Samenvatting p. 120:

Een middelmatige, die uit angst terugkeert, nadat hij nog één Voorschrift uit liefde zal vervullen, zal al zijn vorige zonden in verdiensten veranderen, en het leed in genietingen, alsof er geen overtredingen geweest waren, waardoor hij een volmaakte rechtvaardige zal worden.

121) Daarom is het gezegd: indien de mens na het terugkeren uit angst, wanneer hem nog één Voorschrift ontbreekt, dit vervult, dan “gelukkig is hij, dat hij zichzelf en de hele wereld naar de weegschaal van een beloning deed neigen”. D.w.z., door het terugkeren uit liefde doet hij niet alleen zichzelf naar de weegschaal van verdiensten neigen, zoals Tana Kama zei, maar tevens de hele wereld.

D.w.z., hij bevat dermate het licht van de Tora, dat het hem onthuld wordt, hoe de hele wereld het terugkeren uit liefde zal bereiken, als gevolg van het feit, dat die grootse kennis en gewaarwording van de Tora, welke hij waardig geacht werd, aan allen geopenbaard zal worden, alle zonden van de mens uit de aarde zullen verdwijnen en er zal geen zondaar meer zijn.

Eveneens als hij persoonlijk de volmaakte liefde van de Schepper ten aanzien van hem in het verleden en de toekomst bevat, waardoor in hem een enorme liefde voor de Schepper ontstond, bevat hij ook, dat de hele wereld tot het terugkeren uit liefde en gigantische genietingen zal komen, welke genietingen de Schepper aan hen onophoudelijk toezendt.

Terwijl hij ziet, hoe de Schepper elke van de door Hem met het absolute goed geschapen schepping bestuurt, terwijl hij datgene bevat, wat in de toekomst eenieder zal bevatten, wordt een mens met een zulke liefde voor de Schepper vervuld, dat hij in zijn eentje, zelf, de weegschaal van verdiensten, welke zij in de toekomst zullen ontvangen, doet neigen.

En hoewel alle mensen van de wereld zelf het terugkeren tot de Schepper uit angst nog niet bereikten, maar indien één doet de weegschaal naar de kant van verdiensten neigen, welke verdiensten zij in de toekomst zullen dienen te ontvangen, dan lijkt het op datgene, wat gezegd is: “Je wereld zal je nog tijdens je leven zien” - dat is gezegd over hem, die het terugkeren uit angst bereikte, omdat hij dat dermate gewaarwordt, alsof hij reeds ontvangt, want “wie in de toekomst ontvangt, gelijkt op hem, die nu ontvangt” (p. 84).

Zo ook hier, aan de mens, die het toekomstige terugkeren van de hele wereld tot de Schepper bevat, wordt dat meegerekend, alsof de hele wereld al tot de Schepper terugkeerde en eenieder van levenden zijn weegschaal in verdiensten veranderde, wat voor hem volkomen afdoende is voor het bevatten van alle verrichtingen van de Schepper met elke van Zijn schepselen.

Daarom zegt rabbi Eliëzer over hem, die het terugkeren uit liefde bereikte: “Gelukkig is hij, dat hij deed zichzelf en de hele wereld naar de weegschaal van een beloning neigen”. Immers vanaf dit moment kent hij alle wegen van het bestuur van de Schepper over alle schepselen, over eenieder afzonderlijk, hij bevat het oneindige goedheid van de Schepper voor allen en altijd. En daar hij dat weet, bevat hij de 4e trap van de liefde voor de Schepper, de eeuwige liefde (p. 73).

Ook rabbi Eliëzer in de voetsporen van Tana Kama waarschuwt, dat hoewel hij erin slaagde om de hele wereld naar de kant van de weegschaal van een beloning deed neigen, kan hij in zichzelf tot zijn dood niet geloven, omdat indien hij zelfs één keer zal zondigen, zullen al zijn bevattingen en gewaarwordingen terstond verdwijnen, zoals Tana Kama zei: “Eén zonde roept het verdwijnen van al het goed op”.

Op die manier werd het onderscheid verduidelijkt tussen Tana Kama en rabbi Eliëzer: Tana Kama spreekt alleen over de 2e en de 3e trappen van de liefde en daarom heeft het niet over het doen neigen van de hele wereld naar de weegschaal van een beloning.

En rabbi Eliëzer spreekt over de 4e trap van de liefde, die alleen plaatsvindt als gevolg van het bevatten van het doen neigen van de hele wereld naar de weegschaal van een beloning. Maar wij dienen nog te begrijpen, hoe wordt het bevatten van het doen neigen van de hele wereld naar de kant van een beloning bereikt.

Samenvatting p. 121:

Degene, die uit liefde terugkeert, bevat, dat de hele wereld van de Schepper alleen maar goed ontvangt en bevat tevens een samenvloeiing met de Schepper.

122) In de Talmoed wordt gezegd (tr. Taaniet 11:1): “Wanneer een gemeenschap zich in het lijden bevindt, mag een mens niet zeggen, ik ga naar huis om te dineren en uit te rusten. En indien hij zo doet, dat is het over hem gezegd, hier heb je een vreugde, laten wij een stuk vee slachten, laten wij vlees met wijn doorspoelen, omdat morgen gaan wij dood.

Indien de Schepper hem zal vergeven, dan is dat een eigenschap van een middelmatige. Maar over een zondaar is het gezegd, laten wij vlees met wijn nemen, omdat morgen zal ook een dag zijn. En dan verlaat een rechtvaardige de wereld, maar niemand let erop, dat vanwege het kwaad van een zondaar verdwijnt een rechtvaardige. Maar degene, die met een gemeenschap samen lijdt, bevat en ziet vervolgens ook het herleven van een gemeenschap”.

Samenvatting p. 122:

Een mens dient het leed van een gemeenschap te lijden als zijn eigen leed.

123) Datgene, wat gezegd is heeft in het geheel geen samenhang. Immers, het wenst een bewijs te leveren, dat een mens het leed van een gemeenschap dient te lijden. Maar waarom wordt het over “eigenschappen” van een middelmatige en een zondaar gesproken, en niet over een middelmatige en een zondaar? Waarvoor wordt het over een bestraffing voor het niet-deelnemen aan het lijden van een gemeenschap gesproken?

Waarom ontvangt een zondaar generlei bestraffing, en vanwege zijn zondigen een rechtvaardige verdwijnt? Welk verband bestaat er tussen een zondaar en een rechtvaardige, dat een rechtvaardige voor een vergrijp van een zondaar bestraft werd? Waarom moet een zondaar niet onverschillig zijn, dat door zijn doen en laten een rechtvaardige bestraft wordt? Bestaat een bestraffing van een zondaar soms daarin, dat een rechtvaardige verdwijnt?

Samenvatting p. 123:

Een mens dient het leed van een gemeenschap te lijden als zijn eigen leed.

124) Maar deze eigenschappen van een middelmatige, van een zondaar en van een rechtvaardige bevinden zich niet in verschillende mensen, maar in eenieder van ons. Wanneer men de Tora voor de zelfcorrectie leert, dan wordt alles, wat daarin gezegd is, als op één mens betrekking hebbende waargenomen, omdat in eenieder van ons kan men met deze drie eigenschappen bepalen:

a) tijdens een verborgenheid van het gezicht van de Schepper, wanneer een mens niet ziet, dat de Schepper de wereld met het absolute goed bestuurt, wanneer hij nog geen terugkeren uit angst bereikt - dan wordt hij als zondaar bepaald.

b) degene, die het terugkeren uit angst bereikte, wordt als middelmatige bepaald, omdat hij half goed en half slecht is: vóór zijn terugkeren - tijdens zijn zondigen, is hij zondaar; na zijn terugkeren, tijdens zijn verdiensten, is hij rechtvaardige. Uiteindelijk, in die toestand, d.i. vóór het moment van zijn terugkeren en vanaf het moment van zijn terugkeren - half zondaar en half rechtvaardige - wordt hij als middelmatige bepaald.

c) na het terugkeren uit liefde te hebben bereikt, d.i. de 4e trap, de eeuwige liefde, wordt hij als volmaakte rechtvaardige bepaald. Daarom is het niet gezegd gewoon een middelmatige, een zondaar en een rechtvaardige, maar juist in de eigenschap van een middelmatige, van een zondaar en van een rechtvaardige - dienovereenkomstige geestelijke eigenschappen, toestanden van één mens.

Samenvatting p. 124:

Een zondaar, een middelmatige, een rechtvaardige - er wordt niet over verschillende mensen gesproken, maar over toestanden van één mens: zondaar vóór het terugkeren uit angst; degene, die uit angst terugkeerde - een middelmatige ofwel een onvolmaakte rechtvaardige; een volmaakte rechtvaardige, indien hij uit liefde terugkeerde. Daarom allen dienen deze toestanden achtereenvolgend door te lopen.

125) Het is reeds gezegd, dat het onmogelijk is om de 4e trap van de liefde te bereiken, zonder vooraf het opengaan van het gezicht van de Schepper te bevatten, welke opengaan voor de hele wereld in de toekomst weggelegd is, datgene, wat de hele wereld in de toekomst dient te bereiken.

Hoewel deze toekomst van de hele wereld nog aan niemand in de wereld is geopenbaard, maar om de hele wereld naar de weegschaal van een beloning doen neigen, dient de mens deze toekomst van de hele wereld te bevatten, zoals rabbi Eliëzer zegt.

Met het opengaan van het gezicht van de Schepper verandert elke doorgeleefde in de toestand van een verborgenheid leed in een dermate grote genieting, dat de mens betreurt het, dat hij in het verleden geen groter leed gewaargeworden had (p. 108). Maar dat is wel mogelijk, omdat hij dit leed zich herinnert.

Maar wanneer hij doet de weegschaal van de hele wereld naar de kant van een beloning neigen, hoe kan hij de maat van het lijden van de hele wereld weten, in hoeverre alle mensen in de wereld lijden, om hun leed naar de kant van een beloning te doen neigen, zoals hij zijn eigen weegschaal doet neigen (p. 121). Om de weegschaal van een beloning van de hele wereld niet te laten ontbreken, wanneer een mens al klaar is om die te doen neigen, bestaat er geen andere manier, dan het leed van de hele wereld als zijn eigen leed te gewaarworden.

Alleen in een zulk geval zal bij een mens de weegschaal van het bestraffen van de hele wereld in hemzelf gereed zijn, eveneens als zijn eigen weegschaal van een bestraffing. En zodra hij een mogelijkheid zal bereiken om zichzelf naar de kant van de weegschaal van een beloning te doen neigen, zal hij ook de hele wereld ernaar kunnen doen neigen, omdat hij het leed van de hele wereld gewaar werd, waardoor hij de trap van een volmaakte rechtvaardige bereikt.

En van elk vorig leed gewaarwordt hij een volmaakte genieting en het besef van een gigantische geestelijke beloning voor elk vorig leed. Onder het begrip “gemeenschap” wordt in het algemeen het totaal aan alle zielen verondersteld, die door de Schepper geschapen zijn. alle geschapen zielen bevinden zich op verschillende verwijdering van de Schepper in alle 4 werelden ABaJ”A, elke ziel afhankelijk van de doorgelopen weg van de correctie in haar kringlopen.

Allen samen heten zij de ziel “Adam”, “Knesset Israël”, “Schiena”, “Malchoet”. Vóórdat de mens niet inziet, hoe de Schepper alle zielen in de toekomst vult en hoe Hij hen onophoudelijk, door Zijn goed naar Zich toe leidt, wat heet, dat hij de hele wereld naar de kant van de verdiensten doet neigen, kan hij de Schepper niet absoluut liefhebben.

Samenvatting p. 125:

Het bereiken van de 4e trap van de liefde kan men alleen door zich te vergewissen in de toekomstige onthulling van de Schepper aan de hele wereld, waardoor hij de hele wereld tot verdiensten doet neigen, en indien hij met het leed van de wereld leed, dan verandert hij dat dermate in genietingen, zoals zijn eigen leed vroeger, dat hij betreurt, dat hij weinig leed. Alleen dan heet hij een volmaakte rechtvaardige.

126) Daarom is in de Talmoed gezegd (p. 122), dat indien de mens met een gemeenschap samen niet lijdt, dan zelfs na het terugkeren uit angst te hebben bereikt, wat een kenmerk van een middelmatige is (p. 62), na de toestand “je wereld zal je nog tijdens je leven zien” te hebben bereikt, welke toestand hem in de toekomstige wereld voorbeschikt is, dan is hij daarmee oneindig dermate gelukkig, dat hij met blijdschap zegt: “Dat is de vreugde, laten wij een stuk veel slachten en zullen wij vlees met wijn doorspoelen, omdat morgen gaan wij dood”. Maar de Schepper vraagt hem: “En heb je je misstappen bedekt?” Bij degene, die uit angst terugkeert, zijn opzettelijke overtredingen in misstappen veranderen.

Maar daar hij niet met een gemeenschap samen leed, kan hij het terugkeren uit liefde niet bereiken, wanneer opzettelijke overtredingen in verdiensten veranderen. En bij hem zijn onopzettelijke overtredingen, misstappen overgebleven. En zonder het veranderen van misstappen in verdiensten is er geen vreugde in het leven van de toekomstige wereld.

Samenvatting p. 126:

Een middelmatige, indien hij met het leed van een gemeenschap niet leed, kan uit liefde niet terugkeren, en zijn zonden zullen niet in verdiensten veranderen en hij zal zich met zijn toekomstige beloning niet verblijden.

127) Maar het wordt over een middelmatige gesproken, onderstreept de Talmoed, d.w.z., vanaf het moment, wanneer hij uit angst terugkeerde en verder, wanneer hij een middelmatige heet. Het terugkeren uit angst corrigeert het verleden niet, en deze, nog niet gecorrigeerde eigenschappen, heten eigenschappen van een zondaar.

Hoewel in zijn hoedanigheid als middelmatige, hij het ontvangen van een beloning in de toekomst wenst, maar als degene, die nog eigenschappen van een zondaar heeft, wenst hij niet dood te gaan, omdat voor zondaars bestaat geen beloning in de toekomstige wereld.

Daarom, terwijl de eigenschap van een middelmatige in de mens zich verheugt en roept: “want morgen gaan wij dood!” uit en “wij zullen het leven in de toekomstige wereld waardig bevonden worden”, roept de eigenschap van een zondaar in hem: “en hoe zal de dag van morgen worden!” uit, d.w.z., hij wenst in deze wereld voor altijd te blijven, omdat in hem bestaat nog geen deel in de toekomstige wereld, immers dit deel wordt alleen door het terugkeren uit liefde gecorrigeerd.

Samenvatting p. 127:

Een middelmatige (zondaar voor zijn niet-gecorrigeerd verleden en rechtvaardige voor zijn gecorrigeerde toekomst), kan zijn overtredingen alleen door het terugkeren uit liefde corrigeren.

128) Daarom beëindigt de uitspraak van de Talmoed: “En een rechtvaardige verdwijnt”, d.i. de eigenschap van een volmaakte rechtvaardige, welke de mens had moeten bereiken, verdwijnt van hem “en niemand let erop, dat vanwege het kwaad een rechtvaardige verdween”: omdat een middelmatige, die geen leed van een gemeenschap bij zich aansloot, kan het terugkeren uit liefde niet bereiken, welk terugkeren verandert opzettelijke overtredingen in verdiensten en het leed in genietingen, en omgekeerd, alle misstappen en leed, die door hem in het verleden waren ondervonden, vóórdat hij uit angst terugkeerde, staan vóór zijn ogen in de vorm van eigenschappen van een zondaar, die het leed van het bestuur van de Schepper gewaarwordt.

En dit leed, dat hij van het bestuur van de Schepper gewaarwordt, laat hem niet toe om de trap van een volmaakte rechtvaardige te bereiken. Daarom is het gezegd: “en niemand let op”, d.w.z., de mens zelf let niet op, dat “vanwege het kwaad”, d.i. uit het feit, dat hij het kwaad, het leed uit het verleden van het bestuur van de Schepper gewaarwordt, “een rechtvaardige verdwijnt” - verdwijnt van de mens de eigenschap van een rechtvaardige - en hij zal sterven, uit de wereld weg zal gaan alleen in de hoedanigheid van een middelmatige.

En dat is allemaal alleen daarom, omdat hij zich niet met een gemeenschap verbond, het leed van een gemeenschap niet leed - daarom kan hij een beloning en het tot rust komen van een gemeenschap niet bereiken en zien, hij kan de weegschaal van een gemeenschap niet naar de kant van een beloning en verdiensten doen neigen, en een voldoening zien, een beloning van een gemeenschap. En daarom kan hij nooit de trap van een rechtvaardige bereiken.

Enfin: indien een mens zich met een gemeenschap verbindt, dan wordt hij waardig geacht om het tot rust komen, een genieting van een gemeenschap te zien, d.w.z., hij kan het terugkeren uit liefde bereiken, het een eeuwige terugkeren, omdat hij kan zichzelf en de hele wereld naar de kant van de weegschaal van verdiensten doen neigen, want hij ziet in het heden, hoe al het lijden van de hele wereld van de Schepper, vóórdat hij terugkeerde, na zijn terugkeren in een gigantisch licht verandert, welk licht op al het leed zal neerdalen, dat hij tijdens een verborgenheid doorgemaakt had.

En daar heeft de mens krachten voor om in te zien, omdat hij alle misstappen en het leed van de hele wereld kent. Daarom verkrijgt degene, die met een gemeenschap lijdt, alle nodige gevoelens, het leed, waarin hij vervolgens met name genietingen gewaarwordt, - en juist dat heet het bevatten van het toekomstige zaligmaking van een gemeenschap.

Hieruit wordt het beter zichtbaar, dat zondaars, middelmatigen, rechtvaardigen - deze toestanden komen bij één mens beurtelings: vóór het terugkeren - dan is hij een zondaar, na het terugkeren uit angst - dan is hij een middelmatige, na het terugkeren uit liefde - dan is hij rechtvaardige.

Samenvatting p. 128:

Een middelmatige, die met het leed van een gemeenschap niet leed, kan uit liefde niet terugkeren, die zijn zonden in verdiensten verandert, en het leed in genietingen, en hij gewaarwordt in het verleden het slechte bestuur van de Schepper. D.w.z., het lijden samen met een gemeenschap is nodig voor het bereiken van liefde en de trap van een volmaakte rechtvaardige.

129) Uit al het bovenstaande vloeit uit, dat er geen enkele persoon, die in deze wereld geboren wordt, die deze drie hoedanigheden beurtelings niet zou moeten doorlopen: een zondaar, een middelmatige en een rechtvaardige. Eenieder van degenen, die op deze aarde geboren wordt, dient ze door te lopen, en bestaat er geen mens, die direct met de eigenschappen van een middelmatige of een rechtvaardige geboren zou worden.

En zij heten eigenschappen, omdat zij van de eigenschappen van het bevatten van het bestuur van de Schepper uitgaan. Daarom wordt een zondaar of een rechtvaardige volgens een gewaarwording bepaald, hoe de mens het bestuur van de Schepper, de houding van de Schepper ten aanzien van de wereld, gewaarwordt.

Daarom is het gezegd door de wijzen (tr. Sota 8): “In die mate, waarin de mens zich meet, wordt hij gemeten”: een mens kan veel leren, bidden en vasten, maar indien hij in zijn hart voelt, dat de Schepper zich tot hem slecht verhoudt, dan heet hij zondaar, en hij kan niet veel leren, niet veel bidden, maar hij is blij, terwijl hij de houding van de Schepper ten aanzien van hem als zodanig gewaarwordt, heet hij rechtvaardige - naar datgene, hoe de mens de Schepper noemt, zo heet ook de mens.

Omdat degenen, die het verborgen bestuur van de Schepper gewaarworden, en Zijn goed bestuur niet inzien, en vandaar klachten ten aanzien van de Schepper hebben voor het feit, dat zij van Hem datgene niet ontvangen, wat zij wensen - en datgene, wat de mens wenst maar niet heeft - deze gewaarwording in het hart is juist de klacht op de houding van de Schepper tot hem, door deze gewaarwording in het hart zegt de mens, dat de Schepper is niet barmhartig met hem en daarom is hij niet tevreden en verdrietig.

Zij, die het bestuur als slecht, als zondig gewaarworden worden in hoedanigheid van zondaar bepaald: niet-volledige zondaar van een eenvoudige verborgenheid van de Schepper of een volledige zondaar van een dubbele verborgenheid van de Schepper. Degene, die in de Schepper in het geheel niet gelooft, heeft generlei klachten ten aanzien van de Schepper.

Maar hij, die in de Schepper gelooft, heeft klachten op Hem voor het feit, dat hij datgene wat hem toekomt niet ontvangt. En hij heet zondaar, omdat hij voelt, dat de Schepper zich tot hem niet zodanig verhoudt, zoals Hij, naar zijn mening, zich dient te verhouden.

Om de Schepper in zijn hart niet te beschuldigen, dient een mens naar allerlei rechtvaardigingen en middelen te zoeken, zowel in zichzelf, als in de omgeving, alles, wat hij maar in staat is te doen, om in vreugde te blijven. Omdat de hele grondslag van het jodendom is het vertrouwen in de Schepper. En indien dit vertrouwen er is, dan verlaat de vreugde en het geluk de mens niet.

Indien onafhankelijk van zijn toestand kan een mens door inspanningen zijn vreugde, zijn geluk bereiken en in zijn hart zeggen, dat de Schepper rechtvaardige is en Zich tot hem alleen maar door het goed doen verhoudt, dan heet die mens rechtvaardige. De mens oordeelt over de Schepper en Zijn bestuur naar zijn begrijpen hoe dit bestuur over hem en de hele wereld dient te zijn.

Door zich slecht te voelen en door het voelen, dat deze gewaarwordingen hij van de Schepper ontvangt, wordt de mens als zondaar bepaald. Maar indien hij beweert, dat ook de hele wereld zich in het lijden bevindt als gevolg van het slechte bestuur van de Schepper, dan wordt hij een nog grotere zondaar geacht.

En indien de Schepper om raad zou vragen, hoe men de wereld bestuurt, dan zou hij hem aanraden om zich beter tot de wereld te verhouden, dan het hem lijkt, dat de Schepper zich tot de wereld nu verhoudt. In het algemeen, begrijpt eenieder beter dan de Schepper, hoe onze wereld eruit dient te zien en hoe het hoge bestuur dient te zijn. En de reden is alleen in de verborgenheid van het ware bestuur van de Schepper over de wereld.

Daarom heten degenen, die het bestuur van het verborgen gezicht van de Schepper bevatten, zondaars. En aangezien hij noemt zichzelf uit de diepten van zijn eigen gewaarwordingen zondaar, omdat deze naam alleen van datgene afhangt, wat de mens in zijn hart gewaarwordt en hangt in het geheel niet van af wat hij met zijn lippen of zelfs in gedachten uitspreekt.

Indien een mens zich slecht, onzeker voelt, kan hij niet in vreugde verblijven (vreugde - dat is een gewaarwording waarmee een mens zou wensen om zijn heel leven te blijven), dan hangt het helemaal niet van zijn woorden of zelfs indien hij de Schepper met zijn verstand rechtvaardigt.

Immers het rechtvaardigen van het bestuur van de Schepper gaat van gewaarwordingen in gevoelens en pezen uit, welke kunnen tegen zichzelf door het geweld niet liegen, zoals met ons het geval is. Daarom doet degene, die zich in een verborgenheid van de Schepper bevindt, zichzelf en de hele wereld naar de weegschaal van een bestraffing neigen, omdat het dunkt hem, dat de hele wereld hetzelfde slechte bestuur gewaarwordt, als hij, en hij is er niet mee eens om in zijn gewaarwording voortdurend te blijven.

Samenvatting p. 129:

Eenieder dient toestanden “volledige zondaar” door te lopen - als gevolg van een verborgenheid van de Schepper; “niet volledige zondaar” - van een eenvoudige verborgenheid. Hij heet zondaar omdat hij het bestuur van de Schepper over hem en over de hele wereld als zondig gewaarwordt. En door deze gewaarwording doet hij zichzelf en de hele wereld naar de kant van een bestraffing neigen.

130) Maar degene, die het bestuur van de Schepper in het opengaan van Zijn gezicht in de eerste trap bevat en gewaarwordt, welke het terugkeren uit angst heet, wordt in de hoedanigheid van een middelmatige bepaald, omdat zijn gewaarwordingen tweeën verdeeld worden. Deze twee heten twee weegschalen: immers na het opengaan van het gezicht van de Schepper en een toestand van “je wereld zal je nog tijdens je leven zien” te hebben bevat, bevat hij vanaf dat moment en verder het bestuur van de Schepper als goede, en daarom verkrijgt hij de kant van de weegschaal van verdiensten, omdat hij beweert door zijn gewaarwording, dat de Schepper rechtvaardige is en daarom wordt zelf zo genoemd, daar hij het bestuur van de Schepper zo noemt.

Maar alle bittere kwellingen, die in zijn gewaarwordingen uit vorige bittere dagen in de toestand van een verborgenheid van het gezicht van de Schepper afgedrukt waren, d.w.z., vóórdat hij het terugkeren uit angst bereikte, bleven als het ware vorige en heten de weegschaal van beschuldigingen, wanneer hij de Schepper beschuldigde, terwijl hij materiële, lichamelijke of geestelijke kwellingen gewaar werd.

En daar hij deze twee weegschalen heeft, één tegenover de ander - staat voor hem vóór zijn terugkeren de weegschaal van beschuldigingen, en vanaf het moment van het terugkeren en verder staat vóór hem de weegschaal van verdiensten, bevindt hij zich op het moment van het terugkeren tussen verdiensten en beschuldigingen en heet daarom “middelmatige”.

Samenvatting p. 130:

Degene, die het 1e opengaan van de Schepper gewaarwordt, het terugkeren uit angst, heet een middelmatige: een zondaar voor het verleden, een rechtvaardige voor de toekomst en omdat hij de weegschaal van rechtvaardigheid naar generlei kant kan doen neigen.

131) En degene, die de 2e trap van het opengaan van het gezicht van de Schepper waardig bevonden wordt, wanneer zijn opzettelijke overtredingen in verdiensten veranderen, wordt geacht, als degene, die de weegschaal van beschuldiging deed neigen naar de kant van verdiensten, d.i., al het leed, dat in zijn gewaarwordingen in de toestand van een verborgenheid van het gezicht van de Schepper veranderden nu in de weegschaal van verdiensten, omdat alle kwellingen van het verleden in een gigantische genieting veranderen, en hij heet rechtvaardige, want hij gewaarwordt als zodanig het bestuur van de Schepper.

Samenvatting p. 131:

Degene, die het 2e opengaan van de Schepper gewaarwordt, het terugkeren uit liefde, verandert alle overtredingen in verdiensten, en daarom doet hij het bestuur van de Schepper naar de kant van verdiensten neigen, en heet hij rechtvaardige.

132) De hoedanigheid van een middelmatige manifesteert zich in de mens soms zelfs tijdens zijn bevinding in een verborgenheid van de Schepper, wanneer hem het licht van de zekerheid in het bestuur van de Schepper opengaan, als gevolg van zijn grote inspanningen in het geloof in de Schepper en in een beloning en bestraffing. Dan wordt een mens in een bepaalde mate waardig geacht om de Schepper te gaan gewaarworden, het aan hem opengaande gezicht van de Schepper te gaan zien, zoals een middelmatige, d.w.z., hij voelt, dat vanaf dit moment en verder hij rechtvaardige zal zijn en tot de Schepper zal naderen. Maar hij is niet in staat om in deze hoedanigheid stand te houden, omdat dit alleen als gevolg van het terugkeren uit angst mogelijk is.

Samenvatting p. 132:

Zelfs in een toestand van een verborgenheid ontvangt de mens door zijn wensen en inspanningen, door zijn geloof in het bestuur van de Schepper, tijdelijk een gewaarwording, een ontdekking van Hem.

133) Maar men dient tevens te weten, dat men over de vrijheid van de wil alleen in de toestand van een verborgenheid van het gezicht van de Schepper kan spreken. Maar dat wil niet zeggen, dat nadat hij het opengaan van het gezicht van de Schepper waardig bevonden werd, hoeft men generlei inspanningen al te leveren en er is geen plaats voor het werk van de mens in het vervullen van de Tora en Voorschriften.

Juist omgekeerd: het echte werk in de Tora en Voorschriften in de nodige vorm begint juist nadat de mens het terugkeren uit liefde voor de Schepper waardig is bevonden, omdat pas dan kan hij zich met de Tora en Voorschriften met liefde en angst bezighouden, zoals ons namelijk voorgeschreven is (tr. Brachot 61): “Ik schiep de wereld voor volmaakte rechtvaardigen”.

Dat is te vergelijken met een koning, die uit al zijn onderdanen de meest trouwen en de meest hem liefhebbenden wenste uit te kiezen, om zich met hen in zijn paleis om te ringen.

Hij zond zijn renboden over het hele koninkrijk om aan te kondigen, dat degenen, die aan een bijzonder innerlijk werk voor de koning wensen te werken, dienen in het paleis te verschijnen. Maar om aan het licht te laten komen wie hem toch daadwerkelijk liefheeft, plaatste hij op wegen, die aan het paleis leidden wachtposten en beval de wachters om degenen die dat wensen in verwarring te brengen, door hen uit te leggen, dat het niet de moeite waard is om in het paleis van de koning te werken en op allerlei manieren hen af te doen schrikken.

Natuurlijk, toen alle onderdanen van de koning over een zulke mogelijkheid hoorden, terstond stormden zich naar het paleis af, maar de strenge wachters op wrede manier duwden hen weg. En toch konden velen tot het paleis van de koning naderen, waarbij zij naar de afschrikkingen en overtuigingen van de wachters ten aanzien van het werk in het paleis niet luisterden. Maar de wachters, die bij de poorten van het paleis stonden, waren nog wreder en stonden hen niet toe om zelfs tot de poorten te naderen, terwijl zij degenen, die dat wensten, op grove wijze wegduwden.

En alleen de bijzonder koppigen, bleven doorgaan met hun pogingen om tot de koning door te dringen, terwijl zij onder druk van wrede wachters naar achteren werden gedrukt en dan, in hun poging om de koning te bereiken, opnieuw aanvielen. En zo duurde het velen jaren in pogingen om het paleis te bereiken en in het wijken onder overtuiging van wachters, dat het niet de moeite waard is om in het paleis van de koning te werken - totdat zij verzwakt en teleurgesteld werden.

En alleen aan de bijzonder sterken van geest, het geduld waarvan hen toeliet om hun pogingen voort te zetten, overwonnen de wrede en slinkse wachters, - zij deden de poorten open en zij waren terstond waardig bevonden om de koning zelf te zien, die aan eenieder van hen een passende functie gaf.

En hoefden vanaf die tijd natuurlijk al niet meer met wachters te maken hebben, die hen zou afschrikken, in verwarring brengen en bedreigen, die hen zoveel kwellingen gedurende vele jaren bezorgden, toen zij naar de ingang van het paleis zochten, en met niets terug moesten keren, omdat zij nu waardig bevonden waren om de koning zelf binnen het paleis te dienen.

Zo ook gebeurt met de volmaakte rechtvaardigen: de vrijheid van de wil, die in de toestand van een verborgenheid van het gezicht van de Schepper zich voordeed, heeft natuurlijk geen plaats vanaf het moment van het opengaan van het gezicht van de Schepper, wanneer de poorten voor het bevatten van het open bestuur opengingen.

Hoe werd dan in het 4e deel van “Kabbala. Geheime Leer” beschreven, dat de mens beweegt zich als het ware binnen de werelden ABaJ”A en altijd denkt en handelt volgens dat geestelijk niveau, waarop hij zich bevindt en niet in staat is om anders te denken.

Het werk in de toestand van een verborgenheid van de Schepper, wanneer het egoïsme van de mens onophoudelijk in opstand tegen hem kwam, waarbij het hem van zijn toenadering tot het paleis wegduwde, - dit werk heeft natuurlijk geen plaats in de toestand van het opengaan van het gezicht van de Schepper, maar er is een echt werk direct voor de Schepper, wanneer men begint om langs die vele trappen van de ladder op te stijgen, die op de aarde staat, maar die de hemel bereikt, in overeenkomst met datgene, wat gezegd is: “Rechtvaardigen stijgen van kracht tot kracht op” en “Elke rechtvaardige datgene benijdt, wat aan een ander is toegekomen”, wanneer dit werk hen voorbereidt voor de zeer gewenste Schepper, zodat in hen het plan van de Schepper in de schepping in vervulling zou gaan, welk plan als het vergenoegen van schepselen bepaald wordt, volgens de eigenschap en de grootsheid van de Schepper.

 Vorige pagina | Volgende pagina



Deze website kabbalah.info wordt onderhouden door de
Nederlandse afdeling van
"Bnei Baruch"

Copyright ©1996. Bnei Baruch. All rights reserved.