde overtredingen, in vervulde Voorschriften veranderen, met zijn veelvuldige vorige ellende en bitter leed, met zijn onrustig leven, vervolgingen, welke met hem tijdens zijn verblijven in de toestand van een dubbel of eenvoudig verborgen bestuur verliepen, omdat juist zij brachten dermate kwaadbedoelde overtredingen met zich mee, welke overtredingen veranderen nu door het licht van de Schepper in verdiensten. En al het leed, dat hem in verwarring bracht en tot misstappen in een eenvoudige verborgenheid van de Schepper leidde, of tot kwaadbedoeld zondigen in een dubbele verborgenheid van de Schepper brachten - veranderen nu in een voorbereiding en een reden voor het vervullen van Voorschriften en het ontvangen van een eeuwige beloning daarvoor. En daarom veranderen zijn vorige kwellingen en bitterheid in een enorm geluk, en al het slechte verandert in het absoluut goede. Daarom is hij gelukkig met de in het verleden ondervonden leed, immers nu, in de mate van de door hem in de toestand van een verborgenheid doorgemaakte leed, gewaarwordt hij het opengaan van het gezicht van de Schepper. Samenvatting p. 107: Het lijden in een verborgenheid van de Schepper leidt tot zonden, zowel opzettelijke, als ook misstappen. Het onthullen van de Schepper verandert alle vorige overtredingen in verdiensten, en de mens, terwijl hij een beloning ziet, verheugt zich met zijn vorig lijden. - maar indien hij een zondaar is, hoe kan hij zich als half rechtvaardige zien? Doet eenieder, die zondigt, de hele wereld naar de kant van het bestraffen neigen? 108) Dat is te vergelijken met een parabel: bij een huisheer was een dienaar. Op een dag vertrok de huisheer naar het buitenland, terwijl hij iemand als zijn plaatsvervanger benoemde, een persoon die zijn dienaar van oudsher haatte, en daarom hem onterecht voor 5 slagen met een stok veroordeelde. Na het terugkeren van de huisheer, vertelde de trouwe dienaar hem over het voorval en de huisheer verplichtte zijn plaatsvervanger om 1000 goudstukken voor elke slag uit te betalen. De trouwe dienaar kwam thuis en terwijl hij aan het huilen was, zei hij tegen zijn vrouw: “Hoe jammer is het, dat ik maar 5 slagen kreeg en niet 10!”. Samenvatting p. 108: Een mens vindt het jammer, dat hij niet meer leed, dan het hem te beurt viel in een vorige verborgenheid van de Schepper. 109) Zo ook bij het veranderen van opzettelijke overtredingen in verdiensten komt de mens ten aanzien van de Schepper tot de onafhankelijke liefde, dat zijn geliefde hem nooit enig kwaad deed, maar integendeel, hem onophoudelijk alleen goed deed. Daarom vindt het terugkeren uit liefde en het veranderen van opzettelijke overtredingen in verdiensten tegelijkertijd plaats. Wanneer een mens een beloning voor elk door hem verdragen leed ontvangt, denkt hij, indien ik groter leed zou hebben, dan zou ik nu een grotere beloning ontvangen, wat lijkt erop, dat hij nooit tevoren van de Schepper leed, omdat de Schepper hem voor het verdragen leed rijkelijk beloond. Samenvatting p. 109: Na de overtredingen in verdiensten te hebben veranderd en terwijl Hij op beloningen daarvoor aanwijst, roept de Schepper in de mens het gevoel van een afhankelijke liefde op. 110) Na twee vormen van een afhankelijke liefde te hebben uiteengezet, zullen wij tot klaarheid brengen hoe de mens tot twee vormen van een onafhankelijke liefde kan komen. Het is gezegd door de wijzen (tr. Kiedoesjien 40:2): “Tana Kama zei: “Altijd dient een mens zich half schuldig en half rechtvaardig te zien. Heeft hij één Voorschrift vervuld - gelukkig is hij, daar hij zichzelf en de hele wereld naar de kant van een beloning deed neigen. Heeft hij één zonde begaan - pas op, immers hij deed zichzelf en de hele wereld naar de kant van bestraffing neigen, zoals is gezegd: “Degene, die één zonde begaat, verliest alles”. Rabbi Eliëzer, de zoon van rabbi Sjiemon, de auteur van het boek Zohar zei: “Daar men de wereld naar de meerderheid beoordeelt en een enkeling naar de meerderheid beoordeeld, is degene, die één Voorschrift vervult - gelukkig is hij, dat hij zichzelf en de hele wereld het ontvangen van een beloning waardig maakt. Heeft hij één zonde begaan - pas op, hij riep naar zichzelf en naar de hele wereld een straf op”. Samenvatting p. 110: Maar hoe kan men de onafhankelijke liefde bereiken? De mens dient zich als half rechtvaardige en half zondaar zien, dat zijn handeling zal de weegschaal van zijn daden en van die van de hele wereld naar de kant van verdiensten of bestraffing doen neigen, maar gaat het echt altijd op? 111) Maar Tana Kama en rabbi Eliëzer gaan van verschillende stellingen uit, wat verder verduidelijkt zal worden. Samenvatting p. 111: Een aanvulling: hij dient de hele wereld als half rechtvaardigen en half zondaars te zien. 112) Bovendien, hoe kan een mens zich alleen half schuldig zien, terwijl hij zijn grote overtredingen beseft? Hij kan zichzelf toch niet bedriegen. En hoe kan één zonde van een mens de hele wereld van een beloning naar bestraffing doen neigen, immers er wordt over een ware toestand gesproken, en niet over theoretische veronderstellingen? Samenvatting p. 112: Maar indien hij een zondaar is, hoe kan hij zich als half rechtvaardige zien? Doet soms eenieder, na te hebben gezondigd, de hele wereld naar de kant van een bestraffing neigen? 113) Kan het soms zijn, dat in een hele generatie aan degenen zou ontbreken, die op zijn minst één Voorschrift zou niet vervullen? En indien het ermee niet zo staat, waarom doet het dan de wereld niet naar de kant van een beloning neigen, maar alles blijft zoals gisteren? Terwijl wij de wereld zien, die volgens vastgestelde wetten van natuur en maatschappij bestaat en geen verschil tussen onze en vorige generatie kent, vragen wij ons af: indien men door één Voorschrift te vervullen de hele wereld naar de weegweegschaal van verdiensten kan doen neigen, immers er bestaan in elke generatie velen, die in hun leven op zijn minst één Voorschrift hadden vervuld, waarom zien wij dan geen verschuiving ten goede in welke generatie dan ook? Het gaat erom, dat de Tora biedt een mens, die weet, dat hij vele overtredingen beging, in zonden vastgeraakt is, in het geheel niet om tegen zichzelf te liegen, alsof hij half rechtvaardige is en het rest hem nog alleen één Voorschrift te voltooien. Het wordt gezegd over een mens, die meent, dat hij een volmaakte rechtvaardige is, omdat hij zich als volmaakt gewaarwordt, omdat hij de 1e trap van liefde al bereikte, een en ander als gevolg van het opengaan van zijn ogen in de Tora, wanneer de Schepper zelf getuigt, dat hij al niet meer zal zondigen. Aan zulke mens wijst Tana Kama erop, dat hij geen volmaakte rechtvaardige is, maar een middelbare, half rechtvaardige en half zondaar, omdat het ontbreekt hem nog aan één Voorschrift uit 613 Voorschriften van de Tora, het voorschrift van liefde. Immers een getuigenis van de Schepper over de onfeilbaarheid van de mens is op de angst voor bestraffing gebaseerd, welke bestraffing een mens evident gewaarwordt bij het terugkeren uit angst. Samenvatting p. 113: Heeft dan niemand in de wereld één Voorschrift vervuld om de wereld naar verdiensten te doen neigen? Maar er wordt over hem gesproken, die een afhankelijke liefde bereikte, die zich als rechtvaardige gewaarwordt. Hij dient te geloven, dat hij een middelmatige is (half rechtvaardige - half zondaar), die één Voorschrift niet vervulde - dat van een liefde. 114) Het is reeds gezegd, dat het terugkeren uit angst corrigeert de mens en garandeert hem rechtvaardigheid vanaf het moment van het terugkeren en verder, maar zijn verleden niet corrigeert: het leed vóór het opengaan van het gezicht van de Schepper blijft vorig leed, en vorige overtredingen worden slechts gedeeltelijk gecorrigeerd - van opzettelijke veranderen zij in onopzettelijke. Waarom wordt de mens dan bepaalt als half rechtvaardige-zondaar, indien blijft over om maar één Voorschrift te vervullen? Een toestand, en niet een periode van het leven van een mens, wordt in twee delen ingedeeld: a) vóór het terugkeren tot de Schepper heet hij zondaar, b) na het terugkeren tot de Schepper vervult hij de Tora en Voorschriften krachtens het terugkeren uit angst en heet rechtvaardige. Daarom heet hij in een zulke toestand krachtens zijn verleden en huidige toestanden “half zondaar en half rechtvaardige”. Samenvatting p. 114: Het terugkeren uit angst corrigeert vorige kwellingen en vorige zonden niet (zij veranderen in misstappen). 115) Daarom zegt Tana Kama, een mens, aan wie één het laatste uit 613 Voorschriften ontbreekt, dient zich als half zondaar en half rechtvaardige zien, d.w.z., hij dient zich voor te stellen, dat het moment van zijn terugkeer uit angst zich in het midden van zijn leven bevindt, waar onder het midden van het leven zijn “midden” toestand bedoeld wordt: hij is half zondaar - voor de tijd vóór zijn terugkeer, wanneer hij zeker zondigde, omdat het terugkeren uit angst corrigeert het verleden niet, en half rechtvaardige - vanaf het moment van het terugkeren en verder, omdat nu zal hij niet meer zondigen. D.w.z., voor de eerste helft verdient hij een bestraffing, en voor de tweede helft verdient hij een beloning. Samenvatting p. 115: Degene, die het Voorschrift van liefde niet bereikte, dient zichzelf als een middelmatige te zien: vóór het terugkeren uit angst is hij zondaar, daarna - rechtvaardige. 116) Aan een zulke mens raadt Tana Kama om na te denken: indien hij één overgebleven Voorschrift vervult, dan zal hij gelukkig worden, zal hij zijn weegschaal naar een verdienste doen neigen. Omdat degene, die het Voorschrift van liefde als gevolg van het terugkeren uit liefde vervult, verandert zijn vorige opzettelijke zonden in verdiensten, d.i. al het leed van het verleden, vóór zijn terugkeer, wanneer hij in pretenties tot de Schepper verkeerde voor het feit, dat de Schepper in hem het leed oproept, deze veranderen in het heden in gigantische genietingen, dermate, dat hij het jammer vindt, dat hij niet dubbel leed, omdat het lijden veranderde in vaten van ontvangst van een genieting (p. 108). Juist dat heet het doen neigen, het doorslaan van de weegweegschaal van verdiensten ten aanzien van de weegweegschaal van zonden, want al zijn leed, misstappen en opzettelijke zonden veranderen in verdiensten. Het doorslaan van verdiensten betekent niet, dat de weegweegschaal van verdiensten meer vol is en daarom slaat de weegweegschaal van verdiensten de weegweegschaal van zonden door, maar dat de hele weegweegschaal met zonden en misstappen, als gevolg van het terugkeren uit liefde, ook in de weegschaal vol verdiensten verandert, alle vorige opzettelijke zonden in verdiensten veranderen. Samenvatting p. 116: Het terugkeren uit liefde verandert alle vorige kwellingen en zonden in genietingen en verdiensten, wat het doen neigen van de weegschaal naar de kant van verdiensten heet. 117) En daar komt nog bij, waarschuwt Tana Kama, dat vóórdat een “middelmatige” mens het Voorschrift van liefde niet bereikt, heeft hij geen recht om van zichzelf zeker te zijn en op een getuigenis van de Schepper te hopen, dat hij niet meer zal zondigen. Daarom dient hij te overpeinzen: immers, indien hij zelfs één zonde zal begaan, dan zal zijn weegschaal van bestraffingen doorslaan, omdat hij terstond het opengaan van het gezicht van de Schepper verliest en opnieuw tot een verborgenheid van het gezicht van de Schepper terugkeert. Daarmee doet hij zich naar het bestraffen neigen, omdat hij alle verdiensten verliest, niet alleen vorige, maar zelfs in het vooruitzicht, zijn toekomstige helft. Daarom is het gezegd: “Degene, die één zonde begaat verliest alles”. Maar indien er van een mens sprake is, die de trap van het ontzag voor de Schepper bereikte, wanneer de Schepper zelf getuigt, dat die mens niet meer zal zondigen, hoe kan men dan veronderstellen, dat hij in staat is om maar één zonde te begaan? Daarom citeert rabbi Ashlag een uitspraak: “Geloof in jezelf niet tot je stervensdag”, wat betekent, dat vóórdat de mens het terugkeren uit liefde niet bereikte (het licht nefesj van de wereld Atsieloet), kan hij nog zondigen. Daarom waarschuwen de wijzen: “Geloof jezelf niet”, zelfs een mens, waarover de Schepper zelf getuigt, dat hij niet meer zal zondigen. En daarom dient de mens tegen zichzelf te zeggen, dat indien hij dit laatste Voorschrift zal vervullen, het Voorschrift van liefde, zal hij niet meer zondigen. Maar indien hij één zonde zal begaan, zal hij alles verliezen. Samenvatting p. 117: Zelfs een middelmatige, terwijl hij een garantie van de Schepper over zijn onfeilbaarheid heeft, kan hij zondigen en de onthulling van de Schepper zal verdwijnen. Hij zal zich naar de kant van de bestraffing doen neigen, omdat de helft zal vervallen vanaf met moment van het onthullen van de Schepper. 118) Daarom bestaat een verschil in woorden van Tana Kam en rabbi Eliëzer: de eerste spreekt over de tweede (p. 70) en de derde (p. 72) trappen van liefde, en rabbi Eliëzer over de vierde (p. 73) trap. Een mens wordt half rechtvaardige en half zondaar genoemd indien hij de eerste trap van de liefde al bereikte, terwijl hij uit angst terugkeerde, en het ontbreekt hem alleen aan het Voorschrift van liefde. In een zulke toestand heet hij “voor de helft: voor jaren vóór zijn terugkeer heet hij nu “half schuldige zondaar”, en voor jaren na zijn terugkeer heet hij “half verdiende rechtvaardige”. Maar vóórdat hij het terugkeren uit liefde niet bereikte, maar slechts het terugkeren uit angst, d.i. de 1e trap van de liefde, zijn zijn opzettelijke overtredingen in onopzettelijke veranderd, maar zij blijven toch overtredingen. Daarom weet hij, dat hem nog één Voorschrift ontbreekt, het Voorschrift van liefde. Maar hoe kan men dan in overeenkomst daarmee zeggen over alles in de wereld “half schuldig en half rechtvaardig? Samenvatting p. 118: Het de hele wereld naar verdiensten doen neigen betekent te bevatten, dat het bestuur van de Schepper altijd goed voor allen is. Als gevolg daarvan bereikt de mens een absolute, onafhankelijke liefde voor de Schepper. 119) In het p. 73 werd gezegd, dat de 4e trap kan men bereiken, indien hij alle verrichtingen van zijn geliefde ten aanzien van hem en van anderen kent. Daarom is het feit, dat de mens zijn weegschaal naar een beloning deed neigen nog niet afdoende voor het bereiken van de volle liefde, de 4e trap, want hij bevat de hele grootsheid nog niet van een oneindige goede houding van de Schepper zowel tot rechtvaardigen, als tot zondaars, tot de hele wereld, maar bevat slechts de verrichtingen van de Schepper ten aanzien van zichzelf (p. 115). Uit het p. 72 werd duidelijk in hoeverre een mens alle verrichtingen van de Schepper ten aanzien van alle schepselen zonder uitzondering nog niet bevat, in hoeverre zijn liefde voor de Schepper niet eeuwig is. Daarom dient hij de weegschaal van de hele wereld tot verdiensten en beloning doet neigen - en pas dan wordt de eeuwige liefde aan hem onthuld. Wanneer een mens een goede houding van iemand gewaarwordt, dan ontstaat in zijn hart een liefde. En dat is een onafhankelijke liefde. Maar hij weet nog niet, hoe deze bekende zich tot andere mensen verhoudt. En indien hij te weten zal komen, hoe wreed hij zich tot anderen verhoudt, terstond zal hij zich afvragen: waar zijn zijn goede eigenschappen? Eveneens ten aanzien van de Schepper is het geval: een mens bevatte de grootsheid van de Schepper, heeft Hem lief, maar weet nog niet, hoe de Schepper zich tot al Zijn schepselen verhoudt. Misschien, wanneer hij de houding van de Schepper ten aanzien van andere schepsels zal zien, dan zal hij ontdekken, dat de Schepper niet volkomen goed en barmhartig voor allen is, en dan zal zijn liefde verzwakken, zal niet volmaakt zijn. Maar indien hij de houding van de Schepper ten aanzien van overige mensen niet ziet, hoewel hij een mogelijkheid heeft om wel te zien, wordt het geacht, dat zijn liefde niet volmaakt is. Om de liefde van de mens volmaakt te maken, zodat die niet verminderd zal worden, zodat niets haar zal kunnen doden, dient de mens zich te vergewissen in een volmaakte houding van de Schepper ten aanzien van alle schepselen. Samenvatting p. 119: Het de hele wereld naar verdiensten doen neigen betekent te bevatten, dat het bestuur van de Schepper altijd goed voor allen is. Als gevolg daarvan bereikt de mens een absolute, onafhankelijke liefde voor de Schepper. 120) Rabbi Eliëzer zegt: “…de wereld wordt naar de meerderheid beoordeeld en eenieder - volgens de meerderheid…”. Daar hij over de hele wereld spreekt, kan hij niet als Tana Kama spreken, dat de mens allen als half rechtvaardigen en half zondaar dient te zien, want daarvoor dienen allen in de wereld het terugkeren uit angst bereiken, als gevolg van het opengaan van het gezicht van de Schepper. Er zijn veel zondaars in de wereld. Waarom dan, indien de wereld naar de meerderheid beoordeeld wordt, dan, na één Voorschrift te hebben vervuld, doet de mens ook de hele wereld naar de kant van een beloning neigen? Het oordeel naar de meerderheid betekent niet, zoals wij gewoonlijk begrijpen, dat 51% - dat is de meerderheid, en 49% - dat is de minderheid. Immers, hoe kan dan zijn, dat een mens maar één Voorschrift overblijft om het te vervullen, en hij heet nog zondaar ook. Men dient dat als volgt te begrijpen: het feit, dat hij alles naar de weegschaal van een beloning deed neigen, hangt van “de meerderheid” af, d.w.z., van dat weinige, dat “één Voorschrift” heet, door middel waarvan alle 100% op de weegschaal van verdiensten zullen komen te staan, en alle overtredingen zullen als verdiensten zijn. Het blijkt dan, dat hij “naar de meerderheid” beoordeeld wordt - zodat alles in verdiensten overgeheveld zou worden, wanneer de weegschaal van schuld, van zonden, welke hem vóór zijn terugkeren vulde, nu in de weegschaal van verdiensten verandert, hangt alleen van het vervullen van één Voorschrift af. Immers, men kan denken, dat de mens de trap van een volmaakte rechtvaardige bereikt onder een voorwaarde van het ontbreken van overtredingen en dat hij nooit meer zal zondigen. En degenen, die veelvuldig en met kwade bedoelingen al zondigden zijn al niet waardig om de trap van een volmaakte rechtvaardige te bereiken. Daarom wijst rabbi Eliëzer aan, dat het niet correct is, en de wereld wordt, zoals elke mens, naar de meerderheid beoordeeld. D.w.z., na het terugkeren uit angst, welke persoon “middelmatig” genoemd wordt, vóór het terugkeren is hij zondaar, en na het terugkeren - rechtvaardige, indien hij alleen één Voorschrift zal toevoegen, het Voorschrift van liefde. Dan wordt het geacht, dat de meerderheid is gerechtvaardigd en doet de hele wereld naar de weegschaal van een beloning neigen. Dat betekent, dat zelfs indien al zijn verleden enkel uit zonden bestaat, veranderen zij in verdiensten, alsof hij nooit zondigde en wordt hij als volmaakte rechtvaardige geacht. Daarom is het gezegd, dat de wereld en eenieder worden naar de meerderheid beoordeeld. D.w.z., een zonden door een mens begaan vóór het terugkeren tot de Schepper worden niet gerekend, omdat zij in verdiensten veranderen. Op die manier zelfs volledige zondaars worden als gevolg van het terugkeren uit liefde als volmaakte rechtvaardigen geacht.
|
|
| |
|
|
|
|
"Bnei Baruch" Copyright ©1996. Bnei Baruch. All rights reserved. | |
|
| |