|
|
|
|
|
|
Samenvatting p. 133: Hoewel de vrijheid van de wil bestaat alleen in een toestand van een verborgenheid van de Schepper, is er sprake van een echt werk pas na het onthullen van de Schepper, zoals degene, die streeft om voor de koning te werken, zijn werk pas begint wanneer hij binnenkomt. 134) Je dient de hoogste wet te kennen: het onthullen van wat dan ook kan alleen in die plaats zijn, waar zijn verborgenheid plaatsvond. Zoals in onze wereld een verborgenheid is vóór het onthullen, een spruit komt alleen daar uit, waar die gepland was en waar het zaaisel verging, zo ook in geestelijke processen het geval is: een verborgenheid en een onthulling een gemeenschappelijk verband hebben, zoals een pit en het licht ermee verbonden: zonder pit kan olie niet branden. Dat komt, omdat in een verborgenheid, wanneer die tot zijn correctie aankomt, het licht onthuld wordt, dat tot een vorige verborgenheid toebehoorde. Daarom is een verborgenheid de reden, die het onthullen in het leven roept en een verschijnende onthulling is met zijn vorige verborgenheid als een vlam met een pit verbonden. Degene, die naar het geestelijke verheffen streeft, dient zich dat onophoudelijk te herinneren. Het is gezegd: “Voordelen van het licht worden uit de duisternis onthuld”, omdat het onmogelijk is iets te begrijpen, indien men eerst het tegengestelde niet bevat, want datgene, wat men aan het bevatten zijn, brengt altijd het begrijpen van het tegengestelde met zich mee. Daarom, indien de mens iets wenst te bereiken, te beseffen, te gaan voelen, dient hij voor alles het tegengestelde van datgene te bevatten, wat hij zoekt, en naar mate het onthullen van het tegengestelde, bevat hij wat hij wenst - zoals bijvoorbeeld, bitter en zoet, haat en liefde, dorst en het lessen ervan. Daarom kan de mens de liefde voor de Schepper, de wens om met Hem samenvloeien, niet bereiken, vóórdat hij de toestand van het afscheid en verwijdering van de Schepper zal gaan haten. Daarom dient hij te begrijpen, waarvan hij verwijderd is, wat hem door deze verwijdering ontzegd wordt, als gevolg waarvan in hem een wens ontstaat om zijn toestand te gaan corrigeren, omwille van een toenadering. D.w.z., hij dient duidelijk datgene te beseffen, wat hij kwijt is als gevolg van zijn verwijdering van de Schepper. Een beloning van een toenadering en het verlies van het zich verwijderen worden in leed en genietingen gemeten. In de mate van een gewaarwording van kwellingen, verwijdert de mens zich en haat hun bron, omdat hij haat natuurlijk het leed. D.w.z., de maat van het lijden bepaalt de maat van inspanningen van de mens, zijn pogingen om een manier te vinden om zich van de bron van zijn leed te bevrijden. De maat van haat bepaalt de maat van het zich verwijderen van de bron van het lijden. Tevens dient hij te weten, wat betekent het toenaderen tot de Schepper, het samenvallen van eigenschappen met Hem, d.i. de eigenschappen van de Schepper, waar hij dient naar te streven en te bereiken. En daardoor zal hij ook te weten komen, wat het verwijdering qua eigenschappen betekent. Hoewel het gezegd is, dat de Schepper absoluut goed is, maar de mens ziet dat niet, terwijl hij het slechte bestuur gewaarwordt, terwijl hij in zijn hart de Schepper verwijt - hij heet zondaar. Wanneer hij gewaarwordt, dat de Schepper aan allen alleen het goed geeft, rechtvaardigt hij Zijn daden - hij heet rechtvaardige. Daarom, door het leed te gewaarworden, verwijdert de mens zich natuurlijk van de Schepper, omdat het door hem ondervonden leed zelf roept in zijn hart haat voor de Schepper op. Het is de Tora verborgen licht vormt in de mens geleidelijk een gewaarwording van kwellingen vanwege zijn verwijdering van de Schepper en een haat voor die verwijdering. D.w.z., hij begint geleidelijk de reden van zijn verwijdering van de Schepper te beseffen. De mens dient te geloven, dat het bestuur van de Schepper goed is, en hijzelf bevindt zich, gezien zijn egoïstische eigenschappen, in een verwijdering van de Schepper en daarom gewaarwordt leed in plaats van genietingen, welke de Schepper wenst hem te geven. Vervolgens, wanneer de mens begint te begrijpen in hoeverre hij van zijn toenadering tot de Schepper wint, begint hij naar een samenvloeiing te streven. Vandaar, dat elke gewaarwording juist het aan zichzelf tegengestelde aan het licht brengt. Elk leed, droefgeestigheid, het neerdalen in egoïstische, lage wensen, wordt al als het gevolg van het verwijderen van de Schepper beseft, en hij bevat de winst uit het toenaderen en evalueert zijn verband met de Schepper. Juist het leed, nu al als gevolg van het verwijderen van de Schepper beseft, spoort de mens aan om een verwijdering, d.i. zijn egoïsme, als gevolg van zijn verwijdering te haten. Uit het leed wordt een genieting geëvalueerd en begrepen. Maar vóórdat hij zelf het bestuur van de Schepper als goede zal zien, is er geen andere weg, dan daarin te geloven, ondanks al het leed. Daarin te geloven, dat het leed hem voor zijn voortgaan gezonden wordt. En daarom is het gezegd (p. 17): “Rechtvaardige zal door zijn geloof leven”, d.w.z., alleen daarop dient de mens zich te concentreren - de Schepper te verzoeken om krachten te geven om in weerwil van kwellingen, in weerwil van datgene, wat zijn lichaam weet. De inspanningen in het geloven doen in de mens de haat voor verwijdering ontstaan. Het onderscheid tussen het geloof en kennis (gewaarwordingen) bestaat daarin, dat de kennis zelf in afdoende om een handeling te verrichten. Het geloof - dat is slechts een verstandelijke overwinning van kennis, het vermogen om tegen zichzelf te zeggen, dat het voordelig is om tegen kennis te werken. Daarom is het geloof alleen dan werkzaam, indien het groter dan kennis is, en daarom dient hij aan zijn geloof onophoudelijk te werken. Vandaar, dat alle kwellingen van de mens in deze wereld niet meer zijn, dan voorafgaande aan echte kwellingen, waarzonder zal de mens het geestelijke niet kunnen bereiken. En echte kwellingen - dat zijn kwellingen van de mens uit het feit, dat hij de Schepper verwijt in zijn hart voor het slechte bestuur en verzoekt de Schepper om hem een zulk geloof te geven, waarbij hij, in weerwil van leed in zijn hart, niet slecht over Zijn bestuur zal kunnen spreken. Samenvatting p. 134: Een verborgenheid zelf verandert na de correctie in een openbaring. 135) Het is gezegd, dat de hele Tora - dat zijn namen van de Schepper. Maar dat is in het geheel niet begrijpelijk, immers wij vinden in de Tora vele grove woorden en namen van bekende zondaars, zoals Farao en Bil’am, dingen die verboden zijn, het onreine, verwensingen, e.d. Hoe kan men dan begrijpen, dat het allemaal namen van de Schepper zijn? Samenvatting p. 135: De Tora - dat zijn namen van de Schepper, een gewaarwording van de Schepper door de mens, Zoals de mens de Schepper gewaarwordt, zo noemt hij Hem. Maar in de Tora staan toch ook slechte en grove woorden in? 136) Om dat te begrijpen, dient men te weten, dat de wegen van de Schepper niet op die van ons gelijken, omdat onze weg gaat uit een onvolmaakte uit, van beneden, en zet zich voort tot een volmaaktere, naar boven, terwijl de wegen van de Schepper zijn omgekeerd: van de volmaakte naar de onvolmaakte, van boven naar beneden. Op de weg van Zijn neerdalen komen tot ons alle onthullingen, van de volmaaktheid naar de onvolmaaktheid: omdat eerst gaat van de Schepper zelf de absolute volmaaktheid uit, welke vervolgens neerdaalt, terwijl die door zijn eigenschappen van de Schepper verwijdert, door zich achtereenvolgens in te perken, langs de trappen van de werelden, totdat die zijn laatste toestand bereikt, de meest ingeperkte toestand, welke tot onze aardse, materiële wereld aan komt, - en dan wordt het ons hier, in onze wereld, onthuld. Opdat wij, onvolmaakten en van de Schepper uiterst verwijderden, geestelijke trappen zouden kunnen bevatten, dient de Schepper een ladder te scheppen van het neerdalen van de volmaaktheid naar de onvolmaaktheid. Samenvatting p. 136: Een gewaarwording van de Schepper gaat van Hem uit, en, na geleidelijk langs de trappen van de werelden te hebben verruwd, wordt door de mens in onze wereld gewaargeworden. 137) De hele Tora, waaraan geen grens is, welke uit de Schepper geschapen is en van Hem uitgaat, bevindt zich als zodanig vóór onze ogen in deze wereld, omdat de Schepper en de Tora - dat is hetzelfde. Maar in de Tora van onze wereld is dat in het geheel niet zichtbaar, d.w.z., de mens kan TaNa”Ch en Talmoed leren en niet voelen, dat de Schepper van de wereld bestaat, aangezien bij ons de Tora en de Schepper twee categorieën zijn, en niet één. En zelfs meer dan dat, hoewel het is gezegd, dat de Tora - ons leven is, verandert degene, die zich ermee “lo liesjma” bezighoudt, hoewel hij daarin een grote kenner wordt, met ijver velerlei Voorschriften vervult, terwijl hij ertoe allerlei aanvullingen toevoegt, de Tora in het dodelijke gif. Maar bij het ontstaan van de Tora, verscheen zij in de absoluut volmaakte vorm, als één geheel met de Schepper. En dat heet Tora van de wereld Atsieloet, waarover is gezegd (haKdamat Tiekoenej Zohar 3:2): “Hij, Zijn kracht en Zijn vaten - zijn één”, d.i. het Goddelijke. Maar vervolgens daalde de Tora uit de Schepper neer en door haar neerdalen begrensde zij zich langs vele trappen, tot een toestand, waarin zij op de berg Sinai overhandigd werd, wanneer zij in die vorm opgeschreven werd, waarin wij haar in deze wereld zien, in bekledingen van grove omhulsels van onze materiële wereld - in moorden, stelen en andere overtredingen, die door ons in de Talmoed bestudeerd worden. Maar alle woorden in de Tora zijn volkomen nauwkeurig. En hoewel in onze wereld “de Tora in de taal van de mens spreekt”, duidt elk woord een bepaald geestelijk begrip aan. En daarom verliezen de geestelijke handelingen, het bestuur van de Schepper, welke met woorden uit onze wereld beschreven zijn, hun grootsheid niet, maar elk woord is een bevatting van een verrichting van de Schepper zelf, welke verrichting wordt door middel van het onthullen van dit woord bevat. Vandaar, dat alle woorden van de Tora de namen van de Schepper zijn. En juist daarom, dat woorden van onze wereld Zijn verrichtingen het meest van alles verbergen, vindt via hen de meeste onthulling van de Schepper plaats! Samenvatting p. 137: De Tora, het licht, de Schepper - dat is hetzelfde, maar hangt ervan af op welke trap de mens de Schepper gewaarwordt. In onze wereld gewaarwordt de mens Hem alleen in grove bekledingen van onze wereld. 138) Maar hoewel er een enorm verschil bestaat tussen bekledingen van de Tora in onze wereld en die in de wereld Atsieloet, blijft de Tora zelf, d.i. het licht in deze bekledingen, zonder enige verandering, zowel in onze wereld, als ook in de wereld Atsieloet, zoals is gezegd (Malachiem 3:6): “Ik verander Mijzelf niet”. De ladder van het neerdalen, vertegenwoordigt trappen van een geleidelijke verwijdering van eigenschappen van de Schepper, welke trappen ook de werelden Atsieloet, Brieja, Jetsiera en Asieja, Deze wereld heten, elke waarvan tevens uit 25 trappen bestaat. Deze trappen zijn namelijk bekledingen van het licht. In Deze wereld zijn bekledingen materieel, bijvoorbeeld, het voedsel. Er zijn bekledingen die toegestaan en die welke verboden zijn, zoals in het voedsel. In een bekleding “geld” bestaat een verbod om te stelen. Er is een bekleding “eerbetoon” e.d. In deze materiële bekledingen bekleedt de Tora zich, maar de Tora zelf - dat is het licht van de Schepper: de Schepper bekleedt zich in de Tora, in verschillende bekledingen, en het hele verschil bestaat alleen in hen, alleen ten aanzien van de mens, die deze bekledingen bevat. Bovendien, grove bekledingen van de Tora van onze wereld, van de wereld Asieja, veroorzaken op generlei manier gebrek aan het licht daarin, maar integendeel, zij zijn belangrijker aan het einde van de correctie, dan verfijnde bekledingen van de Tora in hogere werelden. En dat komt, omdat een verborgenheid is de reden voor een volgende onthulling. Een verborgenheid zelf, nadat die gecorrigeerd wordt, wordt een onthulling, zoals een pit en het daarmee verbonden licht. en hoe meer een verborgenheid is, des te groter licht onthult hem. Daarom vernederen de grove bekledingen van de Tora in onze wereld op generlei manier de Tora ten aanzien van het licht, maar aangezien zij onthullen hem, zijn zij belangrijk als het licht, dat zich daarin bevindt. Een verborgenheid, een niet-gewaarworden van de Schepper, verandert na zijn correctie zelf in een openbaring van de Schepper: een pit bevindt zich in olie en olie dient op te stijgen en hem door te drenken (of die zuigt olie en wordt ermee doordrenkt). Maar het vlam houdt zich niet aan olie vast, maar juist op een pit. Het blijkt dus, dat een pit is een bekleding op olie en, naar mate van de correctie van deze bekleding, het vlam brandt. En hoe dikker is een pit (hoe groter is een verborgenheid), des te grote licht kan die geven. Samenvatting p. 138: Bekledingen van de Tora op verschillende trappen, werelden, zijn verschillend, maar zij zelf, de Schepper - veranderen niet. Juist grove bekledingen, een sterkere verborgenheid van de Schepper, doet bij een correctie Zijn grote openbaring ontstaan. 139) En daarmee (tr. Sjabbat 89:1) overwon Mosje de engelen in hun opmerking aan de Schepper: waarom overhandigt Hij de Tora aan een dermate lage schepping, als de mens. Waarop Mosje antwoordde: “Maar jullie hebben toch geen afgunst, geen egoïsme!” - aangezien een grotere verborgenheid, een plaats, waar het egoïsme zich bevond, een grote onthulling van het licht van de Schepper doet ontstaan, zijn de bekledingen van de Tora in de wereld van de engelen ontoereikend is, dat het grote licht, zoals bekledingen van de Tora in onze wereld, onthuld zou worden. Samenvatting p. 139: Hoe groter het egoïsme van de mens, des te grotere openbaring ontstaat bij zijn correctie. 140) Dus er is generlei verschil tussen de Tora van de wereld Atsieloet en de Tora van onze wereld, maar het hele verschil bestaat alleen in uiterlijke bekledingen: in de wereld Atsieloet is de Schepper onthuld aan degene, die Hem gewaarwordt, verschijnt vóór hem die Hem bevat zonder bekledingen. Maar in omhulsels van de Tora, in bekledingen van onze wereld, verbergt de Schepper zich van de mens. En volgens deze eigenschap van een verborgenheid van de Schepper in de Tora van onze wereld, heet de Schepper naar de naam “Leraar”, om te laten zien, dat zelfs voor degene, die een dubbele verborgenheid gewaarwordt, bekleedt de Schepper zich in de Tora als Leraar, en de Tora is de leer, maar de Tora is in grove bekledingen van onze wereld ingehuld, en daar deze bekledingen materieel zijn, bedekken en verbergen zij ook de Leraar, die daarin ingehuld en verborgen is. Maar wanneer, als gevolg van het terugkeren uit liefde, de mens het opengaan aan hem van het gezicht van de Schepper, van de 4e trap van het bevatten van het bestuur, waardig geacht wordt, dan is over hem gezegd (Jesjajahoe 30:20): “Je Leraar zal zich niet meer verborgen houden en je ogen zullen Hem zien”, omdat vanaf dit moment en verder de bekledingen van de Tora verbergen de Leraar niet, maar integendeel, Hij onthult zich aan de mens voor eeuwig, omdat de Tora en de Schepper één zijn en als zodanig verschijnt zij aan de mens. Samenvatting p. 140: In grove bekledingen van de Tora van onze wereld is dezelfde Schepper verborgen, als ook in de Tora van de wereld Atsieloet. Bij het bereiken van de 4e trap van het terugkeren uit liefde onthullen juist de grove bekledingen de Schepper. 141) Hieruit zullen wij begrijpen, wat de wijzen zeiden (Talmoed Jeroesjalmie, Chagiega 81): “Verlaat Mij en de Tora vervul” - verlaat jullie vasten en geloftes, omdat jullie doen dat allemaal voor jezelf, maar vervult de Tora, omdat het licht dat in haar is, keert tot de Bron terug: in het zoeken naar het onthullen van de Schepper hadden mensen gevast en ondraaglijke geloftes op zich namen, omdat (Jesjajahoe 58:2) “nabijheid van de Schepper wensen zij”. Daarom spreekt de Talmoed tegen hen namens de Schepper: “Verlaat Mij”, immers tevergeefs zijn jullie inspanningen, omdat Ik bevind Mij alleen in de Tora. Zo “vervult de Tora”, daarin zoekt naar Mij, en het licht, dat in haar is, zal jullie tot Mij terugbrengen, en jullie zullen Mij vinden” (p. 95, 103). Samenvatting p. 141: Men kan de Schepper alleen in de Tora gewaarworden, en niet door het vasten en geloftes. ощутить 142) Pas nu, na datgene, wat hierboven uiteengezet werd, begrepen te hebben, zal je de kern van de wetenschap Kabbala een beetje begrijpen en je zal al niet meer vergissen, zoals de massa’s, die zich allerlei fantastische beelden van werelden en verrichtingen van kabbalisten voorstellen. Weet, dat de Tora wordt in 4 categorieën ingedeeld, die de hele schepping in zich insluiten. Drie categorieën, die alles bevatten, die zich in onze wereld bevinden, heten “WERELD”, “JAAR”, “ZIEL”, en de 4e categorie - dat zijn wegen van het bestaan van 3 delen, de wegen van hun onderhoud, gedrag, bestuur e.d. Samenvatting p. 142: De Tora bestaat uit 4 categorieën: 1. Wereld; 2. Jaar; 3. Ziel; 4. Het bestuur over wereld, jaar en ziel. 143) Het uiterlijke deel van het bestaande - de hemel, aarde, zeeën e.d., die in de Tora beschreven worden, heten “WERELD”. Het innerlijke deel van het bestaande - de mens, dieren, vogels e.d., die in de Tora beschreven worden, welke zich in de “WERELD” bevinden, heten “ZIEL”. Het inkleden van het bestaande in generaties heet “REDEN EN GEVOLG”. Het inkleden van al het bestaande (mens, dier, vogel e.d.) in het oorzakelijke verband heet “JAAR”. Tijd in het geestelijke begrijpen is een oorzakelijke ontwikkeling. (Bijvoorbeeld, het inhullen in hoofden der generaties, vanaf de eerste mens tot Josjoea, die in het land Israël kwam, welke in de Tora beschreven worden, wanneer een “vader” als de reden bepaald wordt ten aanzien van een “zoon”, zijn gevolg). Alle wegen van het bestaan van al het bestaande zowel van het uitwendige, als ook van het inwendige, hen vullende, de wegen van hun bestuur en gedrag in allerlei mogelijke omstandigheden, heten “HET BESTAAN VAN HET BESTAANDE”. Samenvatting p. 143: “Wereld” - dat is de levenloze en vegetatieve natuur. “Ziel” - dat zijn mensen en de dierlijke wereld. “Jaar” - dat is de ontwikkeling van generaties in oorzakelijkheid (van oorzaak naar gevolg). “Bestuur” - dat zijn wegen van het bestaan van drie vorige begrippen. 144) De vier werelden Atsieloet, Brieja, Jetsiera en Asieja kwamen van boven naar beneden, één de ander, als een kopie van elkaar. Daarom onthult zich alles, wat zich in een hogere wereld bevindt, verplichtend in alle details in haar kopie in een lagere wereld. Vandaar, dat alle categorieën “WERELD”, “JAAR”, “ZIEL” EN “BESTAAN VAN HET BESTAANDE” gaan van de wereld Atsieloet uit en verschijnen in al hun details, als een kopie, in de wereld Brieja, vervolgens in de wereld Jetsiera, daarna in de wereld Asieja, zodanig, dat alles in onze wereld bestaat eveneens uit deze 4 categorieën en wordt ook in die 4 ingedeeld, welke tot ons van de wereld Jetsiera neerdalen, waar, op zijn beurt, als een kopie uit de wereld Brieja is afgedrukt, waar, op zijn beurt, een kopie uit de wereld Atsieloet is afgedrukt, waar zich de bron van al het neerdalende in de werelden Brieja, Jetsiera en Asieja bevindt. Vandaar, dat al datgene, wat in onze wereld verschijnt, onthult zich verplichtend aanvankelijk boven, in de wereld Atsieloet, waaruit het tot ons neerdaalt en aan onze gewaarwordingen blootgesteld wordt. En daarover is het gezegd (tr. Choelien 7:2): “Er is geen zaadje beneden, waarboven een hoge kracht niet zou zijn, zijn ouders, de wortel, het lot en de bestuurder, welke hem slaat en zegt: “Groei!”. Maar het onderscheid tussen de werelden bestaat alleen in het materiaal van elke wereld. Er bestaat alleen de Schepper en iets, wat door Hem is geschapen, die “Ziel” heet. Een ziel wordt in het materiële, fysiologische lichaam ingehuld in een zekere periode van haar bestaan en heet in een zulke vorm een mens. Een ziel gewaarwordt alleen de Schepper, en in die mate, waarin de Schepper zich aan haar onthuld wordt. Verschillende maten van een gewaarwording van de Schepper heten werelden. D.w.z., er is niet behalve de Schepper, en indien er over iets gesproken wordt, dan dient men aan te wijzen, ten aanzien van wie wordt het gezegd, wie dat gewaarwordt. Een wereld wordt als een bepaald beeld van een gewaarwording van de Schepper bepaald, welk beeld bij eenieder ontstaat, die dit geestelijk niveau bereikt. D.w.z., eenieder, die een bepaalde correctie van zijn egoïsme verricht, bevat dezelfde gewaarwording van de Schepper, welke gewaarwording wereld Asieja, Jetsiera, Brieja of Atsieloet heet. Dat is te vergelijken met het geval in onze wereld, wanneer alle mensen, die één plaats bereiken, ziet terstond hetzelfde beeld en alleen in een zulk geval begrijpen, waarover degenen, die daar geweest waren, spreken. Samenvatting p. 144: Alle 4 categorieën dalen van de Schepper achtereenvolgens langs de 4 werelden neer: Atsieloet, Brieja, Jetsiera en Asieja zonder verandering. Daarom gaat alles, wat zich in onze wereld bevindt en plaatsvindt, van de Schepper uit. 145) Als gevolg van het inhullen van de Tora in 4 materiële categorieën (“WERELD”, “JAAR”, “ZIEL” en “BESTAAN VAN HET BESTAANDE”) van onze wereld, verschijnen voor ons alle verboden van de open Tora, waarin de Schepper zich bekleedt. Hoewel de Schepper en de Tora één en hetzelfde zijn, maar de bekleding van de Schepper zodanig is, dat Hij in materiële bekledingen van deze wereld van ons volkomen verborgen is. Bekledingen van de Schepper in dezelfde 4 categorieën in drie, hogere werelden Jetsiera, Brieja en Atsieloet, heten “Wetenschap Kabbala”. Samenvatting p. 145: De Schepper, terwijl Hij in 4 categorieën inkleedt, verbergt zich. De 4 categorieën in onze wereld Asieja heten de open Tora De 4 categorieën in de werelden Jetsiera, Brieja en Atsieloet heten de Kabbala. 146) D.w.z.., de wetenschap Kabbala en de open Tora - dat is één en hetzelfde. Maar wanneer de mens van een verborgen gezicht van de Schepper ontvangt, wanneer de Schepper zich in de Tora verborgen houdt, dat heet dat, dat de mens zich met de open Tora bezighoudt - de Tora is open, en de Schepper is verborgen, de Schepper is de Tora niet zichtbaar, d.w.z., hij is niet in staat om het licht van de Tora van de wereld Jetsiera te ontvangen en laat staan uit hogere werelden. Het gezicht van de Schepper - dat is het uitgieten op de mens van een genieting, voorspoed, zekerheid en liefde. Indien een mens dat niet gewaarwordt, dan wordt zijn toestand als een verborgenheid van de Schepper van hem bepaald. Maar wanneer een mens het bevatten van het opengaan van het gezicht van de Schepper bereikt, dan begint hij zich met de Kabbala bezig te houden, omdat de bekledingen van de open Tora verdwenen, en de Tora zijn Tora is geworden (welke Tora de Tora van de wereld Asieja is geweest) de Tora van de wereld Jetsiera, die de wetenschap Kabbala heet. De Schepper verborg zich in de Tora, en nu onthulde Hij zich daarin, waardoor de mens gewaarwordt, dat de Tora en de Schepper één en hetzelfde zijn. maar zelfs nadat hij de Tora van de wereld Atsieloet bevat, ziet hij, dat de letters van de Tora veranderen niet, maar blijven dezelfde, als in de Tora van de wereld Asieja. En dezelfde bekledingen van de open Tora, dezelfde letters en zulke begrippen als verbod, toestemming, moord, heterdaad, alle materiële bekledingen, verhelderden zich en in zuivere geestelijke bekledingen veranderden. En in dezelfde mate als deze letters de Schepper vroeger verborgen, gewaarwordt hij met behulp daarvan de Schepper, zoals is gezegd: “…en je Leraar zal zich niet meer van je verbergen”, omdat zij zich verenigden, de Schepper, die in de Tora van de wereld Atsieloet bekleedt, de levenskracht van de Tora van de wereld Atsieloet en bekledingen van de Tora van de wereld Atsieloet. Daarom, wanneer de mens het opengaan van het gezicht van de Schepper aan hem bereikt, dan schijnt hem in dezelfde letters het hoge licht van een genieting van de absoluut goede Schepper, dat het onthullen van de Schepper heet (gieloej Elkoeto) of het hoge licht (roeach hakodesj). Samenvatting p. 146: Indien een mens een verborgenheid van de Schepper gewaarwordt, de Schepper verbergt zich in de Tora, dan wordt het bepaald, dat hij zich met de open Tora bezighoudt. Indien hij het opengaan van de Schepper bereikt, de bekledingen van de open Tora bezield worden, en de Tora wordt de Tora van de wereld Jetsiera, de Kabbala. Hoe meer de bekledingen van de Tora bezield worden, des te meer onthuld de Schepper zich, maar de 4 categorieën overblijven. 147) De open Tora zelf wordt de verborgen Tora, die Kabbala heet: wanneer de mens zich nog in de toestand van de verborgenheid van de Schepper bevond, verborgen de letters en bekledingen van de Tora natuurlijk de Schepper van hem, d.w.z., hij werd niet gewaar, dat de Schepper verkoos hem, dat de Schepper hem liefheeft, dat de Schepper hem het absolute goed en een genieting zendt, dat hij zich in zijn meest volmaakte toestand bevindt, maar hij werd allerlei kwellingen, angsten, onzekerheden, gewaar, en kon de Schepper voor Zijn absoluut goede bestuur niet danken, en daarom zondigde hij in zijn opzettelijke en onopzettelijke overtredingen, waardoor hij zich onder druk van een bestraffing, grove bekledingen van de Tora bevond, zoals onreinheid, een verbod, e.d. Maar nadat hij het bevatten van het open bestuur en het terugkeren uit liefde waardig bevonden werd, veranderden al zijn zonden, zowel opzettelijke als misstappen, in verdiensten, en grove en bittere bekledingen, die opzettelijke of onopzettelijke overtredingen waren, zich in het licht, in het Voorschrift en een beloning inkleedden, omdat deze bekledingen in verdiensten veranderden, aangezien zij zelf nu die bekledingen zijn, die van de wereld Atsieloet of Brieja neerdalen: grove bekledingen, welke zonden heten, veranderden in verdiensten, vervulde Voorschriften, d.w.z., zij bevrijdden zich van bekledingen van de wereld Asieja en bekledingen van de wereld Atsieloet of Brieja verkregen. En een gewaarwording van de Schepper, het onthullen van de Schepper tijdens het vervullen van Voorschriften, heet “Wetenschap Kabbala”, en alle onreine woorden van de Tora, zoals Farao, Lavan, Esav e.d., werden namen van de Schepper (zoals zondigen door Voorschriften), en deze bekledingen verbergen de Leraar niet, maar integendeel, “…je ogen zullen de Leraar zien”. Dus, er is generlei verschil tussen de Tora van de wereld Atsieloet en de Tora van onze wereld, d.w.z., tussen de wetenschap Kabbala en de open Tora, en al het verschil is alleen ten aanzien van de mens, die zich met de Tora bezighoudt: twee personen die in dezelfde taal en in hetzelfde boek leren bevatten de Tora eenieder op zijn eigen manier, voor de ene kan het de wetenschap Kabbala zijn en de Tora van de wereld Atsieloet, en voor een ander - de Tora van de wereld Asieja, de open Tora. Immers vóór het terugkeren van de mens bevindt hij zich onder het verborgen bestuur, hij gewaarwordt de Schepper niet en al zijn verrichtingen verbergen de Schepper. Maar na het terugkeren, in dezelfde open letters bestaat een onthulling van de Schepper. En dat heet de geheime Tora of de Kabbala.
|
|
| |
|
|
|
|
"Bnei Baruch" Copyright ©1996. Bnei Baruch. All rights reserved. | |
|
| |