|
|
||
|
||
|
Het Eerste Voorschrift 189. BERESJIET BARA ELOKIEM (In den beginne schiep God..) is het allereerste en meest vooraanstaande Voorschrift van hen allemaal. Het wordt “de vrees van de Schepper” genoemd, ookwel, Resjiet (begin), zoals staat geschreven: “De vrees voor de Schepper is het begin van de wijsheid.” De vrees voor de Schepper is het begin van wijsheid omdat deze vrees het begin genoemd wordt. Het is de poort waarmee men de wereld van geloof binnentreedt. Aldus is de gehele wereld gebasseerd op dit Gebod. Het is moeilijk om te begrijpen waarom vrees het begin wordt genoemd en waarom het wijsheid en geloof vooraf gaat. De Zohar antwoord: dit komt omdat vrees het begin is van elke Sfira en het onmogelijk is om enige Sfira (eigenschap) te bemachtigen zonder eerst de eigenschap van vrees te verkrijgen. Hiervan uit volgt dat vrees niets meer dan een middel is om andere kwaliteiten en eigenschappen te verkrijgen. Maar, als dit alleen maar een middel is, waarom wordt het meegenomen in de lijst van voorschriften als eerste Voorschrift? Zou het niet zo kunnen zijn dat vrees een voorwaarde is? De Zohar zegt derhalve dat het onmogelijk is de perfecte onzelfzuchtige geloof te verkrijgen zonder dan door middel van de vrees voor de Schepper. De mate van vrees bepaalt de mate van geloof. De gehele wereld is gebasseerd op de voorschrift vrees daar de wereld alleen dankzij de Thora en de Voorschriften, zoals de profeten hebben gezegd: ”Indien Mijn verbond niet is bij dag en nacht, indien Ik de ordeningen des hemels en der aarde niet heb gesteld.” (Yirmiyahu (Jeremia) 33:25). Aangezien vrees de poort naar andere voorschriften is (vrees wordt ookwel “de poorten van geloof” genoemd), dit betekend dat de gehele wereld gebasseerd is op deze eigenschap. Er staat immers geschreven dat het Gebod vrees alle andere voorschriften van de Thora in zich insluit; en mocht er geen vrees zijn, zou de Schepper niets hebben geschapen. 190. De vrees wordt in drie delen onderverdeeld. Twee hebben geen ware basis en één is de waarachtige bron van vrees. Wanneer een persoon vreest dat zijn kinderen zouden sterven, omdat hij bang is voor ziekten of lichamelijk leed, of dat hij voor zijn rijkdom vreest, dan is deze vrees (alhoewel constant) niet de basis of de wortel, want alleen een verlangen resultaat is dan de reden van de vrees. Dit wordt de vrees voor straf in deze wereld genoemd. Er is echter nog een andere type vrees, de vrees voor straf dat voor hem klaar staat in de wereld die komen gaat, in de hel. Deze twee soorten vrees, namelijk de vrees voor straf in deze en de volgende wereld, zijn niet de ware basis en wortel. 191. De echte vrees is de vrees voor de Schepper omdat Hij groots en almachtig is en Hij de Bron is van alles, en alles dat bestaat is als niets vergeleken met Hem. Een mens moet zijn aandacht richten op het verkrijgen van dit soort vrees.” Er zijn drie soorten vrees van de mens voor de Schepper, alleen één van hen wordt echt geacht. Wanneer een mens de Schepper vreest en Zijn Voorschriften zodat het goed zal gaan met hem en zijn kinderen, dit is waar de eerste vrees uit bestaat, de vrees voor verscheidene straffen in deze wereld. Wanneer hij de Voorschriften van de Schepper naleeft omdat hij bang is voor de hel, dan is dit de tweede soort vrees. De Zohar zegt dat geen van deze vrezen echt is, want een mens leeft dan alleen de Voorschiften na uit angst om gestraft te worden. Hij doet het voor eigenbelang en niet omdat het de Voorschriften van de Schepper zijn. In dit geval is zijn persoonlijk welzijn de reden, basis, en wortel van zijn naleving, terwijl vrees maar een consequentie is van de wens om genot te ontvangen. Echte vrees zou moeten ontstaat omdat de Schepper groots en almachtig is, omdat Hij over alles regeerd en de bron van alles is. Alle werelden komen van Hem af, Zijn handelingen getuigen van Zijn grootsheid, en alles dat Hij gemaakt heeft is niets te vergeleken met Hem daar het niets toe te voegen heeft aan Hem. We leren hier van dat er geen verschil is in de handelingen. Zowel de mens die het naleeft volgens de eerste en tweede soort vrees als diegene uit de derde soort vrees, van buiten voeren ze dezelfde handeling plaats, de Voorschriften van de Schepper. Het grote verschil tussen hun ligt in de innerlijke intentie, hun basis, en hun reden – WAAROM zij de voorschriften van de Schepper naleven! Het is namelijk onmogelijk om het geestelijke niveau van de mens af te lezen aan zijn uiterlijke naleving van de voor iedereen zichtbare Voorschriften. Sterker nog, zij die voornamelijk de Voorschriften naleven om direct beloning van andere te ontvangen, doen dat meestal met de meeste uiterlijke toewijding. Een mens bij wie de intenties en gedachten naar binnen gericht zijn, die ware naleving zoeken, vallen vaak niet op tussen de massa’s. De mens moet elk moment proberen om zijn intenties te verbeteren alleen door de Voorschriften op een steeds dieper niveau na te leven, terwijl men zich richt op innerlijke concentratie en richting van gedachten. Hij zou zich nooit excessief moeten bezighouden met mechanisch naleving, waarop een duidelijk verbod bestaat. Het wordt van de mens geacht dat hij de aandacht van zijn hart richt op het verkrijgen van ware vrees, zoals het eerste Voorschrift van de Schepper voorstelt. Rabbi Baruch Ashlag zei, “De vrees voor de Schepper is de constante onzelfzuchtige verlangen dat uitgedrukt is in de gedachten: “Heb ik alles voor de Schepper gedaan of is er iets dat ik kan doen omwille van Hem?” 192. Rabbi Sjimon begon te wenen en zei, “Wee wanneer ik zeg en wee wanneer ik niet zeg. Mocht ik het zeggen, dan weten de zondaars hoe de Schepper te dienen. En mocht ik het niet zeggen, dan zullen mijn vrienden het verliezen. Dit komt omdat daar waar ware vrees gevonden wordt, er tegenover en er beneden, daar is een slechte vrees dat plaagt en aanklaagt. Dit is een zweep dat gebruikt wordt voor het zwepen van de kwaden (om ze te straffen voor hun zondes). Dit is waarom hij bang was om datgene te onthullen wat hij in gedachte had. Hij wilde niet dat de kwaden weten hoe hun straft te ontlopen, daar hun straf hun reiniging is! Hier waarschuwt ons Rabbi Sjimon dat hij niet alles kan onthullen (dit refereerd aan “Avoda Lisjma” – werk “omwille van de Schepper”) omdat hij bang is om de kwaden te beschadigen. Dit komt omdat hij hier wilt onthullen hoe men tot de Boom des Levens kan naderen en samenvloeien en op hetzelfde moment afziet van het aanraken van de Boom des Doods. Dit refereerd echter alleen naar zij die zich al hebben gecorrigeerd met betrekking tot de Boom van Goed en Kwaad. Desalniettemin, de zondaren (zij die nog niet hun zondigen in de Boom van Goed en Kwaad hebben gecorrigeerd) zijn het niet waard om dit te weten omdat zij nog werk hebben om zichzelf te corrigeren in de Boom van Goed en Kwaad. Hier leren we van de Thora dat een zondaar definiëerd is als iemand die nog niet de Boom van Kennis in zijn ziel heeft gecorrigeerd. Het verbod om de ware essentie van het werk omwille van de Schepper te onthullen is gebasseerd op de woorden van de Thora: “Zie, Adam is zoals ons geworden, kennende het goed en kwaad; nu dan, dat hij zijn hand uitsteke en ook van de Boom des Levens neemt, en eet, en voor eeuwig leeft” (Beresjiet 3:22). Na de zonde van Adam in de Boom van Kennis, werd hij door de Schepper uit het Hof van Eden verbannen om te voorkomen dat Adam de Boom des Levens aanraakt en eeuwig leeft. In dat geval, dat wat hij corrumpeerde in de Boom van Kennis zal ongecorrigeerd blijven. Derhalve, om alleen de rechtvaardigen dit geheim te laten weten verhulde Rabbi Sjimon het in de vorm van een hint. 193. Hij die het vreest om gestraft te worden met de zweep, heeft niet de ware vrees voor de Schepper. De slechte vrees overrompelt hem in de vorm van een straf door middel van zwepen. 194. De plaats dat vrees voor de Schepper wordt genoemd is het begin van de wijsheid. Zie, deze Voorschrift wordt hier ingesloten. Dit is de basis en bron van alle andere voorschriften van de Thora. Diegene die het Voorschrift van vrees voor de Schepper naleeft, leeft alle andere na. Hij die niet de Voorschrift van vrees naleeft, leeft geen enkele van de andere voorschriften van de Thora na, want deze Voorschrift ligt aan de grondvesten van alle anderen. De Zohar herhaalt hier datgene wat in één plaats is geschreven, “De vrees voor de Schepper is het begin van wijsheid,” terwijl het op een andere plek zegt, “De vrees voor de Schepper is het begin van de wijsheid.” De Zohar legt uit dat waar de eigenschap van vrees eindigd, een andere, kwade vrees begint, diegene die aanklaagt en opzweept. Er staat geschreven in de Kabbala dat de benen van de pure Partsoef Malchoet afdalen naar de plek van de onreine krachten. Die mens die echter de Voorschrift van vrees naleeft omdat de Schepper groots en almachtig is vloeit met Hem samen (wordt met zijn eigenschappen gelijk aan de Schepper), om geen schaamte te voelen terwijl men van Hem ontvangt. Er is geen andere werk voor de geschapen wezens dan dit. Dit wordt de vrees van de Schepper genoemd omwille van het leven, omdat de schepselen met leven gevuld worden als gevolg van het samenvloeien met de Schepper. Anders vallen zij onder de kracht van de beperking want Tsiemtsoem Alef beperkte het ontvangst van het Licht in egoïstische verlangens. Dergelijke Klie (verlangen) is de oorzaak van dood, daar deze plaats leeg van Licht is. De schepselen zouden bang moeten zijn om te falen in het maken van zulke correcties. Zij die de Voorschriften naleven uit vrees en niet door de grootsheid van de Schepper worden geregeerd en verslagen door de vrees van de lege Malchoet. Aangezien het einde van de vrees in de kwade plaag is, wordt ware vrees “Het begin van de wijsheid is de vrees voor de Schepper,” genoemd dat de noodzaak aanduidt om alleen naar dit soort vrees te verlangen en op te passen voor de kwade vrees. Als gevolg hiervan, wordt de zonde van Adam gecorrigeerd. 195. Er staat daarom geschreven, “IN DEN BEGINNE” (wat vrees is) SCHIEP DE SCHEPPER DE HEMELEN EN AARDE. Dit is zo omdat diegene die dit overtreedt, alle voorschriften van de Thora overtreedt. En de straf voor dit is de kwade zweep, namelijk de kwade vrees dat hem zweept. De woorden, EN DE AARDE WAS ZONDER VORM EN LEEG EN DUISTERNIS WAS OP HET AANGEZICHT VAN DE DIEPTE EN DE GEEST VAN GOD refereren naar de vier bestraffingen voor de kwaden. 196. ZONDER VORM betekend wurging. LEEG betekend steniging en refereerd naar de stenen die in de grote diepte vallen met als doel om de kwaden te straffen. DUISTERNIS betekend branden, het vuur dat op het hoofd van de kwaden valt om ze te verbranden. DE GEEST VAN GOD betekend onthoofden. Zij die de Voorschriften naleven niet omdat het de wil van de Schepper is, maar omdat ze bang zijn voor bestraffing, vallen in de val van de onreine kracht (genaamd “leeg”). Als gevolg hiervan, stoppen ze met het begrijpen van de gedachten en daden van de Schepper. Deze onreine kracht wordt gedefinïeerd als een touw om de nek van de mens dat de toestoom van schone (pure, heilige) lucht naar zijn ziel en voorkomt dat de mens leven verkrijgt. Naar de mate van de mens zijn onwetendheid wordt hij gewurgd. Nadat hij gevangen is in de strop van de onreine kracht dat om zijn nek is gehangen, waarmee bedoelt wordt dat het de kracht heeft om de mens naar zijn wens te regeren: te steningen, verbranden of hem te onthoofden. Stenigen betekend dat onreine krachten zich in zijn hoofd vestigen met het verlangen genot en trekken hem in de diepte. Daar bestraffen ze hem met duisternis (branden) en de onreine krachten rijgt hem aan het spit tot al de pure levenskracht uit hem is. 197. De geest van de Schepper betekend slachting door middel van het zwaard want de razende wind (Roeach Se’ara) is een vlammend zwaard. Dit is de bestraffing voor diegene die de voorschriften van de Thora overtreedt welke genoemd zijn na de Voorschrift van vrees, fundament genoemd daar het alle voorschriften in zich insluit. Beginne (Heb. Resjiet) sluit alles in zich in. Dit komt omdat na het woord BERESJIET (BEGINNE), dat vrees betekend, er geschreven staat ZONDER VORM EN LEEGTE EN DUISTERNIS en DE GEEST. Dit zijn de vier sancties des doods. Van hier komen de andere voorschriften van de Thora. Opeenvolgde de eerste zin van de Thora, spreken de overige delen over andere voorschriften die onderdelen zijn van de algemene en allesomvattende Voorschrift vrees. |
|
| |
|
|
|
|
"Bnei Baruch" Copyright ©1996. Bnei Baruch. All rights reserved. | |
|
| |